Op overheidsuitgaven die geen geluk brengen, kun je beter bezuinigen

GELUK in de POLITIEK (9).

Vuistregel 4: Ook wat geen geluk brengt, is relevant

In deze serie blogs probeer ik tot vuistregels te komen, die geluk in de politiek hanteerbaar maken. Hiervoor bespraken we:
Vuistregel 1: Beleid beoordelen vanuit geluk kan heel goed ‘op proef’.
Vuistregel 2: Het gaat om ‘geluk’ in samenhang met andere factoren.
Vuistregel 3: Het gaat om de marginale geluksopbrengst.
Nu ga ik verder met:
Vuistregel 4: Ook wat geen geluk brengt, is relevant

Blik op de Ridderzaal als symbolisch centrum van politiek Den Haag schuin van achterenSturen op geluk, hoe breed is dat?
In november 2011 was ik op het Ministerie van Volksgezondheid voor een conferentie over ‘Sturen op Geluk’. Er waren sprekers uit de zorg, het onderwijs en het welzijnswerk, van gemeenten, het SCP en het CPB. Het thema was: de mogelijkheden voor overheidsbeleid om bewust het geluk van mensen te bevorderen.
Er werden interessante initiatieven besproken en over grote lijnen gefilosofeerd. Het was een boeiende dag, en toch ik ging naar huis met een gemengd gevoel.
‘Zie je, het kan best!’, zei de ene helft van mijn gevoel naar aanleiding van de voorbeelden. Stuk voor stuk waren het initiatieven op kleine schaal en buiten de schijnwerpers. Maar dát geeft niet. Als iets eenmaal goed blijkt te werken, kun je het daarna copiëren en verder verspreiden.
‘Is dit nu alles?’ zei mijn gevoel anderzijds. Een paar vernieuwingen in onderwijs, welzijn en gezondheidszorg, dat is toch niet waar het in de echte politiek om draait? Toch wilde ik die projecten niet kleineren.

Inmiddels weet ik waarom het ‘zo klein leek’ en dat heeft niets met de waarde van die initiatieven te maken! 

Hoe breng je de rol van de overheid bij geluk in kaart?
Bij geluksbeleid denken we onwillekeurig alleen aan de mogelijkheden die de overheid heeft om mensen rechtstreeks gelukkiger te maken. Maar wanneer je eenmaal beseft dat geluk een criterium is voor overheidsbeleid in het algemeen, ontstaat er een heel ander beeld. In het onderstaande schema heb ik dat in beeld gebracht.

Schema ‘Overheid en geluk’

                                                     Reden om te       Reden om te
                                                     investeren           besparen

Meer geluk?                                 Ja                        Nee

Direct                                            A                         C

Indirect                                          a1, a2, a3             c1, c2, c3

Minder ongeluk?                         Ja                        Nee

Direct                                            B                          D

Indirect                                          b1, b2, b3             d1, d2, d3

 

Bij de conferentie ging het hoofdzakelijk om het rechtstreeks bevorderen van geluk (= A) en een beetje om het verminderen van ongeluk (= B).

Maar wanneer geluk een criterium is voor overheidsbeleid in het algemeen moet je ook vragen: welk beleid leidt niet tot geluk (=C) noch tot vermindering van ongeluk (= D)? Op zulk beleid kun je namelijk in principe bezuinigen. Tenzij daar zwaarwegende andere redenen voor zijn, is het weggegooid geld.

Voorbeeld: hypotheekrenteaftrek (zie de eerdere blogs in deze reeks).
Geen goed voorbeeld: defensie, want dit draagt bij aan het ‘beschermen van geluk’, nu en in de toekomst. (Geluksbeleid hoeft niet naief te zijn!)

De overheid kan geluk ook indirect bevorderen
Minstens zo belangrijk is dat je niet alleen moet kijken naar het rechtstreeks bevorderen van geluk, maar net zozeer naar de indirecte bevordering van geluk of bestrijding van ongeluk (= a1, a2, a3 etc., b1, b2, b3 etc., c1, c2, c3 etc., d1, d2, d3 etc.) Dit is vuistregel 2.

Voorbeeld: het bevorderen van werkgelegenheid/bestrijden van werkloosheid (= laten we zeggen: a1) draagt verhoudingsgewijs sterk bij aan geluk (=A), en kun je dus zien als een factor in geluksbeleid.

Ten slotte zou je dit schema nog eens kunnen verdubbelen, omdat het zowel geldt voor:
• de evaluatie van bestaand beleid
als
• de ontwikkeling van nieuw beleid.

Goede informatie is een voorwaarde voor geluksbeleid
Om op zo’n manier naar geluksbeleid te kijken, moeten de overheid én de burgers (!) wel eerst de daarvoor benodigde informatie hebben.
Dit betekent dat statistische en planbureaus niet alleen geïsoleerde informatie over geluk moeten verzamelen, maar dit meer en meer in relatie met andere factoren (zoals wonen, werkgelegenheid en gezondheid) zouden moeten presenteren.
Verbetering van de informatievoorziening vergt een gericht beleid. In hoofdstuk 7 en 8 van ‘Geluk voor Kamerleden’ doe ik een voorstel voor hoe dit zou kunnen.

Dit bericht is geplaatst in Beleid, Economie, Politiek. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *