Groeiend geluk in crisistijd, ra ra hoe kan dat?

Herman de Jong (hoogleraar Economische geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen) gaat het uitzoeken.

Ondanks twee wereldoorlogen, de economische crisis van de jaren ’30 en emigratie naar andere werelddelen, groeide de Europese bevolking in de eerste helft van de 20e eeuw met ongeveer 100 miljoen mensen. Dat niet alleen. De kindersterfte daalde en kinderen groeiden op in steeds kleinere gezinnen. Mensen stierven minder vaak aan infectieziektes, ze werden gemiddeld langer en hun levensverwachting steeg. De werkweek werd korter en hun vrije tijd nam toe.

Herman-de-Jong-(hoogleraar-Economische-Geschiedenis en winnaar van een VICI-subsidie)“Het gekke is”, zegt Herman de Jong, “dat we al deze verbeteringen in welvaart nergens kunnen afleiden uit de statistieken voor economische groei.”

Kennelijk verliezen we dus veel belangrijke ontwikkelingen uit beeld, wanneer we alleen maar op economische groei of het (uitblijvende) herstel daarvan, focussen. Of, sterker nog, economische groei, is helemaal niet noodzakelijk als motor van ons welvaren:

“Als we uitgaan van een breder begrip van welvaart, laat de crisis van de jaren ’30 zien dat niet altijd economische groei nodig is om welvaart te creëren.”

Maar welke factoren zijn het dan wel? Een veel belangrijker rol dan gedacht, heeft volgens hem bijv. de overheid gespeeld; door investeringen in gezondheidszorg, huisvesting en de zorg voor kinderen, evenals de verdeling van inkomen.

Om de oorzaken van deze verbetering van onze welvaart, in een tijd van economische crisis, beter uit te zoeken, ontving prof. De Jong een zogeheten VICI-subsidie van 1,5 miljoen euro. Het onderzoek zal daarbij kijken naar indicatoren voor kwaliteit van leven (een bekend thema op deze website) in relatie tot economische groei in de eerste helft van de twintigste eeuw.

Vorig jaar op 11 december hield Herman de Jong zijn inaugurele rede als hoogleraar Economische geschiedenis. Daarin maakte hij al een interessante vergelijking tussen de huidige crisis en de vorige. De beide crises kennen verschillen, maar vooral ook grote overeenkomsten.

  • Beide crises begonnen in de Verenigde Staten.
  • Ze werden allebei voorafgegaan door een hoogconjunctuur gevoed door speculatie op de onroerend goed markt.
  • Er was een afnemende overheidsregulering van de financiële sector en/of een lakse houding van de overheid om regels te handhaven. Door de hoogconjunctuur werden nieuwe financiële instrumenten ontwikkeld en werd er meer risico genomen.
  • In beide perioden was er een uitzonderlijke groei van de geldhoeveelheid.
  • Zowel toen als nu bleken de economische inzichten van de tijd niet afdoende. Politici en beleidsmakers moeten schipperen in de mist.

Hoog tijd dus, om voorbij die eenzijdig economische inzichten te gaan en (onder meer in dit VICI-onderzoek) na te gaan welke factoren werkelijk voor onze voorspoed en vooruitgang verantwoordelijk zijn.

Dit bericht is geplaatst in Beleid, Economie, Kwaliteit van Leven met de tags , , , , . Bookmark de permalink.