Waarom de honden bleven liggen in het laboratorium

Korte reis – aan de hand van drie boeken – door de geschiedenis van de Positieve Psychologie (deel 3, Learned Optimism)

Learned Optimism. How to Change Your Mind and Your LifeBoek: Learned Optimism. How to Change Your Mind and Your Life.

Auteur: Martin E. P. Seligman

Eerste druk: 1990. Gelezen: de tweede druk uit 2006.

Uitgeverij: Vintage Books, New York.

Terzijde: hier vind je het begin van deze serie blogs en dit is het vorige artikel.

Van het boek Feeling Good (1980) uit de vorige blog naar Learned Optimism (1990) in deze verandert de context aanzienlijk.
• In Feeling Good vindt een gesprek plaats tussen patiënt en therapeut, of tussen een psychologisch adviseur en iemand die graag zijn stemming wil verbeteren. Het centrale thema is de logica en zijn de vooronderstellingen, die de lezer hanteert bij het reageren op tegenvallende ervaringen.
In Learned Optimism krijgen we een overzicht van een heel nieuw onderzoeksgebied, waaruit na enige tijd de positieve psychologie zal ontstaan.

Wie is Martin Seligman?
Maar laat ik eerst kort de schrijver voorstellen. Seligman is een psychologisch onderzoeker die al een flinke staat van dienst had in de ‘negatieve’ psychologie (over het helen van psychische stoornissen), voordat hij overstapte naar de ‘positieve’ tak ervan. Een symbolisch moment kwam toen hij in 1998 werd gekozen tot voorzitter van de American Psychological Association (APA) met expliciet in zijn verkiezingsprogramma het bevorderen van de ‘positieve psychologie’.
Ook is hij een van de voortrekkers van de veel te weinig bekende ‘DSM voor goede eigenschappen en deugden’ met de titel Character Strengths and Virtues. Dit is de tegenhanger van de bekende DSM (Diagnostical and Statistical Manual of Mental Disorders), waaraan psychiaters doorgaans hun officële diagnose moeten ontlenen. In plaats van over schizofrenie en verslaving zet dit boek de basiskennis op een rijtje over karaktereigenschappen als creativiteit, moed, volharding, integriteit, wijsheid, leiderschap en nog veel meer.

Een experiment in het leren van emoties
Seligmans verhaal begint of all places in een laboratorium voor dierexperimenten. Zijn leraar is Richard Solomon, destijds een bekende onderzoeker in de zogeheten leertheorie. Deze stimulus-respons-leertheorie is de harde kern van de op dat moment populaire gedragspsychologie.
In Solomons lab wordt getest of honden kunnen leren om twee verschillende stimuli (een hoog piepgeluid en een kleine elektrische schock) met elkaar te associëren. De vraag daarbij is of ‘het hoge geluid alleen’ later dezelfde angstreactie kan oproepen als aanvankelijk ‘het hoge geluid en de schok samen’ — dit zou aantonen dat ‘emotioneel leren’ (in dit geval van vrees) van de ene situatie op een andere kan worden overgedragen…

Honden werden gebruikt in het experiment over 'learned helplessness' door Martin SeligmanWat de honden feitelijk leerden, was ‘aangeleerde hulpeloosheid’
Maar er gebeurt iets anders. Na verloop van tijd blijft een aantal honden gewoon liggen. Ze springen niet eens meer opzij om de shock te ontwijken. Seligman concludeert dat ze iets anders hebben geleerd, namelijk: het heeft toch geen zin om te ontsnappen. Het nieuwe gedrag dat ze hebben aangeleerd, is ‘hulpeloosheid’. Vervolgens voert Seligman met een collega andere dierproeven uit om na te gaan of deze hypothese klopt.

De behavioristische psychologie experimenteel weerlegd
Onwaarschijnlijk als het lijkt, het zijn deze gekwelde honden die (met hulp van Seligman) de doodsteek toebrengen aan het leidende paradigma van de gedragspsychologie, ofwel van het behaviorisme. De edele dieren voldoen namelijk niet aan de stimulus-response theorie.
In plaats van automatisch op de stimulus van de elektrische schok te reageren door weg te springen — och heertje, denken ze na.
Ze denken (zoiets als) “het heeft geen zin, want ik kan er toch niets aan veranderen” en blijven domweg zitten. Daarmee is aangetoond dat er tussen stimulus en respons nog een derde factor zit, en wel een mentale interpretatie van de situatie.
Dit experiment bleek een mijlpaal in de overgang van de gedragspsychologie naar het nieuwe paradigma van de cognitieve psychologie.

Terug naar de echte wereld: het verklaren van tegenslag
Seligman verlaat daarna (gelukkig!) het dierproef-laboratorium en probeert zijn uitkomsten te vertalen naar menselijk gedrag. Hij vermoedt dat ‘aangeleerde hulpeloosheid’ (= het besef dat je toch niets aan een situatie kunt veranderen) een belangrijke oorzaak is van depressie. Gaandeweg verfijnt hij zijn theorie hierover. Hij gebruikt daarbij vooral de termen pessimisme en optimisme.
Maar, pas op, hij bedoelt daar niet precies hetzelfde mee als in het dagelijks spraakgebruik!

Hoe maak je van een mug een olifant, of van een olifant een mug?
‘Pessimisme’ en ‘optimisme’ staan voor verschillende patronen in het verklaren van tegenslag.

Een optimistische manier om tegenvallende gebeurtenissen te verklaren:
(1) ziet het gebeurde als voorbijgaand / tijdelijk,
(2) van beperkte omvang,
(3) als iets waar je toch niets aan kon doen.

Een pessimistische manier om teleurstellingen te verklaren:
(1) ziet de gebeurtenis als blijvend/onveranderlijk,
(2) maakt het groot,
(3) zoekt de oorzaak bij jezelf.

In de woorden van Seligman, gaat het om: permanence (permanentie, tijdsduur), pervasiveness (mate van doordringendheid, omvattendheid) en personalization (heb je er zelf een rol in?).

Optimisten doen het beter dan pessimisten
Gewapend met deze theorie, probeert Seligman vervolgens depressiviteit te verklaren, evenals: succes op het werk, succes in de politiek, gezondheid en een geslaagde opvoeding. Met hulp van zijn ghostwriter en editors (die hij hiervoor volmondig bedankt) maakt hij daar een spannende sage van. In alle gevallen is de beginhypothese: optimisten doen het beter. Op alle terreinen wordt deze door onderzoek bevestigd – optimisten leven zelfs langer! – zij het hier en daar met aanpassingen.

Grote kans op depressiviteit: pessimist én piekerprinses
Depressieve mensen zijn niet alleen pessimistischer dan doorsnee optimisten, zij hebben ook de gewoonte hun gedachten almaar te ‘herkauwen’, ze piekeren. Hiermee verklaart Seligman ook de oververtegenwoordiging van vrouwen t.o.v. mannen met een depressie. Depressieve vrouwen blijven vaak in gedachten zoeken naar wat er mis is met henzelf, terwijl mannen sneller naar afleiding zoeken om hun stemming te verbeteren, al is het in dingen als drank.

Alleen oordelen pessimisten soms beter…
Alleen in het realistisch beoordelen van een lastige situatie, doen pessimisten het soms beter! Maak van optimisme dus geen dogma, zegt Seligman, je moet wel flexibel kunnen zijn.

3 Voorwaarden voor succes: talent, oefening én optimisme
Waar het gaat om succes, is optimisme natuurlijk niet de enige factor. Aanleg en oefening zijn de klassieke succesfactoren op vrijwel elk gebied. Maar Seligman laat overtuigend zien (op basis van onderzoek) dat we daar optimisme er als een derde succesfactor aan moeten toevoegen. Het leidt ertoe dat je niet snel uit het lood bent geslagen als het eens tegenzit en je onversaagd verder kunt gaan.

Maar hoe wórd je een optimist?
Wanneer optimisme (als verklaringsmodel bij tegenslag!) zoveel voordelen heeft, wat kunnen we er dan aan doen om meer optimistisch te worden?
Gek genoeg heeft Seligman hier – na deze lange en interessante omweg – niet veel nieuws te bieden ten opzichte van David Burns in Feeling Good. Door oefeningen te presenteren voor op het werk en voor kinderen op school haalt hij het onderwerp echter weg uit de sfeer van therapie en depressiviteit.

Het ABCDE-model van Albert Ellis
De basis van deze oefeningen is het ABCDE-model van Albert Ellis. Diens rationeel-emotieve therapie (RET) is echter nauw verwant aan de cognitieve therapie van Burns en Aaron Beck. In beide gevallen draait het erom dat je eerst moet gaan zien hoezeer je tegenvallers verkeerd interpreteert. Vervolgens moet je proberen jezelf ervan te overtuigen dat een andere interpretatie beter is. Kijk maar:

A = adversity, wat is er gebeurd dat tegenviel?
B = belief, hoe verklaarde je dit?
C = consequences, tot welke gevolgen leidde dit? (bijv. welk gevoel kreeg je hierdoor?)
D = disputation, probeer logisch aan te tonen, aan jezelf, dat je verklaring niet juist is.
E = energization, ga na hoeveel extra energie je hierdoor krijgt.

En vergelijk dit met de bespreking van Burns in de vorige blog.

Weg uit de spreekkamer, midden in de samenleving
Al met al is het boek van Seligman symbool een intrigerende stap vooruit:

• Enerzijds hanteert hij nog vrijwel hetzelfde gedachtegoed als Burns tien jaar eerder in Feeling Good.

• Maar waar Burns vooral depressiviteit als psychische ziekte wilde bestrijden en voorkomen, laat Seligman zien dat het bevorderen van ‘optimisme’ een doel is dat midden in de maatschappij thuis hoort: op het sportveld, op de werkvloer, in het onderwijs en bij de opvoeding.

Wandelend Verkeerslichtmannetje uit DDR (groen)De volgende blog in deze serie, over het boek Positivity van Barbara Fredrickson, vind je inmiddels hier

Dit bericht is geplaatst in Boekbespreking, Positieve Psychologie met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *