Het geluk van de hypotheekrenteaftrek (1) ofwel schaterlachen om 14 miljard

GELUK in de POLITIEK (7).

Vuistregel 3: Het gaat om de marginale opbrengst aan geluk

In deze serie blogs probeer ik tot vuistregels te komen, die geluk in de politiek hanteerbaar maken.
Hiervoor bespraken we:
Vuistregel 1: Beleid beoordelen vanuit geluk kan heel goed ‘op proef’.
Vuistregel 2: Het gaat om ‘geluk’ in samenhang met andere factoren
Deze keer bespreken we:
Vuistregel 3: Het gaat om de marginale geluksopbrengst

Met de ‘hypotheekrenteaftrek’ als voorbeeld, zal ik in twee achtereenvolgende blogs zowel vuistregel 3 introduceren als opnieuw de waarde laten zien van vuistregel 2.

Waarom ‘marginaal’ hier centraal staat
Waarschuwing voor niet-economen: het woord ‘marginaal’ heeft hier een speciale betekenis. Economen kunnen deze eerste alinea overslaan.

Als ik een boek laat drukken, kost dat gemiddeld bijvoorbeeld 5 euro. Wanneer ik aarzel of ik de drukker opdracht zal geven om 500 of 600 exemplaren te drukken, is het verschil in prijs niet 100 x 5 euro, maar misschien slechts 100 euro. Als de drukpers eenmaal draait, worden de bijkomende exemplaren namelijk verhoudingsgewijs steeds goedkoper. De marginale kosten worden in dit voorbeeld dus steeds kleiner.
Er kan ook, omgekeerd, sprake zijn van marginale opbrengsten. In dat geval geldt: hoe meer je ergens in investeert, hoe minder je er gaandeweg voor terugkrijgt. Stel dat je onlangs 35 rijlessen hebt gehad. Dan sta je dicht voor je examen of misschien heb je het al gehaald. Als je daarna wéér 35 rijlessen neemt, zal wat je er nieuw van leert, hoezeer je je daar ook voor inspant, per les minder zijn. Op een gegeven moment kan iemand immers goed genoeg rijden, en is het zonde nog meer geld aan lessen te besteden. Het marginale nut van een rijles neemt dus af.

De marginale opbrengst aan ‘geluk’
Net zo bestaan er ook marginale opbrengsten en verliezen aan geluk. Wanneer je één keer in de week je opa bezoekt, zal hij dat waarschijnlijk zeer waarderen. Bezoek je hem daarentegen de hele week door twee keer op een dag, dan is hij daar niet 14 keer zo gelukkig mee.
Zo werkt het ook met inkomen en geluk. Iemand die weinig heeft, maak je met extra geld een stuk gelukkiger. Maar iemand die al een appeltje voor de dorst achter de hand heeft, zal er nauwelijks nog, of helemaal niet meer, in geluk op vooruitgaan.

In feite hanteren politici de ‘marginale geluksopbrengst’ allang
Ik zeg hier niets nieuws of schokkends mee, want:

• Wanneer een politicus zegt dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen, bedoelt hij dat het marginale verlies aan geluk voor mensen die het goed gaat veel kleiner is (wanneer ze iets moeten inleveren) dan voor mensen die het moeilijk hebben.

• Dat de meeste landen een ‘progressief tarief’ hanteren voor de inkomstenbelasting (dat hoger wordt, naarmate men qua inkomen in een hogere schijf valt), is op ditzelfde principe gebaseerd. Vaak spreekt men dan over marginaal nut in plaats van marginaal geluk, maar nut komt in dit soort gevallen neer op geluk.

Dus dit verhaal gaat helemaal niets nieuws vertellen…

Wacht even: als dit principe zo vanzelfsprekend was, zouden we het natuurlijk consistent op allerlei terreinen hebben doorgevoerd. Het gekke is dat we dit nu juist niet hebben gedaan.

Of we zouden eens goed gekeken hebben waar het principe wèl en waar het niet op zijn plaats is.

Of we hadden ons kunnen afvragen of we wel altijd de benodigde gegevens hebben om het marginale nut/geluk te kunnen bepalen.

De realiteit is daarentegen dat de politieke discussie nooit verder gaat dan het aanhalen of bestrijden van dit principe in zijn algemeenheid. Als de wind de ene kant op waait, is het opeens belangrijk. Waait de wind anders, of gaat het om een ander beleidsterrein, dan is het opeens niet meer aan de orde.

Zo wordt het zelden gebruikt op het gebied van de hypotheekrenteafrek, terwijl het daar zeker op zijn plaats zou zijn. Zelfs het op 11 april verschenen rapport “Kosten Koper” van een onderzoekscommissie van de Tweede Kamer ziet dit verschijnsel compleet over het hoofd.

Het geluk van de hypotheekrenteaftrek
Net als in de vorige blog beginnen we weer met een doel-middel-schema (vuistregel 2), voordat we naar de marginale geluksopbrengst (vuistregel 3) gaan kijken. Nog geen week geleden verscheen er een officiële brochure van de Rijksoverheid over het beleid voor de woningmarkt (versie 10 april 2013), die hiervoor heel geschikt is als bron.

Bij het antwoord op vraag 6 (“Waarom wordt de hypotheekrenteaftrek niet afgeschaft?”) vinden we namelijk een korte uitleg over het doel van deze regeling.

• Die dient “om het eigenwoningbezit te bevorderen”. Niet zomaar, maar zelfs “structureel”.

Maar waarom moet de overheid het eigenwoningbezit bevorderen? 

Ook daarop krijgen we antwoord:

• Dit “kan bijdragen aan het opbouwen van eigen vermogen” en daarmee aan “de zelfredzaamheid van burgers”.

Mooi! Daarmee hebben we in één klap ons doel-middel-schema:

Doel: zelfredzaamheid van de burgers

Tussendoel: opbouwen van eigen vermogen

Middel: eigenwoningbezit bevorderen

Sub-middel: hypotheekrenteaftrek.

Je moet hier echt even goed naar kijken, om te beseffen wat een fascinerende beleidstheorie eraan ten grondslag ligt.

Laten we deze hele keten eens stap voor stap nalopen. We beginnen bovenaan, bij het (veronderstelde) hoogste doel.

Is zelfredzaamheid een geschikt overheidsdoel?
Om te beginnen wordt de zelfredzaamheid van de burger hier als doel van overheidsbeleid beschouwd. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar is dat ook zo?
Normaal gesproken is de zelfredzaamheid van de burger immers geen doel, maar een uitgangspunt. Die zelfredzaamheid wordt dan beschouwd als een goede reden voor de overheid om niets te doen, omdat de burger het zelf wel af kan. Pas in uitzonderingssituaties, bij mensen die het echt niet alleen af kunnen, is er een rol voor de overheid weggelegd, totdat deze mensen alsnog zichzelf kunnen redden.
Maar goed, we zijn geen scherpslijpers. Misschien is het bevorderen van de zelfredzaamheid van burgers wel een heel mooi doel voor de overheid. Uit onderzoek blijkt immers dat zelfredzaamheid (in de zin van ‘autonomie’) een factor is die bijdraagt aan ons geluk.
We gaan verder met de volgende stap.

Draagt ‘eigen vermogen’ bij aan zelfredzaamheid?
Aannemende dat de overheid de zelfredzaamheid wil bevorderen, moet die zich natuurlijk afvragen welke beleidsmiddelen zij daarvoor het beste kan gebruiken en wat we (op basis van onderzoek) kunnen zeggen over de effectiviteit ervan. Anders geven we het geld voor niets uit.
Op dit moment is daar nog weinig over bekend.
Maar niet getreurd, je zou dit bijvoorbeeld door het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) kunnen laten uitzoeken. Mocht blijken dat andere maatregelen voor hetzelfde bedrag (of minder) een groter effect op de zelfredzaamheid hebben dan de hypotheekrenteaftrek, dan verdienen die uiteraard de voorkeur.

Tot die tijd is het misschien beter nog even te wachten met de pakweg 14 miljard euro, die de overheid (volgens het CBS) inmiddels aan deze aftrek uitgeeft…

Draagt ‘eigenwoningbezit’ bij aan ‘eigen vermogen’?
Dit lijkt een stuk plausibeler.
Al gaat dit wel gepaard met een cruciale veronderstelling, namelijk die dat het huis (en daarmee dus het eigen vermogen) steeds meer waard wordt. Laat dit nu al een paar jaar niet meer het geval niet meer het geval zijn…

Draagt ‘hypotheekrenteaftrek’ bij aan ‘eigenwoningbezit’?
Ook dit is op het eerste gezicht heel aannemelijk.

Maar als je er vanuit ‘marginaal perspectief’ tegenaan kijkt, is het effect opeens véél kleiner!

De meeste huizenbezitters zouden hun eigen woning namelijk óók hebben gekocht als ze geen hypotheekrenteaftrek hadden gekregen! Dan waren ze heus niet in een huurhuis blijven zitten. Hooguit had een klein aantal dit niet gedaan, en een ander aantal het wat later gedaan.

Dit lijkt iets voor de fijnproevers, maar de logica erachter is algemeen erkend op het gebied van beleidsevaluatie: als je wilt nagaan wat het effect is van een specifieke regeling (in dit geval de hypotheekrenteaftrek) op een probleem (in dit geval de bevordering van het eigenwoningbezit), dan mag je alleen meetellen wat er zonder die regeling niet zou zijn gebeurd!
De rest (in dit geval: al die overige woningaankopen) gebeurt namelijk toch al.

Dit betekent dus dat… alléén de mensen die anders géén eigen woning hadden gekochter in zelfredzaamheid op vooruit kunnen gaan! 

Mogelijk heeft de renteaftrekregeling zelfs een negatieve invloed op het eigenwoningbezit. Het rapport “Kosten Koper” concludeert o.a.:

• De woningbouwmarkt heeft de laatste jaren totaal niet op de stijgende vraag naar woningen gereageerd. Er zijn dus vrijwel geen woningen bijgekomen, de markt van koopwoningen is vooral een verhuismarkt. (Dit is een economische absurditeit, die wij in Nederland voor elkaar hebben gekregen.)

• Het kopen van een woning is juist voor minder vermogende starters steeds moeilijker geworden.

Gemeten aan de officiële opzet van de regeling (met als directe doel de bevordering van het eigen woningbezit) geeft de overheid die 14 miljard euro dus eigenlijk bijna voor niets uit.

Het is soms moeilijk om je gezicht in de plooi te houden, als je opeens begrijpt hoe de wereld in elkaar zit. Lach gerust mee. Dan lachen we samen een klaterende lach van 14 miljard!

Een alternatief doel-middel-schema vanuit ‘geluk’
Nu komen we bij het tweede deel van deze analyse:
Zou het doel-middel-schema waarmee we begonnen er anders uitzien, als dit geluk tot doel had?

Vast en zeker!
Om te beginnen zouden we bij de bevordering van de zelfredzaamheid geen groot belang aan de woningmarkt toekennen. ‘Zelfredzaamheid’ is eerder een taak voor het onderwijs en de (geestelijke) gezondheidszorg. Tegen de tijd dat iemand toe is aan zelfstandig wonen, nemen we aan dat hij al zelfredzaam is.

Ook zouden we het vergroten van het eigen vermogen, zeker voor mensen die dit toch al hebben, niet als overheidstaak beschouwen.

Wat we wel zouden doen, is uitgaan van de gedachte dat fatsoenlijk wonen als zodanig een basisbehoefte is van iedereen en daardoor wezenlijk bijdraagt aan ieders geluk.
Dit zouden we dus willen bevorderen.
Huursubsidie voor de lagere inkomensgroepen kan daarin passen. Zorgen voor voldoende woningen en voldoende doorstoming natuurlijk ook.
Geluksbeleid zou op woongebied helemaal niet zo bijzonder zijn.

Wellicht zouden we kunnen onderzoeken (heel belangrijk is dit niet, maar wel interessant) of huurwonen of koopwonen een andere invloed op het geluk heeft. Het meest recente onderzoek hierover dat ik ken, suggereert dat ‘huren’ vrouwen iets minder ongelukkig maakt, omdat het minder tijd kost en minder kopzorgen geeft dan een woonhuis.
Maar er zijn natuurlijk meer afwegingen en persoonlijke keuzes in het geding. Wat de uitkomst van het onderzoek ook is, geluksbeleid zou de keuze tussen huren en kopen daarom nog steeds aan de mensen zelf overlaten. Ook ‘vrijheid’ draagt immers bij aan geluk.

Ten slotte zou geluksbeleid (anders dan een hele reeks kabinetten!) uitgaan van gezonde economische inzichten, zoals die over ‘marginale utiliteit’ en de werking van de woningmarkt. Hypotheekrenteaftrek als beleidsmaatregel zal daarbij niet hoog scoren.

“Is dit alles?”, denk je nu misschien.

Het zou wel eens kunnen – schrik niet! – dat een woningbeleid dat uitgaat van geluk veel eenvoudiger is, en veel minder onverwachte bijwerkingen heeft (en áls die er zijn, makkelijker valt bij te sturen), dan de huidige lappendeken aan wetten en procedures, waar zowat elke belangengroep volgens het rapport Kosten Koper door de jaren heen zijn tanden in heeft gezet. Afgezien daarvan scheelt het ons op den duur een kleine 14 miljard euro, die we niet hoeven te bezuinigen op maatregelen waarvan het effect op geluk een stuk plausibeler is.

Lees hier het tweede deel van deze blog: dan laten we alle naivïteit varen en acccepteren de hypotheekrenteaftrek gewoon zoals hij is, namelijk als verkapte inkomenspolitiek. En we gaan na wat dáárvan de ‘marginale geluksopbrengst’ is.
Zie eventueel ook het pleidooi van Rens van Tilburg in de Volkskrant (17 juli 2013).

Dit bericht is geplaatst in Beleid, Economie, Politiek, Woningmarkt met de tags , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Het geluk van de hypotheekrenteaftrek (1) ofwel schaterlachen om 14 miljard

  1. Pingback: Sturen op Geluk—een idee waarvoor de tijd is gekomen - GeluksdoctorandusGeluksdoctorandus

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *