Van verstand naar gevoel, van spreekkamer naar samenleving

Korte reis – aan de hand van drie boeken – door de geschiedenis van de Positieve Psychologie (deel 5, Terugblik).

Drie bestsellers over Positieve Psychologie tussen 1980 en 2009

Via drie boeken reisde ik dertig jaar terug in de tijd in het spoor van de Positieve Psychologie, om de ontwikkeling vanaf het begin na te lopen.
Als je mij tot hier hebt gevolgd, zul je hopelijk met me eens zijn: (1) deze drie boeken waren elk apart de moeite waard, en (2) er zat ook vooruitgang in.
Maar er is veel meer dat deze korte geschiedenis van de Positieve Psychologie ons kan vertellen. 

Als je dat nog niet hebt gedaan, raad ik je aan om eerst de voorafgaande blogs te lezen. Hier vind je het begin van deze serie blogs en dit is het vorige artikel

Van negatief naar positief
Van ‘Feeling Good’ (1980), via ‘Optimism’ (1990) naar ‘Positivity’ (2009) werd de invalshoek steeds positiever:

• In ‘Feeling Good’ging het om het genezen en voorkomen van depressie.
• In ‘Optimism’ ging het om iemands verklaringspatroon bij tegenslag.
• In ‘Positivity’ draaide het ten slotte om het hele scala van positieve emoties.

Van cognitie naar emotie
Tegelijk zien we een verschuiving van verstand naar gevoel, ofwel van kennis/cognitie naar emotie:

• In ‘Feeling Good’ging het om de denkfouten en onjuiste veronderstellingen, die ten grondslag lagen aan de neiging tot depressiviteit. Verstandig en logisch leren redeneren over ons eigen gevoelsleven stond centraal.
• In ‘Optimism’ was het al een stuk minder belangrijk om zelf zorgvuldig te redeneren. Hier ging het om twee min of meer vaste ‘patronen van redeneren’, namelijk een optimistisch en een pessimistisch patroon met drie verschillende (maar tegenovergestelde) kenmerken.
• In ‘Positivity’ ging het ten slotte niet meer om verklaringspatronen, maar om positieve emoties.

Van therapie naar preventie, van spreekkamer naar maatschappij
Er is nog een interessante verschuiving:

• Het eerste boek van Burns richt zich vooral op mensen met een psychische stoornis, hoe verbreid die (in een lichte versie) misschien ook is. Hier spreekt een therapeut tot zijn patiënt met als doel om hem of haar te genezen. In het verlengde dáárvan komt pas preventie aan de orde.
• Bij Seligman verlaten we daarentegen de spreekkamer en trekken de wijde wereld in. Optimisme en pessimisme komen we tegen in de politiek, op de werkplek en in het klaslokaal. Van jong tot oud, bij iedereen.
• En zo is het ook met de positieve emoties die bij Fredrickson centraal staan.

Maar niet alleen de sociale ruimte waarbinnen het geluksonderzoek iets te zeggen heeft verandert. Het krijgt ook relevantie voor al deze gebieden, zoals de economie en het onderwijs!
Want optimisten en mensen met veel positieve gevoelens voelen zich niet alleen beter. Nee, ze hebben ook meer succes en werken beter samen, ze zijn meer geneigd om anderen te helpen en ze zijn bijvoorbeeld gezonder.
De waarde hiervan wordt buiten een beperkte groep betrokkenen nog veel te weinig ingezien.

Tegelijkertijd zijn er, als je naar de drie boeken kijkt (en de ontwikkeling waar zij een voorbeeld van zijn) interessante vormen van continuïteit.

Cognitieve therapie als vaste basis
De cognitieve therapie wordt van het eerste tot het derde boek als een standaard beschouwd. Het boek van Burns is als ‘bibliotherapie’ (therapie door het lezen van een boek) rechtstreeks op de principes van de cognitieve gedragstherapie gebaseerd. Wanneer vervolgens Seligman wil laten zien hoe je van een pessimistisch naar een meer optimistisch verklaringspatroon kunt komen, gebruikt hij diezelfde principes. En Fredrickson ten slotte neemt de boeken van Burns en Seligman beide op in haar (korte!) lijstje van aanbevolen literatuur.

Verbinding met de hoofdstroom van de psychologie
Positieve psychologie bouwt dus in sterke mate voort op cognitieve therapie. Dat laatste wordt in het algemeen beschouwd als de hoofdstroom binnen de klinische psychologie. Het is dé hedendaagse, want aantoonbaar effectieve, methode van psychotherapie. Positieve psychologie is dus helemaal niet zo radicaal verschillend als mensen vaak denken.

Het verschil zit hem veel minder in de inhoud dan in de verplaatsing van het terrein van de psychologie: van ‘stoornis’ naar ‘optimaal functioneren’, en van de spreekkamer naar het dagelijks leven (zoals we hierboven zagen).

Eigenlijk zou dat voortgaande contact met de hoofdstroom ons helemaal niet hoeven te verbazen. Want of iemand nu psychisch ziek is of gezond of zelfs tot bloei komt, is het niet logisch dat daar voor een groot deel dezelfde wetmatigheden aan ten grondslag liggen?

Maar wát veroorzaakt nu onze gevoelens?
Op één punt komen we bij Fredrickson echter wel een aanpassing van de gebruikelijke gedachtengang tegen. Volgens de cognitieve therapie en ook nog steeds volgens Seligmans model komen emoties voort uit onze gedachten:

Gedachten  —>   gevoelens

Fredrickson gaat daar grotendeels in mee, maar volgens haar is een omgekeerde invloed óók mogelijk: onze emoties kunnen onze gedachten beïnvloeden. Positieve emoties leiden immers tot meer creatieve en tolerante gedachten. Daarnaast kunnen positieve emoties ook rechtstreeks positieve emoties bij anderen aanwakkeren:

Gedachten   <—>   gevoelens   <—>   gevoelens van anderen

Maar als dit klopt (en het onderzoek wijst in die richting), dan zou het hele onderliggende model van emoties (uit de cognitieve therapie) voor verbetering vatbaar zijn!
En misschien zijn sommige ‘oefeningen’ van Fredrickson dan ook wel bruikbaar in de behandeling van depressie. Ofwel: de ‘negatieve’, op het verhelpen van stoornissen gerichte, psychologie begint dan iets te leren van de positieve, op geluk gerichte, psychologie. Heel interessant!

Dit bericht is geplaatst in Boekbespreking, Geestelijke gezondheid, Geluksonderzoek, Positieve Psychologie met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.