Wat heeft geluk met politiek te maken?

Dat wij in België en Nederland zo gelukkig zijn, danken wij voor een groot deel aan de politiek!

We zijn al behoorlijk gelukkig
Nederland en België doen het goed in talloze internationale vergelijkingen van geluk (Nederland doorgaans meer dan België) en dat komt doordat politici zich in het verleden voor ons en onze vrijheid hebben ingezet. Het komt voor een deel door wat bestuurders en parlementariërs hebben gedaan, en voor een belangrijk deel ook door wat ze hebben nagelaten.
Wij hebben daar zelf aan bijgedragen, door te stemmen of te demonstreren, en door onze meningen via de media aan de politiek door te geven.
Zowel “wij” als “zij in Den Haag” of “zij in Brussel” hebben door de jaren heen redelijk wat van geluk begrepen, alleen zonder het zo te noemen.

Maar we laten ook belangrijke kansen lopen…

We zouden er nog véél méér van begrijpen als we het beestje gewoon bij de naam noemen – namelijk: geluk – en als we zouden nagaan hoe die invloed van (overheids)beleid op geluk feitelijk in zijn werk gaat.

Als we met zijn allen gelukkig willen blijven, of zelfs nog gelukkiger willen worden, is het belangrijk om te weten hoe de invloed van politiek op geluk in elkaar steekt.

 Het politieke wereldbeeld ‘zonder geluk’
Als we geluk buiten beschouwing laten, gaat het in de politiek om:

1. Feiten en daarop gebaseerde wetenschappelijke inzichten
Daarover zou iedereen het in principe eens moeten zijn, ongeacht de politieke partij.

2. Normen en waarden, en principes
Die kunnen verschillen en daarom zijn er verschillende politieke partijen.

Daarbij nemen we dan stilzwijgend aan dat geluk voor iedereen anders is en dat het bevorderen van geluk geen taak voor de overheid is.

Impliciete politieke opvattingen over geluk
In feite hanteren politici echter wel degelijk breed gedeelde opvattingen over geluk. Bijvoorbeeld:

• Welvaart is goed voor het geluk.

Want waarom zouden we welvaart (c.q. economische groei) als overheidsdoel nastreven, als dit nergens toe diende? De reden dat we naar welvaart streven, is dat we er van uitgaan dat dit ons gelukkig(er) maakt.

Maar daarbij vragen we ons nooit af: wat is eigenlijk geluk? Of: wat is nu precies de bijdrage van welvaart aan geluk? 

• Sterke schouders, zwaardere lasten.

Dit lijkt een moreel principe, maar er ligt een feitelijk inzicht over geluk aan ten grondslag en dat is: bij wie al het nodige heeft, voegt iets extra’s minder toe dan bij wie nog niet zoveel heeft. Hij of zij kan dus ook makkelijker iets missen.
Ditzelfde principe ligt mede ten grondslag aan het “progressieve” belastingtarief (hoe meer je verdient, hoe meer je over het hogere deel betaalt) dat in de meeste ontwikkelde landen gebruikelijk is.
Hierachter schuilt de gedachte dat de marginale (dus extra) opbrengst aan geluk, naarmate iemands inkomen stijgt, steeds aan kleiner wordt. Dit is een wetenschappelijk gegeven. Zonder deze feitelijke basis, zou het morele principe van de ‘sterke schouders’ nergens op slaan!

Waarom gebruiken we dit inzicht dan alleen te hooi en te gras, terwijl we er uit onderzoek al zoveel meer over weten?

• Onderwijs, gezondheidszorg en een acceptabel sociaal vangnet zijn belangrijk.

• Vrijheid is belangrijk.

• Een betrouwbare overheid en rechtspraak zijn belangrijk.

Dit lijken louter morele uitspraken, ofwel ‘waarden’, maar ze komen grotendeels overeen met wat het geluksonderzoek ons vertelt. Het is wetenschappelijk bevestigd dat zaken als deze aan ons geluk bijdragen.

Waarom zouden we dan niet nagaan wat het geluksonderzoek nog meer te vertellen heeft?

Alles wat de politiek doet, raakt ons geluk
Zoals uit het bovenstaande al blijkt, zijn er tal van zaken die weliswaar geen geluk heten, maar er wel een belangrijke invloed op hebben.
Om te sturen op geluk, hoeft de overheid ons dus niet rechtstreeks gelukkiger te maken. Het is al heel nuttig als politici en bestuurders beseffen welke factoren invloed hebben op ons geluk. Sommige daarvan kunnen zij beïnvloeden (zoals werkgelegenheid!), sommige niet of veel minder (zoals ons persoonlijk gedrag en karakter).

Een voorbeeld: De invloed van economische groei op geluk is veel kleiner dan we denken. Die invloed loopt vooral via andere zaken, zoals werkgelegenheid. Maar: economische groei op zichzelf leidt allang niet meer automatisch tot extra werkgelegenheid. Dus als politici ons gelukkiger willen maken, kunnen ze zich beter rechtstreeks op een samenhangend werkgelegenheidsbeleid richten, dan alleen maar op economische groei.

Het is ook belangrijk als politici weten welke factoren géén invloed (of zelfs een negatieve invloed) op geluk hebben. Daar hoeven ze dan minder aandacht aan te besteden, of ze kunnen er zelfs op besparen.

Op zo’n simpele manier kan ‘geluk’ al helpen om keuzes in de politiek te verhelderen.