Van optimisme naar positiviteit

Korte reis – aan de hand van drie boeken – door de geschiedenis van de Positieve Psychologie (deel 4, Positivity)

Dit is de Engelse versie, het boek is ook in het Nederlands verschenen

Boek: Positivity

Auteur: Barbara Fredrickson

Eerste druk: 2009

Uitgeverij:
Oneworld Publications, Oxford.

 

Hier vind je het begin van deze serie blogs en dit is het tweede en dit het derde artikel.

In het boek ‘Learned Optimism’ van Marin Seligman draaide het uiteindelijk nog om het verklaren van tegenslag als dé voorwaarde voor optimisme.
Bijna twintig jaar later, in ‘Positivity’ verplaatst Barbara Fredrickson de aandacht naar onze positieve gevoelens zelf (in het Nederlands bij uitgeverij Spectrum verschenen als ‘Positivity. Ontdek de Kracht van Positieve Emoties’.)

Onderzoek naar positieve emoties
Geloof het of niet, maar in dit boek maken wij kennis met weer een andere stroom aan nieuw psychologisch onderzoek. Dit keer vooral naar ‘positieve emoties’.

Volgens Fredrickson zijn dat vooral de volgende tien gevoelens:
• vreugde,
• dankbaarheid,
• sereniteit – grappig: een woord dat onze Belgische taalgenoten veel vaker gebruiken dan wij Nederlanders…
• interesse,
• ontzag,
• (gerechtvaardigde) trots,
• plezier/vermaak,
• inspiratie,
• hoop en
• liefde.

De opwaartse spiraal van openheid en positiviteit
Niet alleen voelt het goed om deze emoties te hebben, volgens onderzoek gaan ze ook nog eens gepaard met een aantal andere voordelen. Als eerste, en misschien wel de belangrijkste daarvan, noemt Fredrickson: openheid.
Positiviteit (positieve gevoelens) en openheid versterken elkaar wederzijds. Dat is niet zo abstract als het misschien klinkt. ‘Openheid’ wil immers zeggen dat we meer (dus beter) waarnemen in een situatie. Medewerkers, managers en teams die zich veilig voelen en voor elkaar en de wereld open staan, hebben sneller oog voor ongebruikelijke oplossingen en nemen aantoonbaar betere beslissingen.
Zo, vertel dat maar eens aan je MT (managementteam)! En als je dit nog niet overtuigend genoeg vindt, lees dan door tot aan de laatste alinea van deze blog.

De grens tussen ‘mij’ en ‘wij’, tussen ‘ik’ en ‘ander’, vervaagt
Positiviteit heeft nog andere voordelen. Positiviteit maakt ons socialer en geeft ons meer weerstand bij tegenslag. Het maakt ook het beeld van onszelf breder. We zien minder afstand en minder verschillen tussen onszelf en anderen. We voelen en denken eerder vanuit ‘wij’ dan vanuit ‘ik’ alleen. Dit effect blijkt zelfs in verschillende culturen op te treden.

De Broaden-and-Build theorie en de evolutieleer
Het kernstuk van Fredricksons bijdrage aan het positief psychologisch onderzoek is haar ‘Broaden-and-Build theorie’  over positieve emoties.
De context van die theorie is interessant en gaat over de evolutie. Al een tijdlang waren onderzoekers in staat om negatieve emoties vanuit de evolutietheorie te verklaren. Bijvoorbeeld angst zet ons aan tot vluchten, boosheid geeft ons meer kracht om een tegenstander te lijf te gaan. Beide verhogen dus onze kans tot overleving.
Maar positieve emoties dan? Hoe kunnen zingen, dansen of lachen ons helpen om te overleven? De onderzoekers kwamen daar niet uit. Fredrickson deed als het ware een stapje achteruit en zei: Maar mooie gevoelens hoeven toch niet op het moment zélf te helpen om te overleven?

Vanuit deze invalshoek kwam ze tot een heel nieuwe kijk op de rol van emoties in de evolutie:
Negatieve emoties versmallen ons perspectief en de keuze van ons gedrag. Ze zetten ons ertoe aan een specifieke reactie te vertonen.
• Maar positieve gevoelens verbreden juist ons perspectief! Ze helpen ons om te groeien en open te staan voor nieuwe mogelijkheden. En dát heeft vroeg of laat óók zijn waarde in het overleven. Het is misschien zelfs wel belangrijker.

De P/N-ratio (= verhouding Positieve/Negatieve emoties)
Positief en negatief zijn nog op een andere manier van elkaar verschillend. Negatieve ervaringen en de daardoor opgeroepen gevoelens lijken vaak intenser dan positieve gevoelens. Pijn (letterlijk of figuurlijk) trekt alle aandacht naar zich toe. Om die ongelijkheid in intensiteit op te heffen hebben we daarom méér positieve gevoelens nodig. Die verhouding tussen positieve en negatieve emoties (de P/N-ratio) is bij verreweg de meeste personen ongeveer 2 op 1.

Hoe verbeter je je P/N-ratio?
Ook als leidraad om je situatie te verbeteren, is die P/N-ratio interessant. Die kun je namelijk zowel verhogen door ‘meer P’ als door ‘minder N’. Waar Burns en Seligman (zie de vorige twee blogs) nog vooral inzetten op het verminderen van negatieve gevoelens, ziet Fredrickson óók het versterken van positieve gevoelens als een belangrijk middel om persoonlijk te groeien. Het is verleidelijk om te zeggen dat hiermee pas écht de positieve psychologie begint.
(Bij een verhouding van 2:1 werkt het verminderen van de negatieve pool, overigens twee keer zo snel als het vermeerderen van de positieve kant, zegt zij eveneens.)

Als mogelijkheden om positiviteit te vergroten noemt zij:
• zoek naar positieve interpretaties,
maar doe dit wel oprecht, het is geen kunstje en dit geldt ook voor de andere adviezen:
• laat goede ervaringen op je inwerken (‘savoureer’ ze, sta jezelf toe ervan te genieten),
• wees vriendelijk,
• ga op in wat je doet,
• verbeeld je je ideale toekomst,
• doe waar je sterk in bent,
• maak verbinding met anderen (tip voor stille types: ‘doe alsof je extravert bent’),
• zoek de natuur en ga naar buiten als de zon schijnt,
• open je geest, bijv. door mindfulness (meditatie),
• open je hart, bijv. door liefdevolle aandachtsmeditatie (metta-meditatie).

Het denken stuurt de emoties — maar niet meer alleen
Er is nog steeds een duidelijke lijn tussen Fredricksons benadering en die van Burns, Seligman en de cognitieve gedragstherapie. Ook volgens haar hebben onze gedachten een hele sterke invloed op onze gevoelens. Wat je denkt, bepaalt niet alleen je negatieve, maar óók je positieve emoties.

Tegelijk zie ik twee punten waarop ze van deze centrale gedachtengang afwijkt.

• Zo kunnen positieve gevoelens op hun beurt ook positieve gedachten opwekken. Er is dus tot op zekere hoogte sprake van een wisselwerking tussen gedachten en gevoelens.

• En in het geval van mindfulness kan er nog een ander mechanisme optreden: “De kracht van mindfulness”, schrijft ze (op p. 167, Eng. editie) “is dat het letterlijk de verbinding kan verbreken tussen negatieve gedachten en negatieve emoties.”
Dit gebeurt wanneer je een negatieve gedachte aanvaardt en onder ogen ziet, maar deze tegelijkertijd beschouwt als slechts een gedachte die weer voorbijgaat.

Het beeld dat de cognitieve therapie heeft van emoties wordt dus bevestigd, maar tegelijk uitgebreid.

De voorwaarden voor succesvolle high performance teams
In een van de meest intrigerende hoofdstukken (H. 7) beschrijft Barbara Fredrickson haar samenwerking met de mathematicus en organisatie-onderzoeker Marcial Losada. Losada deed onderzoek naar de voorwaarden voor high performance teams. Verschillende teams werden gemeten op drie schalen, namelijk:

• van inquiry (openheid, onderzoekendheid) tot advocacy (bepleiten, verdedigen van een reeds ingenomen standpunt);

• van other to self (resp. gerichtheid op anderen en op zichzelf, c.q. de eigen groep);

• van positivity naar negativity (gemeten aan de hand van uitspraken).

De mate van succes werd in kaart gebracht aan de hand van winst, klantentevredenheid en andere criteria.

Wat gebeurt er als de Positiviteits-ratio stijgt van 2 op 1 naar 3 op 1?
De meest succesvolle teams kenden een balans tussen advocacy en inquiry, evenals tussen de gerichtheid op anderen (other) en op zichzelf (self). Daarnaast bezaten zij een positiviteitsratio die hoger is dan 3 op 1!

De teams die minder goed tot slecht scoorden bleven steken wanneer de situatie lastig werd. Ze liepen bijna letterlijk vast in de beperkte visie die gepaard ging met hun negatievere instelling.

De teams die het hoogst op positiviteit scoorden waren niet alleen het meest gezellig om bij te wonen. Ze waren tevens flexibeler en werden niet door incidentele negatieve gebeurtenissen uit balans gebracht. Er zat dynamiek in, waardoor ze snel op nieuwe omstandigheden konden reageren.

Zie ook het onderzoek zelf en Losada’s eigen toelichting op de uitkomsten.

De meeste mensen en de meeste teams bezitten ongeveer een positiviteitsratio van 2 op 1. Die verhouding verhogen van 2 naar 3 (op 1) is best een flinke stap, zegt Fredrickson. Je kunt het qua moeilijkheidsgraad vergelijken met een gedragsverandering die nodig is om te stoppen met roken of om af te vallen. Niet gemakkelijk, maar voor veel mensen best haalbaar.
Wanneer meer mensen samen die stap zetten, zal dit elkaar wederzijds versterken (zegt de broaden and build theorie). Maar dat niet alleen. Juist in teamverband zal de positiviteit (aldus het onderzoek van Fredrickson & Losada) nog eens extra tot zijn recht komen! Daarmee schetsen deze twee onderzoekers een intrigerend beeld van de invloed van geluk bij het creëren van een betere toekomst.

Wandelend Verkeerslichtmannetje uit DDR (groen)In de laatste blog in deze serie over de geschiedenis van de Positieve Psychologie kijk ik terug en vraag wat we hiervan in de afgelopen decennia hebben geleerd.
Zou ik wijzer naar huis gaan door het boek van Fredrickson uit 2009 te kopen dan door dat van Burns uit 1980? En in welk opzicht dan?

Dit bericht is geplaatst in Boekbespreking, Positieve Psychologie met de tags , , , , . Bookmark de permalink.