Wat Emmen ons leert over het geheim van gemeentelijk geluk

Steevast staan ze onderaan: nummer 50 op de Woonaantrekkelijkheidsindex in de Atlas voor Gemeenten. En dan ook nog eens bijna laatste op de Sociaal-Economische Index. Na verloop van tijd kregen ze in Emmen, in het mooie en rustige maar onopvallende Zuid-Oost Drenthe, een hekel aan die Atlas.
Totdat ‘de Atlas’ dit jaar besloot om het geluk te meten. Als een duveltje uit een doosje sprong Emmen omhoog naar de 16e plaats!

Op welke ranglijst wil jij eigenlijk dat jouw gemeente scoort?

En zo werden de samensteller van de Atlas voor Gemeenten, Gerard Marlet (rechts), en de burgemeester van Emmen, Eric van Oosterhout (links), toch nog vrienden…

Belastinggeld goed uitgeven
Die plaats van Emmen in de Atlas voor Gemeenten laat sprekend zien hoe ver bestuurders ernaast kunnen zitten als zij op verkeerde richtingaanwijzers koersen.
Zo’n foute koers zie je niet meteen als je door de stad fietst. Maar het betekent dat flinke bedragen van een gemeente worden ingezet voor doelen die er eigenlijk niet zoveel toe doen… Juist controllers, financieel specialisten en leden van gemeentelijke rekenkamers zouden dus eigenlijk meer van sturen op geluk moeten afweten. Maar eigenlijk geldt dat natuurlijk voor ons allemaal.

Middelgrote steden zijn het gelukkigst
De Atlas voor Gemeenten 2017 biedt een mooie inleiding in dit onderwerp. Niet alleen Emmen, ook andere plaatsen scoren heel anders op de ranglijst van geluk dan op de gebruikelijke lijstjes om steden te beoordelen.
Wie had bijvoorbeeld gedacht dat uitgerekend Ede bovenaan zou staan? Gevolgd door Alphen aan de Rijn (2), Amstelveen (3), Amersfoort (4) en Gouda (5).
Het fiere Rotterdam (50) staat nu ineens onderaan, ‘gevolgd’ door Amsterdam (49), Arnhem (48), Den Haag (47) en Sittard-Geleen (46). Die andere grote stad, Utrecht, is 29e.

Invloed van demografische factoren
De samenstellers hebben echter hun uiterste best gedaan om objectief te zijn. Naast de vaste redactie van de Atlas (dr. Gerard Marlet en dr. Clemens van Woerkens) is dat dit jaar de afdeling EHERO van de Erasmus Universiteit (Erasmus Happiness Economics Research Organisation). Zou het kunnen, vroegen zij zich af, dat de gelukscore van een gemeente niet alleen aan het gemeentebeleid ligt, maar ook aan het type mensen dat een gemeente aantrekt? Doordat EHERO de World Database of Happiness beheert, beschikten de onderzoekers over het best mogelijke vergelijkingsmateriaal. Ze weten daardoor hoe gelukkig in het algemeen ‘ouderen’, ‘jongeren’, ‘migranten’, ‘gelovigen’ enzovoort zijn. Zo’n driekwart van het geluk in een gemeente konden zij daarmee in verband brengen, maar lang niet alles.

75% Van het gemeentelijk geluk
De onderzoekers vonden zeven regelmatig voorkomende verklaringsfactoren voor gemeentelijk geluk:

  • Bevolkingsomvang (hoe kleiner een stad, hoe gelukkiger)
  • Bevolkingssamenstelling (niet-westerse allochtonen zijn minder gelukkig)
  • Samenstelling van het huishouden (alleenstaanden zijn minder gelukkig)
  • Arbeidsparticipatie (arbeidsongeschikten zijn minder gelukkig)
  • Gezondheid (wie vaker een huisarts bezoekt, is minder gelukkig)
  • Religie (protestanten zijn in doorsnee gelukkiger dan moslims of niet-gelovigen)
  • Woonklimaat (de woonaantrekkelijkheid draagt toch een beetje bij)

Uiteraard zijn dit allemaal gemiddelden! Wat er precies is gemeten, hangt ook vaak af van de beschikbare gegevens. Neem het ‘aantal huisartsbezoeken’ bijvoorbeeld. Dit is natuurlijk een weinig exacte meting van iemands individuele gezondheid, maar als statistische indicator voor de gezondheid van een grote groep mensen is het behoorlijk betrouwbaar.

Factoren die je wel en niet kunt beïnvloeden
Als algemene lijn valt op basis hiervan te zeggen dat grotere steden ons niet noodzakelijk ‘ongelukkiger maken’, maar wel meer mensen aantrekken die gemiddeld minder gelukkig zijn. De grotere ‘woonaantrekkelijkheid’ en de betere voorzieningen in een grote stad kunnen dat maar voor een deel compenseren. Dat komt ook omdat juist de zwakkere groepen veel minder van dat soort factoren profiteren.
Door de bank genomen is het een hele puzzel om per stad na te gaan welke factoren de meeste invloed op geluk hebben, en welke daarvan je met gemeentelijk beleid kunt beïnvloeden. Sturen op geluk is dus net zo lastig als economisch of ruimtelijk beleid. Alleen weet je zeker dat je dan mikt op wat de inwoners zelf ervaren.

Het raadsel van Emmen blijft
Terug naar Emmen. Het aantal gelukkige inwoners dáár is groter dan je op basis van de voornoemde 7 kenmerken zou verwachten. Waar zit hem dat in?
Een aantal factoren waarmee je geluk op gemeentelijk niveau kunt beïnvloeden, zijn moeilijk via de bekende standaardindicatoren te meten. De invloed van het onderwijs bijvoorbeeld of de aanwezigheid van goede geestelijke gezondheidszorg. Die kunnen een rol spelen. Of sfeer en mentaliteit. Bij de publicatie van de nieuwe Atlas voor Gemeenten op 18 mei in, hoe toepasselijk, het Atlastheater van Emmen lieten de Emmenaren een film zien, waarin zij zelf ook naar die vraag op zoek gingen.
Een van de geïnterviewden, die regelmatig in de Randstad kwam, vertelde daar dat zij op de terugweg vanaf de IJssel bij Zwolle weer langzaam de hectiek en de stress voelde verdwijnen en het gevoel kreeg dat zij weer thuiskwam.
Zelf kan ik me dat goed voorstellen, maar ja, heb je dáár als gemeente wel invloed op?

Praktijkmiddag Sturen op Geluk, 28 juni in stadhuis Eindhoven
Wil je meer weten van de geluksfactoren die een gemeente met beleid kán beïnvloeden, dan kun je woensdagmiddag 28 juni terecht in het stadhuis van Eindhoven.
Voor 75 euro kun je daar, na een kort plenair programma, vier verschillende workshops naar keuze volgen van zes gemeentes die al op een of andere manier voor het geluk van hun inwoners aan de slag zijn. Ook schrijver dezes zal daar een workshop geven over geluk en gemeentebeleid.
Dit is het programma en hier is de link om je aan te melden.


Van Atlas naar Burgerpeiling
Sturen op geluk kun je uiteraard alleen doen als je ook meet hoe gelukkig een bepaalde stad, gemeente of wijk is. Uiteraard moet een gemeente dat doen in samenhang met andere gegevens. Ook hebben ambtenaren en raadsleden daarbij achtergrondkennis over geluk nodig. Gaat de Atlas ons volgend jaar weer met die gegevens helpen? Gek genoeg, is het antwoord daarop: nee.

Steekproef van het CBS is te klein
Wat blijkt? De gelukcijfers waarop de Atlas zich baseert, worden jaarlijks door het Centraal Bureau voor de Statistiek verzameld. Maar het is eigenlijk een te kleine steekproef om tot statistisch betrouwbare conclusies per gemeente te komen. De EHERO-onderzoekers konden dit alleen maar doen door de cijfers van minstens 5 jaar bij elkaar op te tellen. “Dus misschien tot over vijf jaar weer”, verzuchtte dr. Martijn Burger (wetenschappelijk directeur van EHERO) met enige spijt bij de presentatie van de Atlas.

Daar kan een gemeente zelf wat aan doen
Maar er is een alternatief. Bijna alle gemeentes doen mee aan de Burgerpeiling van KING, het kwaliteitsinstituut van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Daarbij wordt sinds kort ook geluk gemeten. Maar een gemeente moet dan zelf zorgen dat de steekproef per gemeente, of liever nog per wijk, groot genoeg is. Mogelijk gaan we dan te zijner tijd de nieuwe uitslag zien op waarstaatjegemeente.nl.

Dit bericht is geplaatst in Beleid, Economie, Geluk in de Stad met de tags , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *