Onderwijs in emoties en geluk hebben we nodig als democratische verdedigingslinie

Onderwijs in emoties begint met het leren herkennen van emoties

Onderwijs in emoties begint met het leren herkennen van emoties

Er is veel moois te vertellen over onderwijs in emoties en geluksonderwijs. Of over maatschappijleer. Of over mediaonderwijs. Er zijn veel positieve redenen om daar op school tijd en aandacht aan te besteden.
Deze keer kies ik een andere invalshoek — we hebben deze leergebieden stuk voor stuk, maar vooral gezamenlijk, hard nodig om onze vrije, democratische samenleving te verdedigen.

Leesduur totaal: 5 à 7 minuten. Inhoud:

  1. Wat gaat er fout? Drie voorbeelden
  2. Wat is de rol van het onderwijs? Ook met voorbeelden
  3. Wat kunnen we er aan doen? Een stappenplan
  4. En wat levert het op?

1. Wat gaat er fout? Drie voorbeelden
Er was eens een klein jongetje dat op school niets leerde over emoties. Thuis ging hij tegen alles in. Zijn vader zond hem naar een militaire kostschool, waar hij eer en discipline kreeg ingestampt. Diep ging dat niet, want als het even kon hing hij later de beest uit. Maar het stoere gedrag, vooral de stoere praat, nam hij graag over. Op zijn eigen manier leerde hij een weg in de samenleving te vinden. Met trucs, door af en toe heel hard terug te slaan, en door loyale vrienden goed te belonen. Zo kwam hij heel ver. Dit 4-jarig manneke is nu president van de VS. Je hebt niet veel kennis over gezonde emotionele opvoeding nodig om te zien hoeveel er is misgegaan.

Te ver van huis? Niet zover hier vandaan woont een vergelijkbaar manneke. Deze is nu als president tot ‘sterke man’ verkozen. Pakweg de helft van de kiezers in zijn eigen land zag dat niet zitten. Uitgerekend de kiezers in Nederland daarentegen, die in veel gevallen Nederlands onderwijs hebben gevolgd, stemden met tweederde vóór.

Nog dichter bij huis? Ken je nog dat wilde manneke ter rechterzijde van ons eigen politie­ke spectrum. Overal tegen, altijd boos. Iedereen doet het fout. Maar hij weet als enige hoe het wel moet. Verkiezings-programma op 1 A4-tje. “Vertrouw op mij, dan komt het goed.”

Klik voor een grotere versie. Illustratie met dank aan (en copyright van) Stratfor.com.  https://www.stratfor.com/image/how-turkeys-president-eked-out-victory

Drie keer autoritair leiderschap. Drie keer boze en bange kiezers die vooral ‘tegen’ zijn en bescherming zoeken. Die aannemen dat de sterke man – nog steeds: man – die angst en boosheid als verkiezingthema gebruikt, zelf wél is te vertrouwen (terwijl de feiten op het tegendeel wijzen). Drie keer emoties die een hoofdrol spelen in de verkiezingen.

2. Wat is de rol van het onderwijs? Ook met voorbeelden
De rol van het onderwijs op dit gebied is vooral: géén. Heus, het hedendaagse onderwijs is heel humaan en persoonlijk en ontwikkelingsgericht. Verwacht alleen niet dat je dat in leerdoelen en lesinhoud terugziet! De structuur daarvan stamt nog voor 90% uit het Industriële Tijdperk. Emoties, en het omgaan daarmee, komen er niet in voor. Opnieuw een paar voorbeelden.

• Puberteit. Je hele puberteit beleef je meestal tijdens de schoolperiode. Maar denk niet dat die op het lesplan staat. Elke leraar weet hoe lastig pubergedrag in de klas kan zijn. Talloze ouders zijn op zoek naar informatie over het opvoeden van pubers. Maar degenen die het aangaat, de scholieren zelf, die er middenin zitten, krijgen er niets over te horen. Want puberen hoort bij het privéleven. Dat kun je toch geen deel van de lessen maken? Op een leuke manier, als een gezamenlijke uitdaging? Ongelooflijk, wat een gemiste kans!

We staan er niet vaak bij stil, maar bijna alle leraren krijgen in hun opleiding het vak psychologie. Bijvoorbeeld ontwikkelingspsychologie (over verschillende leeftijdfasen) of motivatiepsychologie (over hoe je leerlingen in jouw lessen geïnteresseerd kunt maken). Maar deze kennis is vooral bedoeld als een hulpmiddel van de leraar bij het lesgeven.

Waarom komt komt niemand op het idee dat leerlingen zelf baat hebben bij psychologische kennis? Ondertusssen vinden we het vanzelfsprekend dat ze bij natuurkunde of economie, of over het beroep waarvoor ze leren, de nieuwste kennis meekrijgen…

• De werking van media. Er is een maatschappelijke sector waar emoties allang gemeengoed zijn: de media. Topsporter XIJZ heeft net gewonnen en hijgt nog na. Drie keer raden welke vraag hij/zij mag beantwoorden: “Wat ging er door je heen?”

Onderwijs in emoties, de sportjournalistiek doet het allang…

Boer zoekt vrouw, Hello Goodbye, DNA onbekend enzovoort: ook dat is emotie-tv. Realityseries als Big Brother worden al sinds jaar en dag door professionele dramaturgen gemonteerd. Zodat ze de meest ‘verslingerende’ emoties oproepen. Zodat je de volgende keer per se wilt zien hoe het verder gaat.
Anders gezegd, menselijke emoties barsten van de wetmatigheden en die worden in de media, in de handel, door de reclame, door politici, en zelfs door beleidsmakers, allang bestudeerd en gebruikt. En die brave leraren maar denken dat gevoelens vooral authentiek en privé horen te zijn.

• Zijn gevoelens vooral voor kleine kinderen? En dan deze. Het onderwijs dóet wel wat aan sociaal-emotionele opvoeding. Op de lagere school. Daar kun je zelfs gelukslessen aantreffen. Daar leren kinderen zich af te vragen wat er met ze gebeurt als ze boos zijn, hoe dat voelt, welke gedachten er dan door je heen gaan. En dat je daar niet altijd meteen op hoeft te reageren. Ze leren dat die gedachten er wel eens naast kunnen zitten en misschien ook wel hoe je het beste kunt reageren op degene waarop je boos bent.
Dat is prachtig, natuurlijk. Al dit soort lessen heeft iemand als Donald Trump nooit gehad. Ga eens na wat de maatschappelijke waarde daarvan kan zijn! En wat zou het mooi zijn als het voortgezet onderwijs daarop voortbouwt.

Maar nee: in de eerste klas van de middelbare school stopt het weer! Net als kinderen hebben geleerd dat emoties de moeite waard zijn om aandacht aan te besteden, worden die weer naar binnen verbannen; naar de pauze op het schoolplein, naar het privéleven en de straat. Emoties komen dan op school alleen nog aan bod bij leerlingbegeleiding (d.w.z. als er iets mis gaat).

Het Nederlandse onderwijs in maatschappijleer en burgerschap behoort, blijkens vergelijkend onderzoek, tot het minste van Europa. En het onderwijs dat nodig is voor de inburgering van nieuwe Nederlanders lijkt soms wel met de Aldi en de Lidl in een prijzenslag verwikkeld. In beide gevallen komt dat door de beperkte middelen die wij als samenleving daarvoor over hebben (lees: het geringe gewicht dat wij daaraan hechten) en niet vanwege de docenten!

Menselijke ontwikkeling telt namelijk niet mee ‘als maatschappelijke groei’ – maar het doet dat wel in onze persoonlijke beleving. Geluksonderzoek kan dat laten zien.

3. Wat kunnen we er aan doen? Een stappenplan
Sommige partijen die nu aan de kabinetsformatie meedoen, willen dat er (veel) meer geld naar onderwijs gaat. Laten we hopen dat ze net zoveel visie hebben, als ze geld willen investeren. Anders zal het niet veel uithalen.
Laten we ook hopen dat de huidige leraren daarbij niet teveel zeggenschap krijgen, want zij zitten nog veel te vaak aan de oude vormen en gedachten vast. Ze zijn immers tot de professional geworden die ze nu zijn binnen het huidige systeem. Het is maar weinigen gegeven daarboven uit te stijgen.
Laten we die weinigen flink stimuleren en aanmoedigen van buiten het gangbare, ingesukkelde onderwijs!* Met geld, met vrijheid om nieuwe dingen te ontwikkelen, maar ook met kennis en deskundigheid over emotionele ontwikkeling, over media(onderwijs) en over sociale en politieke vorming, die nu nog niet op de scholen aanwezig zijn.

* Ja, ik weet het, jullie zijn niet ingesukkeld. Jullie zijn in veel opzichten met je tijd meegegaan! Maar nog veel te weinig bij de onderwerpen waar het hier over gaat.

Inzicht in nieuwe leerprocessen komt niet uit de lucht vallen
Over die kennis en deskundigheid valt ook nog wel wat te zeggen. Die is er wel, maar die is nog lang niet bij elkaar gebracht op een manier die je voor het onderwijs zou wensen. Laat ik een voorbeeld uit eigen ervaring nemen. Onlangs gaf ik vanuit de Erasmus Universiteit een masterclass voor schoolleiders (en schoolbegeleiders) over geluk en mindfulness voor de hele school. Voor beide, apart of in samenhang, kun je makkelijk een hele leergang (of zelfs een schoolvak) ontwikkelen. Er is behoorlijk wat empirisch onderzoek gedaan, meer dan bij veel andere vakken. Ook gaat het niet alleen om individueel geluk. Er wordt eveneens gekeken naar sterke eigenschappen en deugden.

“Maar hoe hangt dit samen”, vroeg een deelneemster mij, “met wat we al weten over morele ontwikkeling of over sociale en politieke vorming?”.
De enige verdediging die ik had en heb, was dat ik me die vraag zelf ook had gesteld…

Aan universiteit en hogeschool is hier en daar wel kennis beschikbaar over morele ontwikkeling, deugden,  geluk, mindfulness, sociaal-emotionele ontwikkeling, persoonsontwikkeling,  sociale en politieke vorming en burgerschap,  media en media-onderwijs, en over hoe de samenleving in elkaar zit. Maar het is nog nauwelijks met elkaar verbonden.

Dus weet de gemiddelde maatschappijleraar (of opleider op dat gebied) weinig over geluksonderwijs en sociaal-emotionele vorming. En wie thuis is in geluksonderwijs, weet maar zelden hoe je lesgeeft in het omgaan met media of in burgerschap. (Zelf volgde ik weliswaar ook een opleiding tot maatschappijleraar; maar zelfs dan breng je die verschillende achtergronden niet zomaar bij elkaar.) Ten slotte heb je nog zaken als morele vorming, karakterontwikkeling of oefening in deugden. Degenen die daar iets vanaf weten, in relatie tot onderwijs, zijn waarschijnlijk op de vingers van een hand te tellen.

Er bestond tot nu toe ook nauwelijks reden om die gebieden met elkaar te verbinden, want er  was geen ‘vraag’ naar vanuit het onderwijs. Onderzoeksgeld op onderwijsgebied ging immers naar heel andere onderwerpen.
De sporadische onderzoeker of docent die zich met morele vorming, media- of geluks-onderwijs bezighield, mocht al blij zijn als hij/zij z’n eigen ‘marginale gebied’ in leven kon houden.

Gezien deze situatie is er nog een eind te gaan. Maar we zouden globaal een stappenplan kunnen maken:

  • Binnen het onderwijs moet op talloze manieren het belang en de waarde van individuele en sociale ontwikkeling (ten opzichte van beroepsvaardigheden en cognitie) worden opgewaardeerd: door méér geld, méér status, nieuwe vakken, méér uren, vaker nablijven, zwaardere schoolboeken, die zwaarder meetellen bij de examens, méér nadruk in het gesprek met de Inspectie, strengere regels en desnoods dikkere en meer gezaghebbende stempels als bewijs dat de minister het belangrijk vindt! :-)

De paradox van status is nu eenmaal dat het nergens over gaat, maar noodzakelijk is om serieus te worden genomen. Dat is natuurlijk ironisch bedoeld, maar wel serieus…

  • Leraren in alle vakken zouden enorm kunnen groeien als zij hun achterstand op deze leergebieden inhalen. Ook hun eigen ontwikkeling en levenswijsheid kan daardoor toenemen. Conflicten op school zullen kleiner zijn en sneller worden opgelost. Ze zullen beter als team het onderwijs kunnen vormgeven.
  • Hogeschool-docenten en onderzoekers kunnen de kennis op deze gebieden bij elkaar brengen. Via onderlinge uitwisseling, conferenties, masterclasses, een zomerschool enzovoort. (Ik sta daarvoor open en zal evenementen in die richting graag in eigen kring bekend maken.)

  • Er zijn nieuwe concepten nodig (eerder nog dan nieuw onderzoek, dat komt later) die deze leerprocessen op een vruchtbare manier met elkaar verbinden. Denk daarbij aan bijvoorbeeld:

– leren over je eigen emoties én de emoties (inclusief de jouwe) waar media, inclusief social media, op inspelen;

– ervaren wat vergeving voor jezelf kan betekenen én het belang van vergeving (vaak vooral van kleine dingen) in desamenwerking met anderen; by the way, hoe verademend kan het zijn zoiets als vergeving eens van alledaagse psychologische kant te bekijken, in plaats van uit een hoogdravend moreel of religieus perspectief.

– leren hoe je zelf competentie verwerft én tevens wat er extra nodig is wanneer je  samen succesvol wilt zijn;

– leren over de warme emoties van persoonlijke vriendschap, maar óók over solidariteit en organisatie in maatschappelijk verband;

– enzovoort.

  • Tegen deze achtergrond, namelijk die van een belangrijk gebied dat tegelijk nog in ontwikkeling is, verdient persoonlijke en sociale ontwikkeling een plaats in het onderwijsbeleid te krijgen, die recht doet aan de waarde ervan.

4. En wat levert het op?
Een samenleving waarin we zelf, samen, onze problemen kunnen oplossen en (eindelijk!) géén sterke mannen meer nodig hebben. Waarin we zélf – emotioneel en sociaal gezien – sterk en slim zijn, en waarin we die kracht kunnen inzetten voor doelen die ons samen vooruit helpen.
Deze tijd heeft, historisch gezien misschien wel voor het eerst (!), de kennis en de resources om dit mogelijk te maken. Maar een beetje druk zal nodig zijn. Zie het begin van dit artikel over de wereld die we daarmee vermijden :-)

Dit bericht is geplaatst in Onderwijs met de tags , , , , , , , , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *