Luisteren naar de gelukprofessor – maar welke?

Een aantal van de 100 geluksprofessoren in 1 beeld gemonteerdHet is donderdagavond 13 maart, het Studium Generale van de Erasmus Universiteit. De derde keer dat ik geluksprofessor Ruut Veenhoven zijn verhaal zie presenteren. Hoewel ik het ken, blijft het boeiend. Ook het vraag- en antwoordspel met de zaal is interessant. Trots vertel ik aan familie: “Ik denk dat ik het inmiddels zelf ook kan vertellen”. Dan vraagt mijn moeder plompverloren: “Maar ben je het ermee eens?”

Waarom zou je een professor niet geloven?
“Ja, waarom niet?”, is mijn eerste, verbaasde reactie. “Het zit goed in elkaar. Het is gebaseerd op onderzoek. Waarom zou ik het er niet mee eens zijn?” Eenmaal weer thuis, beginnen een aantal vragen uit de zaal voor mijn geestesoog terug te komen. Wat mij bezighoudt, draait echter niet om “eens zijn”, maar om de vraag hoe de mensen in de zaal het verhaal zullen opvatten.Als een professor je iets vertelt, ligt het toch voor de hand om dat als waar aan te nemen? Zeker wanneer je, zoals ik, weet hoeveel gedegen onderzoek erachter zit. Natuurlijk mag je kritische vragen stellen. Zoals de vrouw die vroeg: “Bij welke groepen hebt u het onderzoek gedaan? Alleen bij studenten?”
Zij had een punt. Veel psychologisch onderzoek lijdt onder dat manco. En talloze wereldwijd goedgekeurde medicijnen zijn nauwelijks apart getest voor vrouwen of ouderen.

Eén vraag, miljoenen keren gesteld
In gedachten prees ik mijzelf al gelukkig (want ik wist natuurlijk wat de geluksprofessor ging zeggen): zo werkt dat bij het geluksonderzoek niet. Juist omdat je geluk vrij nauwkeurig met één simpele vraag kunt meten, is die vraag over bijna de hele wereld aan miljoenen mensen gesteld: mannen, vrouwen, studenten, arbeiders, werklozen… Chinezen, Afrikanen, Europeanen, Latijns-Amerikanen…
Daardoor zijn de kenmerkende verbanden tussen geluk en allerlei economische en sociale factoren al in talloze internationale onderzoeken naar voren gekomen.
(Geluk is trouwens eveneens op andere manieren gemeten en onderzocht. Daardoor weten we ook dat ‘die ene vraag’ door de bank genomen zo betrouwbaar is.)

‘Geluksprofessor’ is een sterk merk, maar waar staat het voor?
Toen pas drong het tot me door dat deze vrouw (en naar ik vermoed de nodige anderen in de zaal) tot dat moment het beeld had dat onze geluksprofessor vooral over zijn eigen onderzoek vertelde. Ze besefte niet dat er op de hele wereld wel meer dan honderd ‘geluksprofessoren’ zijn, onlangs nog door Leo Borman bijeengebracht in het World Book of Happiness (ook in het Nederlands verschenen). Ze besefte nog niet dat geluk niet zomaar een hobby is van die ene welgemutste professor uit Rotterdam, maar een heel nieuw interdisciplinair vakgebied, dat vergaande consequenties heeft (of althans zou moeten hebben) voor allerlei andere gebieden, zoals de sociologie, de economie en de filosofie.

“Alleen bij studenten…”

Ik had haar reactie wel eens willen zien, als er naast Ruut Veenhoven opeens 99 andere professors op het podium waren verschenen.

V.l.n.r zijn in de foto gemonteerd: (bovenste rij) Richard Layard, Martin Seligman; (middelste rij) Barbara Fredrickson, Ed Diener, Robert Biswas-Diener, Mariano Rojas; (onderste rij) Sonja, Lyubomirsky, Alex Michalos, Ruut Veenhoven, Carol Graham, Christopher Peterson.

Dit bericht is geplaatst in Geluksonderzoek met de tags , . Bookmark de permalink.