Onderzoek naar crisis en geluk: ongelijkheid in geluk groeit

Dat werklozen (inmiddels ca. 680.000 in Nederland, ca. 430.000 in België) een daling in geluk ervaren, wisten we al. Onderzoeksinsituut EHERO (verbonden aan de Erasmus Universiteit), dat zich toelegt op gelukseconomie, heeft nu ontdekt dat zich ook onder de mensen mét een baan een groep bevindt, die flink onder de crisis te lijden heeft. Dit laat zien dat onderzoek naar geluk relevanter wordt, naarmate het verder inzoomt en scherper de groepen laat zien die zich achter het landelijk gemiddelde bevinden.

Nederland hoog ‘op alle lijstjes’, maar…
Aan de rand van de Noordzee bevond zich een landje dat dapper weerstand bood tegen de crisis. Wie er ook regeerde, hoeveel er ook werd bezuinigd, het stond altijd bijna bovenaan op alle lijstjes van geluk. Of het nu om het World Happiness Report ging of om de Human Development Index of andere internationale vergelijkingen. Terwijl het geluk in Portugal en Griekenland als een rode en een zwarte skipiste in de grafiek naar beneden zoefden, bleef Nederlands oranjegeluk op eenzame hoogte aan de bergkam staan… Kijk maar!

Deze grafiek toont het gemiddelde geluk in 6 landen in Europa van 2005 tot 2012

Grafiek: EHERO, World Database of Happiness.

… hoe is het geluk verdeeld?
Het is misschien wrang, maar uitgerekend een Griekse onderzoekster gaat Nederland nu uit de droom helpen. Aansluitend op haar doctoraalscriptie doet Efstratia Arampatzi samen met haar voormalige begeleider dr. Martijn Burger onderzoek naar de effecten van de financiële crisis op het Europese geluk. Om te beginnen keken ze daarbij ook naar de ongelijkheid in geluk. En wat blijkt?

Deze grafiek tooont de ongelijkheid in geluk in zes Europese landen tussen 2005 en 2012

Grafiek: EHERO, World Database of Happiness.

Kijk nu nog eens naar dat oranje lijntje. Vijf jaar geleden was Nederland een van de landen met de minste ongelijkheid in geluk. In meerdere landen is de ongelijkheid daarna iets toegenomen. In Nederland daarentegen is deze met sprongen gestegen. Niet voor alle Nederlanders is het geluk dus gelijk gebleven.

Inzoomen op het geluk van werkenden
Na deze binnenkomer hadden Burger en Arampatzi de aandacht van hun toehoorders gevangen op het EHERO-seminar van 28 februari over ‘Happiness and the economic crises’. Zij presenteerden daar de tussenstand van hun onderzoek, dat zich toespitst op de redenen voor het dalende geluk van werkenden. Dat is niet omdat ze het (on)geluk van werklozen minder belangrijk vinden. “Maar ‘dat baanverlies vaak tot een fikse daling in geluk leidt’, is al ruimschoots bekend.” Nieuw is dat ze aantonen dat ook mensen die wel aan het werk blijven, soms flink door de crisis worden geraakt.

‘Financiële moeilijkheden’ en ‘lagere verwachtingen’
Hoe komt dat? “Dat is voor ons de hamvraag” zeggen Arampatzi en Burger. “We denken dat er vooral twee mechanismes een rol spelen. Onze eerste hypothese is dat mensen die het financieel al moeilijk hebben, extra worden geraakt door de onzekerheid over het behoud van hun baan en hun huidige inkomen. Ten tweede geldt dat ook voor mensen die (om welke reden ook) al een lagere financiële verwachting van de toekomst hadden.”

Het gaat er daarbij niet om dat mensen die het financieel minder breed hebben, gemiddeld ook wat minder gelukkig zijn. Dat is waar en dat wisten geluksonderzoekers al. Het gaat erom dat door de crisis juist bepaalde groepen het nóg zwaarder kregen, in tegenstelling tot (vooral) hogere inkomensgroepen.

“Het kan zijn dat deze mensen financieel zijn gaan bijdragen aan familieleden die wél werkloos zijn geworden. Het kan zijn dat ze gedwongen waren om voor minder geld te gaan werken. Of dat het geld dat ze hebben, minder waard is geworden (inflatie); maar dat laatste speelt in Nederland minder.”
Hoewel Burger en Arampatzi het onderzoek nog moeten afronden, wijzen de eerste resultaten erop dat hun hypotheses correct zijn.

CBS of SCP kunnen ‘ongelijkheid in geluk’ ook meten
De onderzoeksdata die ze hiervoor gebruiken, zijn afkomstig van Eurobarometer (van de Europese Unie). Deze cijfers worden jaarlijks verzameld en zijn openbaar toegankelijk.

Commentaar van Geluksdoctorandus: Onderzoek als dit zou in de toekomst makkelijk door officiële instanties, zoals het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) of het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), kunnen worden herhaald. Waarom zouden we de verdeling van geluk over verschillende groepen in ons land niet standaard monitoren? Een betere maatstaf om te kijken of het goed met ons gaat, is moeilijk te bedenken.

“Wat deed de overheid? En wie zijn de winnaars?”
Deze gedachte sluit aan bij twee vragen die de onderzoekers zelf nog opwerpen en waar ze in het resterende deel van hun onderzoek aan toe hopen te komen. “Zijn er manieren waarop de welzijnsstaat dit negatieve effect op groepen werkenden heeft geprobeerd te verminderen?”
En, last but not least: als er verliezers zijn, wier geluk door de crisis achteruit is gegaan, moeten er ook winnaars zijn, van wie het geluk is gestegen. Het gemiddelde is immers gelijk gebleven. Dat roept vanzelf de vraag op: “Wie zijn de winnaars? En waardoor is hun geluk gestegen?”

Meer geluk met hetzelfde inkomen?
Veel durven Arampatzi en Burger daar nog niet over te zeggen. “Het is wel duidelijk dat vooral mensen in hogere inkomensgroepen de ‘winnaars’ zijn. Maar niet noodzakelijk doordat ze zelf meer zijn gaan verdienen! Het is denkbaar dat ze door de vergelijking met anderen hun eigen situatie meer zijn gaan waarderen. En dus met hetzelfde inkomen gelukkiger zijn geworden.”

Zie ook: Hoe gaat het nu echt met Nederland?

Dit bericht is geplaatst in Gelukseconomie, Geluksonderzoek met de tags , , , , . Bookmark de permalink.