Sturen op Geluk—een idee waarvoor de tijd is gekomen

In deze tijden van populisme moet het toch een keer worden gezegd: het volk wil geluk. Allemáál streven we naar geluk. We vinden geluk zo belangrijk dat iedereen er een eigen theorie over heeft. De ene droomt van het geluk dat je niet meer bang hoeft te zijn. De ander verwacht het geluk van opbloeiende welvaart. Een derde denkt vooral dat we aardiger tegen elkaar moeten zijn. Het probleem is dus: hoe komen we tot een kijk op geluk, waardoor verschillende politieke partijen er samen aan kunnen werken?

 

Dit artikel gaat op zoek naar de vraag hoe het thema geluk ons in de politiek kan helpen om samen te werken. Daarbij gaat het niet over geluk als apart beleidsgebied, maar over de invloed van beleid op ons geluk, op welk gebied dan ook.

In principe staat elke politieke partij voor een eigen levensbeschouwing, een eigen interpretatie van geluk zou je kunnen zeggen. De kiezer bepaalt welke opvatting hem of haar het meest aanspreekt. Daarna moeten de partijleiders er onderling uitkomen om een meerderheid te vormen.
Wat we daarbij vaak vergeten, is dat er doorgaans een onderliggende overeenstemming is over twee zaken:
1. Het democratische systeem zelf.
2. Het belang van welvaart in samenhang met een centrale rol van de economische wetenschap.
Beide waren en zijn gebaseerd op een seculiere ethiek. Dat is een belangrijke reden dat dit gedachtegoed zo breed en door verschillende partijen wordt gedragen.

Wat is een seculiere ethiek, als ik mag vragen…
Dat is, simpel gezegd, een van God losgemaakte ethiek. Dat ‘van God losgemaakt’ moet je zo neutraal mogelijk zien. Het is een ethiek waarover mensen het met elkaar eens kunnen worden, zonder zich daarbij op (ware of vermeende) goddelijke waarheden te beroepen. Zoiets bleek handig in een tijd, pakweg de 17e eeuw, waarin de leiders van katholieken en protestanten hun aanhangers opriepen elkaar het hoofd in te slaan. Die kregen daar na enige tijd genoeg van, en besloten het dan maar zelf op te lossen – met hulp van ideeën uit de Verlichting.

Het utilistische idee ‘geluk voor allen’ – in plaats van
alleen voor de elite! – heeft in de eeuw na
de Verlichting een grote rol gespeeld
in het tot stand brengen
van algemene voorzieningen
voor de bevolking

Maar wat heeft seculiere ethiek met geluk te maken?
Dat is simpel. Er zijn door de bank genomen twee verschillende invalshoeken voor een seculiere ethiek (die je terugvindt in alle standaard inleidingen over ethiek of morele filosofie).
1. De ene is gebaseerd op rechten en principes. Namen als Montesquieu en Kant komen in deze traditie voor. Dit deel van de ethiek is grosso modo terug te vinden in ons rechts­systeem.
2. De andere kijkt naar gevolgen en resultaten, naar het nut. Hierin staat het utilisme (of utilitarisme) centraal. Deze stroming begint met Jeremy Bentham en John Stuart Mill en is nauw verweven met het economisch denken. Nut of utility betekent vrijwel letterlijk: geluk.

Utilisme is dus eigenlijk de ethiek of de politieke filosofie van het geluk?
Ja, en het utilistische idee van ‘geluk voor allen’ – in plaats van alleen voor de elite! – heeft in de eeuw na de Verlichting een grote rol gespeeld in het tot stand brengen van algemene voorzieningen voor de bevolking. Ook liberale en christelijke partijen stonden daar achter (socialistische partijen waren er nog niet).
Het ging om ideeën, net als bij de beginselen van ons rechtssysteem, waarin een groot deel van de bevolking zich kon vinden. Denk aan termen als algemeen nut of zelfs aan nutsbedrijven (voor elektriciteit en water). In het Engels heten die zelfs letterlijk utilities.
En de invloed van het nutsdenken ging verder. Ook zaken als algemeen onderwijs, bibliotheken, wegen en openbaar vervoer, etc. zijn bevorderd door het utilistisch gedachtengoed.

Maar nu gebruiken we het woord nut toch vaak in een andere betekenis?
Dat klopt, nut is versmald tot financieel voordeel.

Maar wat is ‘nut’ dan wel, als het geen ‘financieel voordeel’ is?
Het is datgene wat iemands leven tot een goed leven maakt, gezien uit het oogpunt van de persoon zelf. Kort gezegd: diens welzijn.

Zo is ‘nut’ dus meer levensgetrouw geworden. Kun je het dan nog meten?
Dat kan heel goed, en alle statistische bureaus in de EU en de OESO doen dat al jaren. Daarbij maken ze onderscheid tussen:

  1. Objectief welzijn. Hierbij kun je ‘van buitenaf’ meten hoe het met iemand gaat: inkomen, opleiding, gezondheid, woonsituatie etc. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) vat dit al jarenlang samen in een leefbaarheidsindex.
  2. Subjectief welzijn. Hierbij gaat het om iemands gemoedstoestand op langere duur (de mate van ‘geluk’ dus). Dit kan iemand alleen zelf, dus ‘van binnen uit’, beoordelen. Maar het kan goed met een enquêtevraag worden gemeten.

Filosofen op dit gebied zijn het erover eens dat de subjectieve dimensie er altijd bijhoort, en eigenlijk zelfs de belangrijkste is. Anders gezegd, het meten of berekenen van ‘nut’ mag inmiddels niet meer aan onze gevoelens voorbijgaan.

Economen die nut nog steeds meten alsof het
iets buiten ons is, lijken op steampunkers,
die Victoriaanse ideeën toepassen
in het cybertijdperk.

 Four steampunkers with strange machines on their back

Dus nut betekent eigenlijk welzijn?
Ja, en subjectief welzijn hoort daar als eerste bij. Statistici noemen het: welbevinden of levenstevredenheid. Maar als je graag een woord gebruikt dat iedereen kent, is het domweg: geluk. Economen die nut nog steeds meten in het voorbijgaan aan subjectief welzijn, lijken meer en meer op steampunkers, die Victoriaanse ideeën toepassen in het cybertijdperk.

Maar nu terug naar het begin van dit verhaal…
Ja, wij hebben allemaal onze privé-theorieën over geluk. Een politieke partij of een levens­beschouwing heeft als het ware ook een eigen opvatting van geluk. Maar al die opvattingen over geluk kunnen er ook náást zitten. Als we ze nu eens naast de wetenschappelijke uitkomsten leggen, kunnen we daar veel van leren.

Veel dingen die de wetenschap over geluk heeft ontdekt, zijn heel plausibel, en kunnen we makkelijk in onze eigen opvatting integreren:

  • Veiligheid is natuurlijk cruciaal. Met angst in je hart is het niet prettig leven.
    De vraag is natuurlijk wel in hoeverre angst reëel is. Als iemands angst niet reëel is, moet je vragen waardoor die dan wel wordt gevoed, en wat je daaraan kunt doen.
  • Een stevige basis aan welvaart en financiële zekerheid is eveneens een voorwaarde voor geluk.
    Maar méér dan dat is in zekere zin ‘weggegooid geld’ en ‘zonde van de moeite’. Dan moet je je afvragen of je voor datzelfde geld of diezelfde inspanning niet op een andere manier meer geluk kunt bereiken (al dan niet bij andere mensen).
  • Ook onderling vertrouwen en respect zijn basisfactoren van geluk.
    De invloed daarvan is minstens zo groot als die van financiële factoren (als daar al een afdoende basis van is).

Dus de drie voorbeelden uit het begin van deze blog hebben alledrie gelijk?
Ja, in grote lijnen wel. Zo kun je zien dat geluksonderzoek niet tot rare uitkomsten leidt!

Dan heeft het ook niet veel bijzonders te bieden…
Toch wel. Want geluksonderzoek kan bijvoorbeeld ook laten zien:

  • Hoe zwaar die verschillende factoren meetellen in ons geluk.
    Factoren die zwaarder wegen, zou je bijv. meer in kunnen investeren. Op andere kun je mogelijk besparen. Dat is allemaal heel praktisch.
  • Welke belangrijke factoren we uit ons zelf zouden vergeten.
    Bijvoorbeeld onderwijs zou veel meer aan ons geluk kunnen bijdragen. Ook een interessant gegeven is dat financiële zorgen, zelfs bij mensen die nog wel werk en voldoende inkomen hebben, zwaar kunnen wegen.
  • Welke groepen in de samenleving meer of minder gelukkig zijn en waardoor.
    Dit hangt samen met, maar verschilt wel degelijk van de gebruikelijke sociaal-economische ongelijkheid. Dankzij geluksonderzoek komt duidelijk in beeld hoe groot het effect is van mentale klachten op geluk, en hoe belangrijk het is om de geestelijke gezondheidszorg meer geld en aandacht te geven.
  • Hoe vaak we geld uitgeven aan korte termijn belangen, die vrijwel geen invloed hebben op ons geluk.
    Geluksonderzoek kan dus helpen om overbodige kosten besparen.
  • Of overheidsbeleid ons in de loop der tijd gelukkiger maakt of niet.
    M.a.w. of de bestuurders die we hebben gekozen hun werk hebben gedaan. En dat begint de laatste jaren steeds meer te haperen. Het gemiddelde geluk blijft in Nederland nog wel op peil, maar de ongelijkheid in geluk lijkt groter te worden…

Ik zou zeggen: hoog tijd om een Partij voor het Geluk op te richten!
Eh… nee! Dat is nu juist waarom ik dit verhaal begon met die seculiere ethiek, en daarna met hulp van het begrip nut liet zien hoe de economische wetenschap aan het veranderen is.
Het is hoog tijd om geluk in politiek en beleid te integreren. Niet als een nieuwe partij met weer een andere levensbeschouwing. Maar als een wetenschappelijk kader, op basis waarvan verschillende partijen kunnen samenwerken. Ook ambtenaren kunnen dat kader, los van hun politieke voorkeur, gebruiken bij het ontwikkelen van beleid.

Betekent dit dat de gelukswetenschap straks het beleid gaat voorschrijven?
Nee, want dat kan helemaal niet. Er zijn zoveel onzekerheden en witte plekken, die kan de wetenschap nooit helemaal invullen.
Je kunt bijv. niet op basis van geluksonderzoek bepalen hoeveel wij aan defensie of aan de beveiliging tegen het water moeten uitgeven. Daar heb je gewoon vakdeskundigen voor nodig. Geluksonderzoek kan al die ambtenaren wel helpen hun werk met meer voldoening en betrokkenheid te doen.
En het kan bijv. laten zien dat een hypotheekrenteaftrek van (nog steeds!) 14 miljard euro per jaar weinig aan geluk bijdraagt. Dat geld kun je dus beter aan andere dingen besteden.

Ten slotte kun je niet van christelijke politici verlangen dat zij hun kijk bij levensvragen rond abortus of euthanasie op het ‘van God losgemaakte’ utilisme baseren.
Maar bij beslissingen over wonen, gezondheid of belasting is dat anders. ‘Meer geluk voor meer mensen’ is een streven dat bijna elke levensbeschouwing in hoge mate kan delen. Het past bij naastenliefde, het past bij vrijheid en het past bij solidariteit. En vaak zelfs bij ‘lokaal belang’.

Maar méér dan bij die thema’s, beschikken we bij geluk over een schat aan neutraal en betrouwbaar onderzoeksmateriaal, als basis voor beleid waar burgers werkelijk beter van worden.

Meer weten?

Opleiding Erasmus Universiteit:Sturen op Geluk in het publieke domein
  (8 dagen in 3 maanden, goede sprekers, wees er snel bij. Start maart 2017.)

Ontwikkelingen Politiek en Geluk op een rij: EHERO-Literatuurattendering

Dit bericht is geplaatst in Bruto Nationaal Geluk, Economie, Ethiek en moraal, Geluk in de Stad, Politiek, Welzijn met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *