Geluksvaardigheden effectief tegen daling welbevinden in het onderwijs

Wist je dat leerlingen elke klas dat ze hoger komen in het voortgezet onderwijs, gemiddeld minder gelukkig worden?
Er zijn nu programma’s die deze achteruitgang voorkomen en waarbij leerlingen groeien in sociaal-emotionele en geluksvaardigheden.
Scholen kunnen veel opsteken van deze programma’s bij het uitwerken van hun plannen voor Onderwijs2032.

geluk-op-de-middelbare-school-gaat-steeds-verder-naar-beneden-net-als-een-glijbaanGeluk op school is een glijbaan
Het is een van de minst bekende cijfers over de (leer)resultaten van leerlingen, of eigenlijk: scholen. Het welbevinden tijdens hun leven door de schooljaren heen. Kent u deze cijfers van uw eigen school? Of die van uw kinderen?
Hier komen ze. Op de lagere school geven leerlingen gemiddeld nog een 8,2 voor hun geluk en welbevinden. In de eerste klas middelbare school (zo rond de 12 jaar) daalt dit naar 8,0.
Ach, dat komt door de overgang naar de grote school, zou je zeggen. Maar in het tweede schooljaar daalt het verder naar 7,7. Het derde en het vierde schooljaar gaat er nog wat vanaf. Het wordt: 7,5 en ten slotte op 16 jarige leeftijd: 7,4. Dat is bijna een punt lager dan in het basisonderwijs! Bedenk daarbij dat de meest relevante verschillen in ons geluk zich niet afspelen tussen
0 en 10, maar pakweg tussen de 6,5 en de 8,5 (vanaf 6 en lager gaat het echt miserabel met iemand), dan zie je dat die daling van gemiddeld 0,8 punt behoorlijk meetelt.

Bijna niemand kent deze cijfers
Hoe komt het dat ik deze cijfers wel weet en u niet? Ze zijn weggemoffeld (maar niet met opzet) in een rapport van 260 bladzijden over de toestand van de Nederlandse jeugd* (om precies te zijn op p. 81, tabel 5.1). Die toestand is in vergelijking met andere landen best goed, en dat was (begrijpelijk) de teneur van het rapport.
Omdat een dergelijke geluksdaling van jaar tot jaar internationaal voorkomt, vond kennelijk niemand (ook onder de pers en de lezers niet) dat verontrustend. Hoewel diezelfde tabel  laat zien dat deze daling in welbevinden min of meer gelijk op gaat met een stijging van psycho­soma­tische klachten, zoals vooral:

  • hoofdpijn (van 15,4 % op de basisschool tot 24,4 op 16 jaar);
  • rugpijn (7,4 % tot 15,1%);
  • ongelukkig voelen (8,5% tot 14,2%);
  • slecht humeur (18,4% tot 24,6%).

Een werk- of zorgomgeving waar je elk jaar minder gelukkig wordt…
Maar als het nu eens géén onderwijs was. Stel je eens voor dat je bij een nieuwe werkgever solliciteert, en het gemiddelde geluk van jou en je collega’s gaat er jaarlijks 0,2 punt op achteruit. Hoe lang wil je daar blijven? Wil je er überhaupt werken? Wat als dit soort cijfers bij een zorginstelling zouden worden gemeten?
Gek genoeg, hanteren wij zulke normen niet als het om middelbare scholieren gaat. Als ik deze cijfers vertel, reageren veel mensen: ach ja, ze moeten nu eenmaal volwassen worden. Of: het zal de puberteit wel wezen.

We weten immers ook niet dat juist geluk op jongere leeftijd de factor is die de meeste invloed uitoefent op ons geluk op latere leeftijd (veel meer invloed dan examenresultaten!), zoals ik in de vorige blog schreef.  Geen krant en geen onderwijs-tijdschrift in Nederland of België heeft ons over dat onderzoek van prof. Richard Layard verteld. Na vandaag hebt u dat excuus niet meer.

Leren omgaan met negatieve emoties, zoals boosheid, hoort ook bij geluksvaardigheden.

Een les over omgaan met je emoties die de nieuwe president van Amerika duidelijk niet heeft gehad. Over het nut van investeren in geluksvaardigheden gesproken!

Kunnen scholen die daling van geluk voorkómen? 
Gelukkig is er ook goed nieuws: Stel dat die daling van geluk niet aan de puberteit en het volwassen worden zou liggen?

Bijvoorbeeld omdat:
(1) Scholen en docenten nog vaak veel te weinig afweten van geluk en sociaal-emotioneel welbevinden.
(2) Ze er vrijwel geen les in geven en er geen aandacht aan besteden.

In dát geval (zegt een hypothese)… zal het welbevinden van leerlingen stijgen als een school daar wel verstand van krijgt en er systematisch aandacht aan besteedt (net als bij wiskunde, Engels of elk ander leergebied).

Welnu, deze hypothese is vorig jaar (2015) in onderzoek bevestigd!

En wéér gaat u mij vertellen dat u daar niets van hebt gehoord! (Tenzij u geabonneerd bent op Jacqueline Boerefijn’s voortreffelijke Scoop.It-attenderingen over onderwijs en geluk.)
Mijn antwoord is: “Ik weet óók niet waarom kranten en vaktijdschriften uitgerekend het serieuze nieuws over geluk niet serieus nemen.”
Maar ik kan gelukkig wel vertellen wat er in dat onderzoek staat, en wat je daar als school mee aankunt.

De kracht van wetenschap
Terwijl veel leraren open staan voor het leren van sociaal-emotionele of geluksvaardigheden, heeft dit onderwerp pas gezag en professioneel aanzien gekregen dankzij wetenschappelijk onderzoek. Hele handboeken (gebaseerd op honderden onderzoeken) zijn er inmiddels over sociaal-emotioneel leren verschenen. Datzelfde geldt  voor het, daarmee deels overlappende, onderzoek naar geluksvaardigheden.

Tientallen individuele oefeningen – of ruimer: het aanleren van vaardigheden – zijn apart in psychologisch onderzoek getest en het effect ervan op geluk is aangetoond.

Maar een oefening is nog geen lesprogramma. In tientallen vervolgonderzoeken zijn daarom zulke oefeningen in samenhang als programma getest. Daarbij gaat het vaak niet alleeen om een lessenreeks, maar ook om het omgaan met leerlingen in het algemeen. Vaak worden de ouders er eveneens bij betrokken. Aanvankelijk richtten deze programma’s zich echter maar beperkt op het welbevinden van  leerlingen.

Het Wellington College was een voorloper in het trainen in geluksvaardigheden.

Het traditionele Wellington College stamt uit 1859. Inmiddels loopt de school voorop met geluksonderwijs en heeft afdelingen in China.

Twee rijke kostscholen namen de eerste stap
De eerste programma’s die primair op geluk en welbevinden waren gericht vonden, gek genoeg, plaats bij twee tamelijk rijke kostscholen. De ene in Engeland, het Wellington College. De andere in Australië, de Geelong Grammar School (die ook een gewone school telt). Na een stevige training voor de docenten, kregen leerlingen hier les in ‘vaardigheden’ als: vriendelijkheid, optimisme, elkaars talenten onderkennen en waarderen, aandachts­training (mindfulness), doelen stellen en plannen maken; maar ook dankbaar zijn, leren vergeven, omgaan met tegenslag etc. Ze kregen bijv. theoretisch inzicht in hoe emoties werken en bespraken hoe je daarmee om kunt gaan als je zelf boos of verdrietig bent.

Anders dan je misschien van zulke elitescholen verwacht, hebben zowel het Wellington College als de Geelong Grammar School zich sterk ingespannen om andere scholen van hun ervaringen te laten meeprofiteren.

De Geelong Grammar School was een voorloper in het trainen in geluksvaardigheden.

De Hawker Library van de Geelong Grammar School. Inderdaad een beetje ‘elitair’. De school heeft trouwens ook een vestiging middenin de bossen en de bergen, waar leerlingen traditiegetrouw één schooljaar doorbrengen – een jaar waarin ze nog eens heel andere vaardigheden oefenen.

Wetenschappelijk getest op scholen in Zuid-Londen
In het verlengde van dit onderzoek en die eerste praktische ervaringen heeft de University of East London een programma in geluksvaardigheden ontwikkeld voor een vereniging van scholen in Zuidoost-Londen. Dit is de zogeheten (niet lachen, het blijft Engeland!) Haberdasher’s Aske’s Federation of Schools. Dit programma is een aantal jaren geleden van start gegaan. De uitkomsten zijn vergeleken met een school die een ‘gewoon’ programma met o.a. gezondheidsvoorlichting deed. Vorig jaar (2015) verscheen het officiële onderzoeksverslag in The Journal of Positive Psychology (sorry, achter ‘betaalmuur’).

Waardering van zichzelf, van vrienden en van de school een stuk hoger 
De meest sprekende resultaten van het programma in geluksvaardigheden waren:

  • Bij de ‘gewone leerlingen’ uit de controlegroep nam de mate van negatieve gevoelens in de loop der tijd duidelijk toe (in overeenstemming met wat we hiervoor zagen bij het welbevinden van Nederlandse scholieren). Bij de groep die het programma voor geluksvaardigheden volgde daalde deze daarentegen licht.
  • Bij de gewone groep daalde de tevredenheid van de leerlingen met zichzelf flink, bij de geluksvaardigheden-groep zo goed als niet.
  • Ook de tevredenheid met hun vrienden daalde zichtbaar, terwijl die in de geluksgroep vrijwel gelijk bleef (maar wel ietsje daalde).
  • De tevredenheid met school daalde in beide groepen. Maar in de groep die het geluksprogramma volgde was deze daling de helft kleiner.

Enigszins tot verbazing van de onderzoekers kwamen deze resultaten echter niet in het totaalcijfer voor levenstevredenheid (gemeten met een specifieke test) tot uiting. Hier was nog steeds bij beide groepen sprake van achteruitgang. De reden van dit verschil in effect is niet helemaal duidelijk. Wel gaven ze aan dat er sprake is van een dosering-effect-relatie. Aangezien het in uren en studieaandacht nog steeds een betrekkelijk klein programma was, mag van een groter programma (bijv. een echt schoolvak zullen we maar zeggen) een veel groter effect worden verwacht.

Wat vonden leerlingen en leraren er zelf van?
Net zo interessant zijn de kwalitatieve resultaten die naar voren kwamen uit open gesprekken met leerlingen en leraren. Een enkeling vond de onderwerpen van het programma in geluksvaardigheden maar ‘zo zo’ of niet echt ‘bij school passen’. Andere leerlingen zijn oprecht door de lessen geraakt.

  • Zo nam één meisje een oefening, die je bewust moet maken van negatieve emoties, met succes mee naar huis om haar familieleden te laten merken hoe onaardig ze vaak tegen elkaar waren. (Kom daar eens om bij andere lesthema’s… — het is toch prachtig als je dit soort dingen in iemands leven bereikt!)
  • Een andere leerling zei: “You can talk about things and stuff that none of the lessons like history and English don’t cover, so you can think about feelings and how to deal with it, and if you are sad sometimes and you want to know how to cool down or not to get angry.”
  • Terwijl een leraar constateerde: “I think for me what has been eye opening is the fact that some of these children find it very difficult to cope.” (Let wel, dat viel hem dus pas op toen hij met het onderwerp bezig was. Daarvóór dacht hij waarschijnlijk ook dat het allemaal wel goed zat.)
  • Heel aardig is ook de volgende reactie: “The course has affected me, it made me think more about me as in ‘how I feel’, ‘what I am doing’, ‘how I am behaving when I wake up in the morning’ and how I can control my life. Stuff like [saying to myself] ‘I am going to have a good day’ or ‘I am going to have a bad day’ and I can decide that…” Was getekend? Opnieuw — een leraar!

Jammer dat het belang van geluksvaardigheden in de rapportage van de Onderwijscoöperatie en de regiegroep over Onderwijs2032 niet eens te vinden is. Ook de SLO-verkenning ‘Persoonsvorming als Curriculaire Uitdaging‘ is op dit gebied heel mager. Wie een wijdere blik op dit onderwerp wenst, moet die vooralsnog net buiten de gangbare onderwijskundige en onderwijsvernieuwingskanalen zoeken (bij mensen die overigens net zo goed verstand van, en ervaring met, onderwijs hebben):

Masterclass Onderwijs en Geluk in Amersfoort
Op 13 en 14 december 2016 geef ik vanuit de Erasmus Universiteit en deels samen met prof. Ruut Veenhoven een Masterclass Onderwijs en Geluk; speciaal voor leidinggevenden in het onderwijs (schoolleiders, decanen, coördinatoren, bestuurders of beleidsambtenaren; maar ook docenten of anderen zijn welkom). Hierbij word je in twee dagen ondergedompeld in het onderzoek naar welbevinden, mindfulness en geluksvaardigheden, evenals de ervaringen op scholen als Geelong en Wellington, maar ook in Nederland! Na afloop hebben deelnemers alle basisinformatie om in hun eigen organisatie een verandertraject naar meer welbevinden voor leerlingen en docenten op gang te brengen.

Het aantal mogelijkheden groeit
Maar er zijn meer deskundigen, en meer mogelijkheden. Zo schreef ik op deze site al enthousiast over de gelukslessen en training in geluksvaardigheden van Gelukskoffer (Clara den Boer) en het programma Leer- en Veerkracht voor scholen van dr. Rinka van Zundert.
In Twente doen meerdere basisscholen mee aan het project PEP (Positief Educatie Programma). Dit wordt begeleid door de Universiteit Twente (prof. Ernst Bohlmeijer) en de Katholieke Universiteit Leuven uit België.
Rinka van Zundert & Bernadette Lensen, de directeur van de Nicolaasschool die zij begeleidt, evenals Jochem Goldberg – onderzoeker bij het PEP-project – doen trouwens ook mee bij de Masterclass.
En wie persoonlijk vast een stevige basis wil leggen, kan vanaf januari inschrijven voor de cursus Positieve Psychologie in het Onderwijs van Jacqueline Boerefijn.
Mogelijk zijn er zelfs nog meer initiatieven.

* Noot: Vanaf 2001 doen de Universiteit Utrecht, het Trimbos-instituut en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) elke 4 jaar onderzoek gedaan naar de gezondheid en het welzijn van scholieren in Nederland. Dit heet het HBSC-onderzoek (Health Behaviour in School-aged Children). Het gaat over allerlei thema’s in het leven van schoolgaande jongeren tussen 11 en 16. Het vergelijkt de Nederlandse jeugd daarbij met jongeren in andere landen.
Het internationale HBSC-onderzoek is een van de langst lopende studies naar de jeugd in Europa. Er doen ruim 40 landen aan mee. Het laatste rapport is alweer uit 2013. Een volgende versie zal pas in 2017/2018 verschijnen.

Dit bericht is geplaatst in Geluksonderzoek en Positieve Psychologie, Opvoeding, onderwijs en kinderen met de tags , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Geluksvaardigheden effectief tegen daling welbevinden in het onderwijs

  1. Pingback: Economisch onderzoek toont aan: persoonsvorming en welbevinden van leerlingen minstens zo belangrijk als kennis | Geluksdoctorandus

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *