“Geld maakt gelukkig” – maar wat betekent dat eigenlijk?

Hoe je met één grafieklijntje de wereld voor de gek kunt houden

Er gaat deze dagen een boodschap over geluk en inkomen de wereld rond: “Geld maakt wél gelukkig. Hoe méér je ervan krijgt, hoe gelukkiger je wordt. Het is nu wetenschappelijk bewezen.”

Het was inmiddels al in de volgende Nederlandse dagbladen en andere media te lezen:
– Quote (aprilnummer, de afsluiting van het artikel ‘Rijk in Loondienst’)
– NRC (katern Economie, zaterdag 27 april)
– WelingelichteKringen.nl (dinsdag 30 april)
– Trouw (katern Letter & Geest, zaterdag 4 mei) = Update 1
En, ja hoor drie weken later op 21 mei tuimelt ook De Telegraaf er in = Update 2

Dankzij Google viel de verspreiding van dit bericht via engelstalige kranten en websites als The Huffington Post, Slate en The Atlantic van dag tot dag te volgen. En zelfs in Thailand kwamen mijn broer en schoonzus het al tegen in de Bangkok Post.

Het is tot op zekere hoogte correct dat een hoger inkomen tot meer geluk leidt. Maar het bericht is verschrikkelijk uit zijn context getrokken.

Hoog tijd voor een blik op wat dit onderzoek nu werkelijk behelst en om te zien hoe informatie over geluk vandaag de dag over de wereld wordt verspreid.

1. Geld maakt gelukkig — wat is de bron?
De meest recente bron is dit artikel van Betsey Stevenson en Justin Wolfers, een Amerikaans economenechtpaar, beiden verbonden aan de universiteit van Michigan. Het artikel verschijnt later deze maand in de American Economic Review, Papers and Proceedings, maar wordt nu reeds verspreid door het liberale Brookings Instituut, waaraan Wolfers mede is verbonden. Stevenson en Wolfers publiceerden echter al eerder onderzoek met een vergelijkbare strekking (zoals dit samen met Sacks). Ze weten daar elke keer weer internationaal aandacht in de pers mee te krijgen, alsof dit het laatste woord zou zijn, en uitgerekend zij dit nu hebben ontdekt.

2. Geld maakt gelukkig — is dat echt het nieuws?
Als het gemiddelde inkomen stijgt, blijft het gemiddelde geluk dan eveneens stijgen? Deze vraag hebben Stevenson en Wolfers onderzocht. Zowel voor landen als geheel, als voor de mensen binnen een land. Zij beantwoorden de vraag in beide gevallen met ja. Vandaar de kop van het persbericht (c.q. de infographic) van het Brookings Instituut: “Nieuw onderzoek toont: je kunt nooit teveel geld hebben.”

Kijk maar, zeggen ze, naar de volgende twee grafieken:

Geld maakt gelukkig tot op zekere hoogte, maar door een logaritme te gebruiken zie je dat niet. Klik op het plaatje voor de bron en een toelichting

 

3.

 

 

 

 

Als je verder niet oplet, zie je allemaal schuin oplopende grafieklijnen, waarbij het geluk toeneemt naarmate het inkomen hoger wordt. Maar als je goed kijkt, zie je onderaan de grafieken dat het inkomen is aangegeven in een log scale, en “log inkomen” is iets anders dan “inkomen”. Om statistische redenen kan dit handig zijn en collega-onderzoekers kijken er wel doorheen. Maar gewone lezers én zelfs journalisten en politici niet.

Dus de vraag is: wat betekent dit verschil precies?

Het wil zeggen dat je bij elke verdubbeling van inkomen er gemiddeld evenveel in geluk op vooruit gaat. Iemand die van 10.000 naar 20.000 euro gaat, wordt dus net zoveel extra gelukkiger als iemand die van 100.000 naar 200.000 gaat. En dit verband wordt niet zwakker, zeggen de auteurs, wanneer de  inkomens hoger worden: “Zie je, de grafiek blijft almaar rechtsomhoog gaan, dus er is geen verzadigingspunt.”

Maar hoe zou de grafiek er uitzien als de onderzoekers daarop in plaats van “log inkomen” gewoon “inkomen” hadden weergegeven? 

Wanneer Wolfers en Stevenson op de horizontale as niet het logaritme van het inkomen hadden neergezet, maar het inkomen zelf, zou het plaatje er heel anders uitzien: dan was het geen vierkant, maar een lange liggende rechthoek. De stijging van de lijn zou een stuk minder groot zijn en naarmate het inkomen hoger wordt, zou de lijn steeds vlakker gaan lopen.
Dan zouden we in één oogopslag zien: de extra opbrengst aan geluk wordt steeds kleiner. Zo klein zelfs dat die gaandeweg verwaarloosbaar wordt. Veel geluksonderzoekers nemen aan dat de lijn vanaf een bepaald moment horizontaal gaat lopen en dat extra inkomen er dan geen noemenswaardig geluk meer aan toevoegt.

Dat hoeft ons ook niet te verrassen, want bij individuele personen weten we dat er na verloop van tijd vrijwel altijd een zekere verzadiging (‘hedonische adaptatie’) plaatsvindt: je raakt aan bepaalde zaken gewend en ontleent er minder voldoening aan dan in het begin. Het ligt in de lijn der verwachting dat ditzelfde verschijnsel op grote schaal eveneens optreedt. Het geluk van een land is immers het gemiddelde het geluk van een heel groot aantal personen.

“Nee”, zeggen Stevenson en Wolfers met hun onderzoek, “hij blijft ook dán nog een beetje omhoog gaan!” En dát mogen ze op grond van hun cijfers beweren.

Kortom, door ‘inkomen’ weer te geven in de vorm van een logaritme lijkt dat beetje extra geluk véél meer dan het in werkelijkheid is.

3. Is dat alles wat ze hebben ontdekt?
Ja.
Sterker nog, het is niet eens echt nieuws. Eigenlijk hebben ze dit alleen maar op basis van meer uitgebreide gegevens nog een keertje aangetoond.

Illustrator Vava begreep het meteen:

 Zou die tak echt niet hoger worden als ik meer verdien?

 

Weet je wat, zei rupsje Nooitgenoeg: Ik doe alsof ik een logaritme ben!

4. Geld maakt gelukkig — het is dus wel waar?

Zelfs dat is nog enigszins de vraag.

a. We nemen aan dat het rekenwerk van de twee economen klopt. Maar ze hebben vooral gekeken naar de statistische verhouding tussen geluk en inkomen op een en hetzelfde moment.

Je moet echter ook kijken naar de relatie tussen inkomen en geluk in de tijd. Als het inkomen van een land door de jaren heen hoger wordt, gaat het geluk van de inwoners dan ook omhoog?
(Dat bedenk ik niet zomaar, dat is een bekend argument in deze hele discussie.)

In een eerder artikel checkten Stevenson en Wolfers dat zelf ook. Toen kwamen ze tot een vergelijkbare conclusie, maar met verrassende uitzonderingen. Dat waren nota bene België (volgens cijfers uit de Eurobarometer van 1973–2009) en… de Verenigde Staten.
Over België wisten ze weinig te zeggen – dat is natuurlijk ook een héél bijzonder land – maar voor het tegenvoorbeeld van de VS suggereerden ze een verklaring: het komt door de enorme toename in ongelijkheid. Daardoor is het extra inkomen vooral bij de rijkere groepen terecht gekomen.

De bekende econoom Richard Easterlin herinnerde onlangs aan een ander tegenvoorbeeld, en wel China. Dit land kent al jaren enorme groeicijfers, maar desondanks geen toename van het gemiddelde geluk. Ook de Gallup-organisatie, die wereldwijd opinieonderzoek doet, wees daar pas nog op.

Kortom, als je kijkt naar de invloed van inkomen op geluk in landen in de loop van een flink aantal jaren, is er nog steeds een positief effect, maar het is lang niet zo algemeen.

b. Bovendien kun je geluk op andere manieren meten, bijvoorbeeld als emotioneel welzijn. Dan is er wél een verzadigingspunt, namelijk bij een inkomen rond 75.000 dollar (pakweg 55.000 euro). Wolfers en Stevenson melden dat in de laatste zinnen van hun artikel en zeggen zelf dat hun onderzoek geen betrekking heeft op geluk in de zin van emotioneel welzijn.

In de titel van hun onderzoek (“Subjective Well-Being and Income: Is There Any Evidence of Satiation?”), in de samenvatting vooraf en in de publiciteit gaan ze er echter compleet aan voorbij dat je geluk nog op andere manieren kunt meten en dat dit ook tot andere uitkomsten leidt.

5. Wat vertelt het onderzoek van Stevenson en Wolfers niet?

Laten we dit gedeelte maar kort houden, want dat is heel wat.

Het artikel is deel van een veertig jaar lange discussie, die begon met Richard Easterlin in 1973. Daarin was allang bekend dat een toenemend inkomen, ook nadat iemands fysieke behoeften zijn vervuld, nog steeds een reële invloed heeft op geluk, zowel individueel als nationaal.
De Nederlandse geluksprofessor Ruut Veenhoven is een van de eersten geweest die dit al jaren geleden (op basis van onderzoek) naar voren bracht. Veenhoven bracht en brengt dit echter in de juiste proporties en laat daarbij doorgaans ook weten hoe je ‘log inkomen’ ofwel de mogelijke relevantie van kleine geluksverschillen vertaalt naar gewone-mensen-termen.

Die hele discussie is inmiddels al veel verder dan het al of niet bestaan van een verzadigingspunt!

Waar het nu om gaat, zijn vragen die maatschappelijk relevant zijn, zoals:

• Op welke manier draagt economische groei bij aan geluk?

• Waardoor draagt het soms niet bij aan extra geluk? Ofwel, waardoor slagen sommige landen er beter in dan andere om economische groei in geluk te vertalen?

Dit hangt natuurlijk samen met:

• Welke andere factoren dragen bij aan geluk? (Bijv. werkgelegenheid, een betrouwbare overheid etc.)

Hetzelfde geldt op individueel niveau.

• Natúúrlijk draagt inkomen bij aan geluk, maar hoe belangrijk is dat in verhouding tot andere factoren?

Het is wel mooi dat je nog steeds gelukkiger wordt als je een miljoentje erbij krijgt, maar met diezelfde inspanning kun je beter werken aan andere ‘geluksfactoren’.

• Hoe je omgaat met geld en hoeveel waarde je eraan hecht, heeft eveneens invloed op je geluk.

• Ten slotte valt aan het onderzoek van Stevenson en Wolfers (in lijn met wat we weten uit eerdere onderzoeken) zelfs een belangrijk argument te ontlenen voor een grotere inkomensgelijkheid.

Denk maar aan hun bespreking van het ‘tegenvoorbeeld’ Amerika.

6. Wat zegt dit over de berichtgeving rond geluk en inkomen in de media?
We gaan nog heel even terug naar het begin van deze mediahype: “Nieuw onderzoek toont: je kunt nooit teveel geld hebben”, was de kop van het persbericht van het Brookings Instituut.
Dit zal vanaf nu nog maandenlang in kleinere artikelen of als gegeven in een groter artikel, op verjaardagen of aan de borreltafel ter sprake komen.
Je weet nu dat je daar desgewenst een veel breder verhaal over kunt vertellen.

Ik zou ten slotte nog een hele cultuurkritiek kunnen schrijven over…
— onderzoekers die willen scoren,
— wetenschappelijke tijdschriften die focussen op ‘nieuwe uitkomsten’ in plaats van het voortzetten van een zinnige discussie,
— journalisten die wetenschappelijke artikelen niet eens lezen (laat staan dat ze de context kennen),
— enzovoort.

Liever eindig ik met:
• Kijk eens hoeveel we al weten over inkomen en geluk en allerlei facetten daarvan!  Geluksdoctorandus schreef bijv. ook al eens een serie van 5 blogs over het onderzoek naar ‘geld en geluk’ (vanuit iemands individuele situatie bezien).

Laten we daar ons voordeel mee doen en die kennis in onze eigen kring verspreiden.

En laten we de gelukseconomen en andere wetenschappers, die dit op een zinnige manier proberen te vertalen naar maatschappelijk relevante inzichten, op hun waarde schatten en steunen. Het zijn er nog veel te weinig.

Dit bericht is geplaatst in Economie, Gelukseconomie, Misverstanden over geluk met de tags , , , , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *