Groeit geluksbeleid aan de boom?

Fact free filosoferen met Sebastien Valkenberg

Als de overheid niet naar geluk streeft, komt het dan vanzelf? Filosoof en essayist Sebastien Valkenberg denkt van wel. Geluksdoctorandus stelt deze stelling op de proef.

foto: Mediadeo

Valkenberg schreef een essay in Elsevier van 16 februari 2013. Dit is Nederlands grootste opinieblad met een oplage rond de 150.000. Valkenberg is filosoof en o.a. auteur van het boek ‘Geluksvogels – Of waarom we het nog nooit zo goed hadden’. Hij publiceert regelmatig in Trouw en in Elsevier.

  • Hoe minder de overheid naar geluk streeft, hoe gelukkiger de inwoners van het land, zegt hij.

Dat is een nogal boude bewering zou je denken, die op het eerste gezicht tegen de logica ingaat. Vergelijk het maar eens met de volgende uitspraken:

  • Hoe minder een land de economische groei stimuleert – hoe welvarender de bewoners.
  • Hoe minder de overheid om defensie geeft – hoe veiliger het land.
  • Hoe minder de regering zich om het milieu bekommert – hoe schoner de lucht.

Aan te tonen: waarom is geluk in dit opzicht anders?
Geen van deze uitspraken is erg aannemelijk. Het minste wat Valkenberg dus zal moeten uitleggen, is waarom dit paradoxale effect bij geluk wél optreedt en bij andere beleidsonderwerpen niet.

Rhetorische truc 1: maak van je tegenstander een vogelverschrikker
Hij gebruikt hiervoor een bijzondere vorm van rhetorica (redeneringskunst) die ermee begint het te bestrijden idee belachelijk te maken. “Er lonkt een bedieningspaneel met knoppen. Ons geluk is een kwestie van er op de juiste manier aan draaien. Hoezo de samenleving niet maakbaar?”

Dat is merkwaardig. Geen van de voorstanders van het streven naar Bruto Nationaal Geluk meent dat dit met het draaien aan een paar knoppen wel is geregeld.
Stel dat een econoom het belangrijk vindt te streven naar verhoging van het bbp (bruto binnenlands product). Zou Valkenberg dan ook schrijven: “Er lonkt een bedieningspaneel met knoppen. Onze welvaart is een kwestie van er op de juiste manier aan draaien. Hoezo de samenleving niet maakbaar?”

Dat zou hij waarschijnlijk niet doen. Hij heeft, denk ik, voldoende vertrouwen in onze fictieve econoom om zich daar geen zorgen over te maken. Maar kennelijk wantrouwt hij wel mensen die de overheid een rol toekennen in het streven naar geluk. Wat kan daar de reden voor zijn?
Daar is Valkenberg heel duidelijk over. Hij verdenkt ze ervan dat zij een soort communisten zijn in een nieuwe gedaante. “Je zou zeggen dat de mislukte poging van het communisme om de hemel te vestigen op aarde ons heeft genezen van zulke utopische mijmeringen…”, zegt hij al in de tweede zin. Verderop noemt hij mensen die de overheid een rol toekennen in het streven naar groter geluk “utopieënbouwers” en hun sympathie voor Bhutan lijkt op de naïviteit van “fellow-travelers van het communisme”.

Wie hij daar concreet mee bedoelt, wil je mischien weten? Het zijn Francisco van Jole, hoofdredacteur van de VARA-website Joop.nl; evenals Femke Halsema en Liesbeth van Tongeren (beide van Groen Links) en de “psychologen en sociologen” die “volop onderzoek doen” naar Bruto Nationaal geluk.
Iedereen die het veld kent, weet niettemin dat het vooral economen zijn die op nationale schaal onderzoek naar geluk doen, en dat uitgerekend de ‘linkse’ sociologen het onderwerp links laten liggen. (Zie bijvoorbeeld het interview met Ruut Veenhoven in het eerste nummer van de Gelukscourant.)

Rhetorische truc 2: breidt een idee uit door er associatief iets aan toe te voegen 
Opnieuw past Valkenberg een rhetorische truc toe. Terecht constateert hij eerst dat veel mensen die ‘Bruto Nationaal Geluk’ een aansprekende gedachte vinden, daarbij vaak met sympathie naar Bhutan verwijzen. Hij citeert zelfs een enkele quote uit Volkskrant Magazine, waarin Bhutan als “het gelukkigste land ter wereld” wordt omschreven (wat het aantoonbaar niet is) en doet vervolgens alsof iedereen die zich ooit eens positief over Bhutan en het Bruto Nationaal Geluk heeft uitgelaten, dat helemaal met die ene schrijver uit Volkskrant Magazine eens is. Vervolgens breidt hij de sympathie voor Bhutan en het BNG nog eens uit tot “de sympathie waarop het restrictieve toelatingsbeleid van Bhutan kan rekenen” (nadruk mijnerzijds) en een paar regels verder zelfs tot “verheerlijking van Bhutan”.

Je hoeft geen filosoof te zijn, om te beseffen dat dit een manier van redeneren is die een filosoof onwaardig is.

Rhetorische truc 3: buig de feiten een beetje bij
Alinea’s lang schampert Valkenberg op Bhutan. Daarbij neemt hij een loopje met de feiten. “Eind vorig jaar verscheen van ontwikkelingseconoom – hé, een econoom! – Jeffrey Sachs (Columbia University) – samen met twee andere economen, namelijk Richard Layard en John Helliwell – het World Happiness Report. Wie nieuwsgierig is naar de plaats van Bhutan op de mondiale geluksladder, zoekt tevergeefs. Wegens gebrek aan onderzoeksdata is het landje niet opgenomen in het onderzoek.” Om dan te ‘concluderen’ (aanhalingstekens mijnerzijds): “Dat is ook een manier om te voorkomen dat je een wedstrijd verliest: gewoon niet meedoen.”

Dat klinkt stoer, maar nu de feiten. Het World Happiness Report maakt wel degelijk melding van Bhutan. Bhutan, zegt het, meet het geluk op een eigen manier. Op de meest gangbare geluksmaat is het daardoor moeilijk met andere landen te vergelijken. Gemeten op een nabijliggende maatstaf, die bijv. door het European Social Survey wordt gehanteerd, blijkt echter dat het geluk in Bhutan (iets tot een stuk) hoger is dan o.a. in Nepal, India, China en Rusland. Sterker nog, het World Happiness Report vindt de manier waarop Bhutan het geluk meet, interessant genoeg om daar een bijlage aan te wijden van… 50 pagina’s.

(Voor een genuanceerde en door de feiten gesteunde, maar evengoed kritische, blik op Bhutan zie mijn vorige blog ‘Waarom ons Bruto Nationale Geluk niet uit Bhutan hoeft te komen’.)

Rhetorische truc 4: verander het probleem
Vervolgens vergelijkt Valkenberg de gelukscijfers van Bhutan met die van Nederland. Wij doen het inderdaad stukken beter. “Niet slecht voor een land waar het ouderwetse BNP nog steeds maatgevend is. De pleitbezorgers van het BNG geven een oplossing voor een probleem dat niet bestaat.”

Maar wat was het probleem dan? Aan het begin van het artikel omschreef hij dit zelf:
“De kritiek op de gangbare meetmethode, het Bruto Nationaal Product, is dat het ‘slechts’ via een economische bril naar een land kijkt. Terwijl ook andere factoren de levenskwaliteit bepalen, zoals de bescherming van culturele waarden en ons fysieke welzijn.”
Het is een matige omschrijving, maar we doen het ermee. Dít probleem wordt echter niet opgelost door een hoge plaats op de ranglijst van geluk. Sterker nog, het heeft daar niets mee te maken.

Nog 3 alinea’s voor een antwoord…
Na al deze omwegen, heeft Valkenberg nog steeds niet uitgelegd hoe hij aan de stelling komt, waar het artikel mee begon. Dat komt nu.
In de luttele alinea’s die hij over heeft, haalt hij er de Franse, Russische en Amerikaanse revolutie bij. Terwijl de eerste twee volgens hem “het geluk op bestelling wilden leveren”, beloofden de auteurs van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring de burgers niet meer dan dat ze zelf op zoek mochten naar het geluk: The Freedom to Pursuit Happiness. Juist door die “terughoudendheid”, constateert hij, zijn de Verenigde Staten al meer dan tweehonderd jaar een stabiele democratie met vandaag de dag een keurige 11e plaats op de wereldranglijst van geluk.

Jawel, men neme de Amerikaanse Onafhankelijkheidverklaring uit 1776. Even schudden, goed opletten dat de overheid ondertussen niets doet, we doen een wens en… jawel, het geluk groeit aan de boom!

Dat er van 1861-1865 nog een Burgeroorlog met honderdduizenden doden voor nodig was om duidelijk te maken dat the freedom to pursuit slavery geen onderdeel was van the freedom to pursuit happiness zullen we maar in het midden laten. Het is tijd voor een afrondend commentaar.

1. Papa, vertel nog eens dat verhaal van die terughoudende overheid…
Het idee dat de overheid in zijn algemeenheid ‘terughoudend’ moet zijn, is vaag en weinigzeggend. Je zou kunnen zeggen, een non-idee. Iedereen weet immers dat de overheid op allerlei terreinen ingrijpt, en wel omdat wij dat zelf graag willen. De ene keer gebeurt dit door het uitvaardigen van regels, dan weer door subsidies of belastingaftrek (bijv. hypotheekrente). De ene keer wordt dit overheidsingrijpen gesteund door linkse partijen, de andere keer door rechtse of door beiden.
Waar we iets aan kunnen hebben, is een zinnige discussie over wanneer overheidsingrepen wel en wanneer het niet is gerechtvaardigd. Pleiten voor onthouding in zijn algemeenheid, doet al meer dan honderd jaar geen recht meer aan de realiteit.
Dit is liberale filosofie van kinderbijbelniveau. Goed voor verkiezingstijd misschien, maar daarbuiten? Als standpunt van een originele eigentijdse filosoof??

2. Nog steeds geen antwoord op wat geluk anders maakt
Veel belangrijker: het verschil tussen geluk en andere thema’s van overheidsbeleid wordt op geen enkele manier toegelicht. Waarom zou de overheid bij geluk meer terughoudend moeten zijn dan bij anderen zaken? Sebastien Valkenberg geeft er geen antwoord op.

3. Geen nationaal geluk zonder vrijheid en een behoorlijke welvaart
Als hij minder fact free te werk was gegaan, en zich wat minder aan het bashen van linkse mensen had overgegeven, had Valkenberg kunnen weten dat uit geluksonderzoek blijkt dat materiële welvaart (tot op zekere hoogte), democratische vrijheden en een niet-corrupte overheid sterk bijdragen aan geluk op nationale schaal. Het lijkt me dat de meeste mensen die een hoger Bruto Nationaal Geluk nastreven, dit eveneens beseffen en het niet verdienen met pseudo-communisten te worden vergeleken.

4. Waarom is Nederland gelukkiger dan de VS?
Wanneer Valkenberg zich wat minder op de vergelijking tussen Nederland en Bhutan (dan wel de Verenigde Staten en Bhutan) had ingelaten – de valkuil die hij zijn tegenstanders verwijt – had hij het geluksniveau in Nederland en dat in de Verenigde Staten met elkaar kunnen vergelijken. Dan zou hij hebben gezien dat ons land, een land waar de overheid veel sterker ingrijpt dan in Amerika, nog een stuk gelukkiger is. Dit klopt niet met zijn stelling.

5. Het hoeft niet altijd geluk te heten, om mensen gelukkiger te maken
Dat wij gelukkiger zijn, komt dan ook niet omdat voor ons land, zoals Valkenberg zegt, “het ouderwetse BNP nog steeds maatgevend is”. Zelfs het Centraal Planbureau (CPB) zal dit bestrijden. Het komt omdat wij (meer dan Amerika) een deel van onze welvaart, door middel van overheidsbeleid, hebben ingezet voor zaken die nauw met geluk samenhangen.

6. Wie ergens naartoe wil, heeft een kaart en een kompas nodig
Tenslotte: wat is er op tegen om geluk als ‘een’ van de politieke doelen te beschouwen, wanneer mensen dit doen langs democratische weg en met een open oog voor andere afwegingen?
Dat is niet links en niet rechts en zeker niet aan één bepaalde partij gebonden. Het is een kwestie van gezond verstand om ‘iets dat je nastreeft’ als doel in het vizier te nemen en niet te verwachten dat het zomaar vanzelf gebeurt. Om daar je kompas op in te stellen (bijv. door geluk te meten) en er een kaart bij te zoeken (door de reeds beschikbare kennis over geluk te gebruiken).
Geluk groeit niet zomaar aan de boom. Het is zelfs geen automatisch bijverschijnsel van welvaart (al heeft welvaart er wel invloed op). Maar om welvarend te worden, moesten we eerst welvaart gaan meten en ons het bereiken ervan tot doel stellen. Dus als we gelukkiger willen worden…

Dit bericht is geplaatst in Beleid, Economie, Politiek met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *