Hoe belasting gelukkig maakt: zo win je een toekomstige Nobelprijs

Collage om het idee uit te drukken dat belastinghervorming tot groter geluk kan leiden.

 

Belastinghervorming kan best interessant zijn. Daar stond het opeens: midden in het rapport op pagina 51. De ideale manier om belasting te heffen. Hier ligt de kiem van een toekomstige Nobelprijs in de economie verborgen, dacht ik meteen. Maar eerst de rest van het verhaal.

Denktank over sociale vooruitgang 
Vorige week schreef ik dat media en politici in Europa er nog steeds niet in slagen het grote verhaal rond geluk aan de man te brengen. Hoe verfrissend is het dan als je merkt dat er organisaties zijn die het onderwerp ‘geluk in de politiek’ gewoon recht voor zijn raap op de agenda zetten. Zoals het Legatum Institute uit Groot-Brittannië met het rapport Well-Being and Policy.

Het Legatum Instituut is een volwaardige, onafhankelijke denktank over sociale vooruitgang. Nederland en België kennen dit soort organisaties niet. Engeland heeft er minstens twee. Die andere is natuurlijk, zoals iedereen zal weten die dit gebied kent, de National Economics Foundation (NEF).

Sturen op geluk voor beleidsmakers
Het doel van het rapport Well-being and Policy is “om beleidsmakers meer inzicht te geven in hoe zij gegevens over geluk (in de zin van welbevinden) kunnen gebruiken om beleid te verbeteren en welvaart te bevorderen.” De schrijvers zijn de voormalige Britse topambtenaar Lord Gus O’Donnell, de directeur van het statistisch bureau van de OESO Martine Durand, en drie bekende onderzoekers: Angus Deaton, David Halpern en Richard Layard.
In ongeveer 75 bladzijden wordt in beleidstaal op een rijtje gezet wat er in het bestuur verandert, wanneer de overheid subjectief geluk serieus neemt.
Volgens Geluksdoctorandus is dit het beste rapport op dit gebied tot nu toe. (Vergelijk het bijv. met Subjective Well-Being and Social Policy van de Europese Commissie uit 2010.)

Eerst kosten en baten op een rij, dan pas een besluit
“34 Jaar geleden” schrijft voormalig Head of the Civil Service and Cabinet Secretary Gus O’Donnell in de inleiding: “werd ik aangetrokken als econoom bij Financiën en kreeg tot taak om het Groene Boek te herzien.” Het Green Book is in het Verenigd Koninkrijk een begrip: alle beleidsbeslissingen worden geacht gebaseerd te zijn op een afweging van kosten en baten volgens de richtlijnen uit deze handleiding. (Ook in de VS is de overheid verplicht om wet- en regelgeving van tevoren op kosten en baten te analyseren.) “Maar in de praktijk werd hier nog wel eens een loopje mee genomen, vooral bij beloften uit de verkiezingscampagne.”
Ook niet-economen kunnen er niet zo goed mee uit de voeten, zegt O’Donnell. “Die zetten dan de voor- en nadelen van een beleid op een rijtje en vervolgens gebruiken ze judgment om tot een beslissing te komen.” Wij zouden zeggen ‘normen en waarden’ of ‘de knoop doorhakken’.
Het gevolg is dat je elk beleid op zijn eigen merites beoordeelt. Vergelijkingen tussen verschillende gebieden zijn daardoor onmogelijk. En consistent beleid, dat meerdere gebieden omvat, is ook heel moeilijk. Kosten-baten-analyse komt daarbij een stuk verder, omdat het de waarde van beleid op verschillende gebieden met elkaar kan vergelijken.

Weten wat je ervoor terugkrijgt
In principe lijkt niets logischer dan dat. Toch zijn er onder de kenners van kosten-baten-analyse ook tegenstanders, omdat je niet alles in geld kunt omrekenen. En zelfs als je dat wel kunt (er zijn namelijk een aantal goede trucs voor), moet men zich afvragen of geld voor iemand met hoge inkomsten of veel vermogen wel evenveel waard is als voor iemand met een laag inkomen en zonder eigen vermogen om op terug te vallen. Nee, dus in zo’n geval kun je toch weer niet goed vergelijken.

Door geluk te meten, lukt het wel
Maar juist op die punten waar de traditionele kosten-baten-analyse er niet uitkomt kun je vaak wel het meten van geluk gebruiken.
Dat is de rode draad in het verhaal van Gus O’Donnell en de zijnen. In vaktermen is dat o.a.: daar waar de markt tekort schiet, bij zogeheten externalities (als milieukosten) en bij publieke goederen (zoals veiligheid, zorg en onderwijs).

Tips voor belastinghervorming
Maar nu de belasting. (In het rapport is dat trouwens maar een van de onderwerpen!)
Hoe kunnen we het geld van de belastingbetaler op de beste manier gebruiken?

• Laten we om te beginnen (en voor het gemak) aannemen dat de omvang van de overheidsuitgaven vaststaat.

• Allereerst reken je dan van elk mogelijk beleid uit hoeveel welbevinden per euro je ervoor terug krijgt.

• Daarna zet je de beleidsmaatregelen in volgorde. Bovenaan zet je daarbij het beleid dat het meeste welbevinden per euro oplevert.

• Vervolgens ga je keuzes maken. Je begint daarbij van bovenaf. De beleidsplannen of maatregelen die het meeste welbevinden per euro opleveren, worden dus in elk geval uitgevoerd. Naarmate beleid minder effectief is in termen van welbevinden staat het lager op de lijst en is de kans dat het gekozen wordt kleiner.

• Op een gegeven moment is het geld op en komen er natuurlijk geen maatregelen meer bij.

Gegeven het beschikbare budget, heeft de overheid dan het best denkbare beleid in termen van welbevinden van de bevolking gevoerd!

De ideale verdeling van belastingheffing
Daarmee eindigt het verhaal niet. Ook de optimale heffing van de belasting kun je in principe op deze manier ‘berekenen’. Net als bij de voorafgaande exercitie beschouwen we daaarbij het totaalbedrag van de opbrengst als gegeven.

• De vraag is hoe kun je dit bedrag ten koste van zo min mogelijk verlies aan welbevinden bij de bevolking verzamelen?

• Je hebt dan een globale formule nodig per inkomensgroep (of ook vermogensgroep) om (verlies aan) euro’s naar (verlies aan) welbevinden om te rekenen. Op basis van onderzoek valt die op te stellen.

Een rechtvaardiger belastingstelsel
Wat je vervolgens krijgt, is een systeem van progressieve belastingheffing, met alle voor- en nadelen van dien. Dat is geen vies woord, want zo’n systeem hebben we nu ook. Sterker nog, elke fatsoenlijke staat heeft zo’n systeem.
De grondslagen en percentages ervan zijn in het huidige systeem echter grotendeels willekeurig (lees: op basis van toevallige politieke krachtsverhoudingen) tot stand gekomen. Gebruiken we echter ‘welbevinden’ bij het opstellen ervan, dan kan het systeem een stuk rechtvaardiger worden.
Maar een belastingsysteem is ingewikkelder dan dat. Er zijn bijvoorbeeld verschillende soorten belasting, met verschillende ‘grondslagen’ ofwel redenen om belasting te heffen. Denk aan omzetbelasting, erfbelasting, inkomensbelasting enzovoort. Welbevinden als argument kan daar een grotere rol in spelen dan nu, het kan nooit het enige principe zijn.

De ideale omvang van de belastingopbrengst
Geluksdoctorandus gaat bij deze nog een klein stapje verder dan het rapport van het Legatum Instituut. Zou het ook mogelijk zijn de optimale omvang van de totaalopbrengst aan belasting te bepalen? Laten we het eens proberen:

• Naarmate je het hiervoor genoemde lijstje met beleidsmaatregelen afloopt, wordt de opbrengst aan welbevinden per euro steeds lager.

• Als je op dezelfde manier alle mogelijkheden om belasting te heffen op een rij zou zetten, worden per maatregel de kosten aan welbevinden steeds hoger.

• Zolang de opbrengst aan welbevinden van een beleid (nog net) hoger is dan het verlies aan welbevinden door de belastingheffing kan er een reden zijn om belasting te heffen.

Ja, het kan dus. In principe is het mogelijk om de ideale omvang van de belastingopbrengst vast te stellen (mits die daarbij ook op een ideale manier wordt geheven en wordt uitgegeven!).

Mij dunkt dat iemand die dit mooi uitwerkt, tezijnertijd een Nobelprijs voor Economie mag winnen!

Wat moet je nu met zo’n theorie?
De werkelijkheid is natuurlijk altijd ingewikkelder. Het bovenstaande is een puur utilitaristische theorie. In een eerdere blog vroeg ik mij af hoe gevaarlijk dit kan zijn. Het bleek mee te vallen, zolang we open staan voor hogere morele principes (dat zijn er trouwens niet zoveel) en ons gezonde verstand blijven gebruiken. Uiteraard kun je evenmin alles precies berekenen.
Maar vergelijk het eens met wat er nu gebeurt als er opeens 500 miljoen euro over is op de begroting? Hoe rationeel wordt er over de besteding daarvan nagedacht?? En op grond van welke afwegingen komen besluiten over belastingheffing tegenwoordig tot stand?
Het is dus beslist geen gekke gedachte om, als de overheid eens geld overheeft, éérst na te denken hoe dit zoveel mogelijk profijt voor de bevolking als geheel kan opleveren.

Als je in vernieuwing van de politiek of in beter beleid bent geïnteresseerd: hier vind je het rapport Well-Being and Policy.
Ook voor een hervorming van het belastingstelsel kan dit een nuttige bron zijn.
En een interessante zoekopdracht voor wie meer over geluk in relatie tot belasting wil lezen, kan zijn: Layard marginal utility taxation.

Dit bericht is geplaatst in Beleid, Economie met de tags , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.