Vuistregels voor geluk in de politiek (slot)

GELUK in de POLITIEK (10).

Vuistregels voor geluk in de politiek, 5-10

In deze serie blogs probeer ik tot vuistregels te komen, die geluk in de politiek hanteerbaar maken. Hiervoor bespraken we:
Vuistregel 1: Beleid beoordelen vanuit geluk kan heel goed ‘op proef’.
Vuistregel 2: Het gaat om ‘geluk’ in samenhang met andere factoren.
Vuistregel 3: Het gaat om de marginale geluksopbrengst.
Vuistregel 4: Ook wat geen geluk brengt, is relevant
Nu rond ik af met:
Vuistregel 5: Bestrijden van ongeluk gaat boven geluk
Vuistregel 6: Iets ‘afpakken’ doet meer pijn, dan ‘krijgen’ aan plezier oplevert
Vuistregel 7: Overal waar stakeholders zijn, heb je geluk
Vuistregel 8: Geluk is lange-termijn-belang, wetenschappelijk onderbouwd
Vuistregel 9: Rekening houden met geluk verhoogt de legitimiteit
Vuistregel 10: Geluk meten, maakt het belangrijker; maar meten is niet altijd nodig
En een korte terugblik op de hele reeks.

Blik op de Ridderzaal als symbolisch centrum van politiek Den Haag schuin van achteren

Vuistregel 5: Bestrijden van ongeluk gaat boven geluk

Vuistregel 6: Iets ‘afpakken’ doet meer pijn, dan ‘krijgen’ aan plezier oplevert

Een rare asymmetrie
Onwillekeurig zijn we geneigd te denken dat het geven en ontvangen van iets aan beide kanten dezelfde waarde heeft, dat geluk equivalent is aan ongeluk, en dat iets krijgen en het weer kwijtraken een gelijke mate aan plezier dan wel teleurstelling oplevert.
We vinden het venzelfsprekend dat onze armen symmetrisch aan elkaar zijn en zouden raar opkijken als iemands linker arm een stuk langer blijkt dan de rechter. Toch is iets vergelijkbaars bij geluk het geval.

In veel gevallen vinden we het bestrijden of vermijden van ongeluk zwaarder wegen dan het genieten van geluk. Iemand met zenuwpijn in een kies zal een beozek aan de tandarts op bijna al het andere voor laten gaan. Als je huis onder water staat, komt het niet in je op om verliefd te worden. En zo zijn er talloze voorbeelden te bedenken, ook maatschappelijk. Bij een ramp of een ongeval is er een tijdlang maar één ding belangrijk: er alles aan doen om de gevolgen aan ‘ongeluk’ zo klein mogelijk te houden. Dan valt het streven naar geluk zelf even helemaal weg.

De psychologie van verworven rechten
Een vergelijkbare asymmetrie vinden we bij ‘krijgen’ en ‘kwijtraken’. Een subsidie of een bepaalde vorm van belastingaftrek krijgen, levert een bepaalde mate van geluk op. Maar het kwijtraken ervan blijkt vaak tot een veel hogere mate van ongeluk te leiden. In vaktermen heet dit loss-averse. Het is een belangrijk onderdeel van de eeuwenoude psychologie van het verworven recht.

Een variant hierop is risk-averse. Veel mensen geven graag een deel van hun voordeel (c.q. hun geluk) op, wanneer ze in ruil daarvoor minder risico (dus minder kans op ongeluk) hoeven te lopen.

In economische berekeningen of kosten-baten-analyses vind je deze asymmetrie echter maar zelden terug. Hij is natuurlijk ook moeilijk te berekenen.

Een goede vuistregel is algemeen geldig
Dat is nou juist het mooie van vuistregels. Je hoeft ze vaak helemaal niet uit te rekenen. Je hebt er alleen maar je gezonde verstand voor nodig.

Dus stel dat de overheid voor hetzelfde bedrag kan kiezen tussen:

• mensen gelukkig maken, en
• mensen minder ongelukkig maken.

Dan zal (aannemende dat al het andere gelijk blijft!) het tweede de voorkeur verdienen.

Misschien is dat links, maar met het voorbehoud erbij (= aannemende dat al het andere gelijk blijft!), lijkt mij dat van niet.

Eenmaal gegeven…
Vuistregel 6 lijkt daarentegen eerder rechts, maar ook dat is de vraag. Als je beseft hoe ‘zeer’ het doet – en bijgevolg hoe moeilijk het is – om iets wat eenmaal is toegezegd, weer terug te geven, pleit dit er in zijn algemeenheid voor dat de overheid terughoudend is bij het doen van nieuwe toezeggingen (financieel en anderszins). Dat geldt voor een fiscale aftrekregreling niet minder dan voor de subsidie aan een museum.

Vuistregel 7: Overal waar stakeholders zijn, heb je geluk

Vuistregel 8: Geluk is lange-termijn-belang, wetenschappelijk onderbouwd

Vuistregel 9: Rekeninghouden met geluk verhoogt de legitimiteit

Achter alles zit (uiteindelijk) geluk
Ook deze drie vuistregels passen bij elkaar. Ooit leerde ik, als maatschappijleraar in opleiding, hoe je een maatschappelijke probleem op een neutrale manier kunt analyseren. Kernvragen daarbij waren:

• Wie zijn daarbij de betrokkenen ofwel de stakeholders? Dat is inclusief degenen die misschien niets over een bepaalde zaak hebben te zeggen, maar er wel door worden geraakt.

• Wat zijn hun belangen?

Maar wat is een belang?
Er zitten dus altijd mensen achter een probleem en die mensen hebben hun belangen. Volgens het woordenboek is een belang iets dat in iemands ‘voordeel’ is. Maar wat is dan in iemands voordeel en wat niet? Volgens het spraakgebruik (evenals het gangbare recht en de economische theorie) is het doorgaans in iemands belang om iets te houden of te vermeerderen, of het daarbij nu om rechten of om financiën gaat. ‘Iets kwijtraken’ of ‘iets niet krijgen’ wordt zelden in iemands belang geacht.

Toch zijn we er daarmee niet uit, want: is het echt in het belang van bijv. een roker om zoveel mogelijk en zo goedkoop mogelijk te kunnen roken? Gaat hij er daardoor echt op vooruit? Is het echt in het belang van een automobilist om zo hard mogelijk te kunnen rijden? En zo zijn er legio voorbeelden.

Hiervoor hebben we dus het lange-termijn-belang bedacht. Maar wat is dát dan precies?

Dat kan bijna alleen maar zijn (tenzij je er een metafysische theorie op nahoudt): wat iemand gelukkig maakt. Uiteindelijk komen we dus uit bij geluk. Het mooie van ‘geluk’ is bovendien dat we daarbij, anders dan bij ‘belang’, er ook wetenschappelijk het nodige over kunnen zeggen. We weten in grote lijnen wat mensen wel en niet gelukkig maakt. Wil je dus zeker weten wat iemands belang is op lange termijn? Ga dan na wat hem of haar (of de betreffende groep) gelukkiger maakt.

Het bestaansrecht van de overheid
In een modern land heeft de overheid het monopolie op het gebruik van geweld en op het innen van belasting. De burgers willen daar wel wat voor terug om die overheid ook als gerechtvaardigd en als de hunne te kunnen ervaren. De overheid is natuurlijk niet verplicht om de mensen gelukkiger te maken. Maar een overheid die zijn burgers géén voordeel oplevert, verliest snel aan legitimiteit: wat heb je immers aan een overheid die niets voor je doet?

Daarbij kunnen we zeggen dat een overheid die het lange-termijn-belang van de burgers behartigt (met oog voor milieu en duurzaamheid bijvoorbeeld), legitiemer is dan een overheid die alleen oog heeft voor hun korte-termijn-belang (in dit voorbeeld: winst en het behoud van de bestaande werkgelegenheid).
Maar het belang van de inwoners op lange termijn zit hem niet alleen in hun materiële en natuurlijke omgeving, maar in veel méér factoren die invloed hebben op hun geluk. Hoe meer oog de overheid daarvoor heeft, hoe legitiemer die dus voor de inwoners van een land zal zijn.

Vuistregel 10: Geluk meten, maakt het belangrijker; maar meten is niet altijd nodig

Meten heeft voor- en nadelen
De wereld is nu eenmaal niet perfect. Het meten van geluk zal altijd zijn voor- en nadelen hebben. Iets als geluk blijft tot op zekere hoogte ongrijpbaar. Maar we hoeven een meting gelukkig ook niet altijd exact, tot achter de komma, te volgen. Metingen zijn er vooral om ons inzicht te verschaffen, bijvoorbeeld in de vraag ‘gaan we vooruit of achteruit?’. Of ook: ‘waardoor gaat het deze kant op?’

Dat we zoiets willen weten, hangt vaak daarmee samen dat we een bepaalde zaak belangrijk vinden. Geluk meten we inmiddels regelmatig. Dus we zijn het al belangrijker gaan vinden.

Er is ook nog veel over geluk dat we niet weten. En de kracht van vuistregels is juist dat je daarvoor niet altijd een exact getal nodig hebt:

• We kunnen inzien dat het marginaal geluk geleidelijk daalt, naarmate mensen meer verdienen (en omgekeerd) — zelfs als we niet precies weten hoeveel.

• We kunnen snappen dat het verhelpen van ongeluk bij een noodsituatie voorrang heeft op plannen voor vernieuwing, zonder dat we dit ‘voordeel’ in geluk precies kunnen uitrekenen.

• Iedereen kan beseffen dat het uitdelen van geld en rechten door de overheid makkelijk te hoge (geluks)verwachtingen wekt. Waardoor het steeds moeilijker wordt om dit terug te draaien.

• En net zo goed valt het te begrijpen dat het uiteindelijk in ieders belang is om gelukkiger te worden.

We hoeven dus niet te wachten tot de gelukswetenschap ooit ‘klaar’ is, maar kunnen ‘geluk’ vandaag al in politiek en bestuur als richtsnoer gebruiken.

Dit bericht is geplaatst in Beleid, Economie, Politiek, Psychologie, Welzijn met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *