Minstens drie argumenten voor een liberale gelukspolitiek

De cover van het boek Gelukspolitiek, Liberalisme en de waarde van de vrijheid. Door prof. dr. Martin van Hees (voorzitter), Mark van de velde (scribent), Hans de Hoog, Bas Kurvers, Patrick van Schie (directeur TeldersStichting) en Mart van de VenJarenlang zwijgen politici over geluk. Dan opeens verschijnt er een boek van het wetenschappelijk bureau van de VVD, de TeldersStichting. Het heeft als titel: Gelukspolitiek. Liberalisme en de waarde van de vrijheid.
Geluksdoctorandus was nieuwsgierig, maar kwam van een koude kermis thuis. Terwijl geluk en liberalisme toch helemaal niet zo ver uit elkaar liggen. Het zijn beide kinderen van de Verlichting.

Zijn er eigentijdse argumenten voor een liberale gelukspolitiek?

Zoiets zou nu typisch een vraag zijn voor het wetenschappelijk bureau van een politieke partij, zoals de VVD of D’66.

De liberale beginselen zijn duidelijk. Vrijheid staat daarbij hoog in het vaandel. Maar de maatschappij verandert en onze kennis over mens en samenleving neemt toe. Treffende voorbeelden zijn het geluksonderzoek en de gedragseconomie. Interessant dus, om in dat licht eens met frisse ogen naar een hedendaagse toepassing van de liberale uitgangspunten te kijken. 

Vergeet niet dat liberalen verhoudingsgewijs minder religieus zijn. Het geluk-in-het-hiernamaals kan hen niet meer betoveren. Juist het geluk-in-dit-leven zal bij hun dus vaak een levensdoel zijn. Alle reden om daar als liberale partij aandacht aan te besteden. Zouden er geen punten zijn waarop het loont om, in vrijheid, samen en via de politiek naar een groter geluk te streven? Uiteraard met respect voor de vrijheid van anderen (die geen geluk zoeken of daar vreemde opvattingen over hebben). Laten we eens nagaan wat de nieuwste wetenschappelijke inzichten ons hierbij kunnen bieden!

Vanuit deze invalshoek zou ik mij een liberale studie naar gelukspolitiek goed kunnen voorstellen. Uiteraard zouden daar andere conclusies uit voortkomen dan uit een sociaal-democratische of een christelijke benadering. Ten slotte kun je wetenschappelijke resultaten nooit rechtstreeks in beleid vertalen. En blijven verschillen in waarden altijd een rol spelen.

Maar ik zit er helemaal naast!

Dat begreep ik toen ik het nieuwe geschrift van de TeldersStichting (het wetenschappelijk bureau van de VVD) opensloeg. Het heet ‘Gelukspolitiek en de waarde van de vrijheid’ en is geschreven door prof. dr. Martin van Hees (hoogleraar ethiek aan de Vrije Universiteit en voorzitter), Mark van de Velde (scribent), Hans de Hoog, Bas Kurvers, Patrick van Schie (directeur van de TeldersStichting) en Mart van de Ven. De auteurs willen helemaal niets van gelukspolitiek weten. Zij trekken tal van registers open om alles wat daar zelfs maar mee te maken heeft, af te raden.

Door de bank genomen hebben ze daarbij vooral één argument: vrijheid gaat boven alles — dus ook boven geluk. Zelfs gezondheidsbevordering door de overheid of nudging worden als een bedreiging van deze vrijheid gezien.
Nudging doe je bijv. door de gezonde hapjes in de bedrijfskantine vooraan te zetten. Het is een poging tot beïnvloeding van iemands gedrag, zonder diens vrijheid te beperken, want hij kan nog steeds een broodje kroket bestellen. Maar zelfs daarbij, ligt volgens de TeldersStichting het paternalisme op de loer. In vrijheid naar geluk streven, is prima; maar het mag geen thema van de overheid worden.

Gelukspolitiek als streven naar gelijkheid in vermomming
Getriggerd door deze negatieve insteek ga ik op zoek. Had ik bij de eerste lezing nog de argumenten aangestreept, nu ga ik op zoek naar het beeld van gelukspolitiek dat de schrijvers voor ogen staat. Zo spreken ze van een “invloedrijke groep gelukswetenschappers”. Jawel! En die vinden dat aan de uitkomsten van geluksonderzoek politieke consequenties kunnen worden verbonden.

Hopen dat er iets met je onderzoek gedaan wordt,  komt vaker voor, zou ik zeggen. Ook VVD-politici willen immers graag dat research praktisch relevant is.

Maar in dit geval is er meer aan de hand, want “de geluksagenda is soms nog bedenkelijker dan het vertrouwde linkse gelijkheidsideaal”.

Kijk eens aan! Denk wel aan je hart, als je toch verder leest.

Gelukspolitiek is vaak “een vermomming van het ouderwetse gelijkheidsideaal, met de toevoeging dat er een sterk paternalistisch element in schuilt”, zeggen de schrijvers. Sommige geluksonderzoekers willen namelijk niet alleen dat rijke mensen meer belasting gaan betalen, ze menen ook nog eens dat de rijken daar zélf gelukkiger van worden (dat is het paternalistische element).

Om dit aan te tonen, worden voorbeelden aangehaald die variëren van het voorstel voor een extra hoge BTW op luxe consumptiegoederen tot de subsidie voor getrouwde stellen van premier Cameron, de leider van de Britse Conservatieven.

Een huwelijkspremie als voorbeeld van gelukspolitiek???

Liever geen discussie…
Geen wonder dan ook dat het volgende hoofdstuk zelfs “De gevaren van gelukspolitiek” heet. Dergelijke plannen, zegt dit, “bevestigen onze vrees dat, zodra geluksbevordering een beleidsdoel wordt, er onvermijdelijk een politieke discussie ontstaat over de ingrediënten van een gelukkig leven. Die discussie gaat ten koste van individuele vrijheid…” (p. 27)

Lees ik het goed, wat hier staat?

Vindt uitgerekend de VVD dat een politieke discussie over geluk voorkómen moet worden omdat dit ten koste gaat van de individuele vrijheid?

Zijn deze liberale schrijvers nu tegenstanders van de vrijheid van meningsuiting geworden?

Het lijkt er bijna op. Ze bepleiten geen censuur, maar doen alles om geluk als doel van de overheid buiten de publieke discussie te houden: “beleidsmakers moeten [dan] immers generaliseren op basis van statistisch significante verbanden tussen standaardkenmerken (gezond, arm, kinderloos, gelovig, gehuwd etc.) en geluk. Met de geluksgevoelens van de niet-gemiddelde, veelzijdige mens kan door informatiegebrek geen rekening worden gehouden…”

Geluksonderzoeker als vogelverschrikker
Hier wordt een karikatuur geschetst van de politieke discussie én van beleidsmakers. Alsof die alleen maar op grond van statistische verbanden beleid zouden maken — of dat zouden moeten doen volgens geluksonderzoekers. Alsof geluk iets is dat je op een technocratische manier van bovenaf, op basis van gemiddelden, zou moeten invoeren. Er is geen geluksonderzoeker die dát heeft gezegd! Bovendien: waarom zou dat gevaar bij geluk  groter zijn dan bij andere overheidsdoelen die mede zijn gebaseerd op onderzoek?

Vogelverschrikker-van-Christophe-Dumont-(foto-Gudul-CC)

De debatstechniek die de auteurs hier gebruiken, heet in de rhetorica (= de kunst van het debatteren) de ‘straw man fallacy’ ofwel stro-pop-redenering.
Je vervormt eerst de argumentatie van je opponent tot een soort vogelverschrikker en vervolgens ga je met krachtige argumenten de vogelverschrikker te lijf.
Meestal verliest de vogelverschrikker.

In wezen is deze argumentatietechniek natuurlijk een teken van zwakte.

Als je daar eenmaal aan begint…
Daarnaast waarschuwt de TeldersStichting bij gelukspolitiek voor “het gevaar van de glijdende schaal”.
Let op: “Als ons consumptiegedrag mag worden gereguleerd om te voorkomen dat minder gefortuneerden ongelukkig worden van het onstane statusverschil, dan kan de volgende stap zijn dat de ruimte voor aanstootgevende politieke of artistieke uitingen wordt beperkt.” (p. 31)

Dit is inderdaad een heel krachtig argument. Hiermee kun je iemand zelfs afraden om zijn geraniums water te geven. Want de volgende stap kan wel eens zijn dat z’n woonkamer overstroomt… Dan krijg je lekkage en ruzie met de onderburen. Begin er niet aan!

De angst regeert
De ondertekst is dat de zes heren van de TeldersStichting vooral bang zijn voor gelukspolitiek. Ze vinden het “gevaarlijk” en “waarschuwen” ervoor. Want het zou wel eens kunnen leiden tot hogere belastingen voor mensen die meer verdienen. Of die meer uitgeven. Het kan er misschien toe leiden dat mensen die ongezond leven meer moeten betalen voor hun zorgverzekering.
Ja, het zou wel eens kunnen dat een overheid die geluksbeleid voert straks bepaalde zaken die goed voor ons zijn, méér bevordert dan zaken die slecht voor ons zijn. Zelfs dát lijkt in dit boek al een bedreiging van de vrijheid.

Al deze zaken, daar kan men natuurlijk voor of tegen zijn. Maar deze onderwerpen maken allang, onafhankelijk van het geluksonderzoek, deel uit van het publieke debat.
Een rechtgeaarde, wetenschappelijk getinte publicatie over geluksbeleid zou deze thema’s  op zichzelf bespreken.
De TeldersStichting daarentegen verzamelt uitspraken van allerlei uiteenlopende geluksdenkers om de liberale lezer met een schrikbeeld te intimideren. Andere uitspraken, zoals die van geluksprofessor Ruut Veenhoven, worden terloops genoteerd, maar nauwelijks meegewogen.
Zoiets kunnen politici doen in het vuur van een verkiezingsdebat, je zou denken dat een wetenschappelijk bureau boven dit soort rhetorische trucs hoort te staan.

De waker, de dromer, de slaper…
Al met al probeert het geschrift als het ware drie ‘dammen’ tegen gelukspolitiek op te werpen.

1. De eerste dam (‘de waker’) noemden we al: vrijheid als hoogste waarde. Dat is een gerechtvaardigd uitgangspunt. Het hoeft een liberaal geluksbeleid echter niet in de weg te staan, tenzij je daar eerst een vogelverschrikker van maakt.

In essentie is het echter onzinnig om een dam op te werpen tegen het politiek gebruik van geluksonderzoek:
• Geluksonderzoek leidt namelijk uitsluitend tot empirische conclusies (over oorzaken en gevolgen van geluk). Daaruit volgt geen enkele politieke, dus normatieve aanbeveling. 
Om empirisch onderzoek te ‘vertalen’ in een politiek standpunt zijn eerst normatieve uitgangspunten, ofwel waarden, nodig. Geluksonderzoek zelf kán helemaal geen waarden leveren. 
In de reeds bestaande discussie tussen bepaalde waarden kan geluksonderzoek bepaalde perspectieven hooguit plausibeler maken. Een hogere belasting van topverdieners lijkt een stuk minder pijnlijk, als je beseft dat ze van al dat extra geld toch nauwelijks gelukkiger worden. Maar deze afweging gaat pas gewicht krijgen, in het licht van een (voorafgaande!) opvatting over rechtvaardigheid, bijv. een sociaal-democratische of een utilitaristische, die zegt dat zwaardere schouders sterkere lasten mogen dragen.
Wie met open vizier strijdt, zal wetenschap en waarden uit elkaar houden en dus die opvatting van rechtvaardigheid aanvechten, en niet het empirisch geluksonderzoek. De schrijvers van Gelukspolitiek bestrijden hun linkse tegenstanders via de omweg van het geluksonderzoek — merkwaardig, merkwaardig…

2. Als tweede dam (‘de dromer’) dient dan ook een poging om het geluksonderzoek ongeloofwaardig te maken. Deze methode is o.a. bekend uit het klimaatdebat. (De TeldersStichting is daarbij al door eigen partijcoryfeeën op de vingers getikt.) Zo zou er volgens de schrijvers een blijvende controverse zijn rond de vraag of geld al dan niet gelukkig maakt. Iedereen die dit debat over geld en geluk ook maar een beetje kent, weet echter dat er over belangrijke onderdelen van dit thema overeenstemming bestaat: geld maakt gelukkig tot op zekere hoogte. Daarboven heeft het misschien nog wel wat invloed, maar het marginaal nut ervan neemt domweg af.

Zie bijv. de blog “Geld maakt gelukkig” – maar wat betekent dat eigenlijk?”, die ik daarover vorig jaar schreef, maar ook de serie blogs “Van geld naar geluk over hoe je met je geld het meeste geluk kunt behalen.

3. De derde dam (‘de slaper’) die het boek tegen gelukspolitiek opwerpt, betreft de manier waarop de politiek tot nu toe gebruik maakt van het geluksonderzoek, namelijk in de vorm van cherry picking. Politici halen er gewoon uit wat in hun straatje past — en dat zal altijd wel zo blijven zeggen de schrijvers.
Hun constatering over het cherry picking lijkt me niet zo ver van de waarheid, maar zegt dit niet meer over politici dan over het geluksonderzoek? Gek genoeg, ontkracht deze constatering tegelijk de vermeende dreiging, die van het geluksonderzoek zou uitgaan.

De mogelijkheden en onmogelijkheden van gelukspolitiek worden niet besproken
De zes liberale heren volgen een merkwaardige debatstrategie:
• Serieuze Auseinandersetzung over de mogelijkheden en onmogelijkheden van geluk als politiek thema ontbreekt (zoals dat bijv. op deze site gebeurt of in bij de conferentie Sturen op Geluk van het SCP).
• De schrijvers doen er daarentegen alles aan om het thema geluk zo ver mogelijk van de politiek vandaan te houden. Zelfs het onschuldige principe van nudging voorzien ze nog van waarschuwende kanttekeningen.
Het is een angstvallig relaas dat niet getuigt van de moed en intelligentie die je van eigentijdse liberalen zou verwachten.

Liberaal denkende Nederlanders (of Belgen of Surinamers etc.) hoeven namelijk helemaal geen afstand te nemen van het geluksonderzoek. Daar zijn op zijn minst drie goede redenen voor:

1. Mede dankzij liberale politiek zijn wij nu zo gelukkig
Voorstanders van ‘geluk’ (of eigenlijk: van beleid dat gebruik maakt van het onderzoek naar geluk) zijn er aan alle kanten van het politieke spectrum. Geluksonderzoekers als groep hebben evenmin een uitgesproken politieke kleur. Onder meer onze eigen Nederlandse geluksprofessor, Ruut Veenhoven, heeft aangetoond dat juist onze vrijheid een belangrijke reden is dat Nederland internationaal zo hoog scoort op geluk. Ook een hoger inkomen leidt (zij het tot op zekere hoogte) tot meer geluk, zowel individueel als nationaal.

De kracht van Nederland is dat wij, in tegenstelling tot bijv. de Verenigde Staten, een belangrijk deel van de economische groei hebben omgezet in beleid dat feitelijk ons geluk heeft bevorderd (zonder dat de regering daarbij expliciet geluk nastreefde). Het kan de moeite waard zijn om dit, maar dan bewust, te handhaven.
Dit onderzoek wordt in het boek van de TeldersStichting geciteerd, maar eenzijdig weergegeven.
Het wordt echter sowieso verworpen, omdat de liberale waarden daarmee op “een instrumentele manier”(= louter als een middel tot geluk) worden verdedigd.
Stel je voor, is daarbij letterlijk de achterliggende gedachte (p.28), dat op een dag uit onderzoek “zou blijken dat vrijheid toch niet zoveel bijdraagt aan geluk dan eerder gedacht”.

Stel je voor, zou je ook kunnen zeggen, dat op een dag de zwaartekracht de andere kant op zou werken… Dat zou immers zomaar uit onderzoek kunnen blijken.

Veel vertrouwen in evidence based onderzoek (dat reeds meerdere malen is bevestigd en ook nog eens in de lijn ligt van het gezonde verstand) hebben de auteurs niet.

2. Vrijheid en geluk kunnen goed samengaan
Prof. Ruut Veenhoven heeft de liberalen overigens nóg een interessante gedachte aan de hand gedaan. Vrijheid en geluk zijn beide belangrijke waarden. Je kunt er over twisten welke de hoogste is, maar soms hoeft dat helemaal niet. Stel nu dat je het geluk kunt vergroten, terwijl onze vrijheid gelijk blijft?

Ook deze gedachtengang wordt in dit boek over gelukspolitiek aangehaald, maar meteen weer terzijde gelegd.

3. Ook de sociale wetenschappen boeken vooruitgang, daar kan de overheid gebruik van maken
Liberalen zijn traditiegetrouw voorstanders van dynamiek, innovatie en vernieuwing. Die zijn gebaseerd op research en vervolgens op het praktisch toepasbaar maken daarvan, m.a.w. op wetenschappelijke vooruitgang.

Onderzoek in de sociale wetenschappen (ofwel economie, psychologie, bestuurskunde en bedrijfskunde etc.) gaat net zo in zijn werk. Waarom zouden liberalen daaraan voorbij gaan? Is er geen sociale innovatie nodig om de technologische in goede banen te leiden?

Achterwaarts de 21e eeuw in
Maar de auteurs van de TeldersStichting willen niets weten van geluksonderzoek, noch van gedragseconomie of van het beïnvloeden van gedrag op gezondheidsgebied. Dáár heeft de overheid in hun ogen geen boodschap aan.

Zo huppelen ze achterwaarts de 21e eeuw in. Mij dunkt, de VVD verdient een beter wetenschappelijk bureau. Om te beginnen een bureau dat wetenschap serieus neemt.
Mocht je het boekje toch al hebben gekocht, treur niet. Het wordt snel veel geld waard. Het is nu al antiquarisch!

Dik-Trom-rijdt-achterstevoren-op-ezel

… met de TeldersStichting de 21e eeuw in …

(dit artikel is licht aangepast op dinsdag 23 december)

Dit bericht is geplaatst in Beleid, Boekbespreking met de tags , , , , , , , . Bookmark de permalink.

2 reacties op Minstens drie argumenten voor een liberale gelukspolitiek

  1. Martin Vis schreef:

    De VVD is meer bezig met de huidige problematiek van het land. Maar regeren is vooruitzien en dan moet je naar de toekomst kijken. Dit doet de VVD niet; andere partijen doen dat beter. Vergelijk de standpunten van de partijen onderling over de echte toekomst op http://stemwijzervoordetoekomst.nl Misschien kan je zelf hieruit bepalen welke partij het eerst stappen gaat zetten om te gaan sturen op welzijn (geluk) in plaats van BBP.

    • geluksdoctorandus schreef:

      Beste Martin, mooi dat je je inzet voor een betere toekomst! Het overzicht van standpunten dat je op http://stemwijzervoordetoekomst.nl maakt, is instructief. Toch ontbreekt ook daarbij de aandacht voor het subjectief ondervonden geluk, ofwel welbevinden (c.q. kwaliteit van leven). Juist door vooruitgang in termen van geluk na te streven (en te meten), in plaats van in welvaart, kunnen de door jou voorgestane veranderingen plaatsvinden zonder dat we erop achteruit gaan. Misschien kan het meenemen van deze dimensie (in je vergelijking van politieke standpunten) een idee voor volgende versies zijn. Dan hoop ik overigens wel dat de politieke partijen zelf er iets meer over gaan zeggen… :-)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *