Geluksdoctorandus in HP/DeTijd: ‘geluksfilosoof’ die vierkante boekjes schrijft

Gaan de media zó met ons geluk om?

Het is woensdag 8 mei. Ha, eindelijk! Het boek waaraan ik drie maanden van mijn leven heb besteed, Geluk voor Kamerleden, heeft na vijf maanden de publiciteit bereikt. Er staat een artikel over in HP/DeTijd, dat daarmee alle concurrenten heeft verslagen.

Ik wist dat het zou komen, want stagiair Aaron van Wirdum had mij telefonisch geïnterviewd. Hij had het boek, geeft hij schuchter toe, “niet helemaal” gelezen, maar toonde zich oprecht geïnteresseerd. Toen hij mij de tekst ter inzage gaf, vroeg ik hem een paar stukjes te veranderen, omdat de kern van het boek (een pleidooi voor een landelijk dashboard) er mijns inziens te ‘grappig’ en mede daardoor onjuist in overkwam. Dat was geen probleem. Hij verzekerde mij dat hij het geen onnozel initiatief vond en dit ook niet wilde suggereren.

Die woensdag lees ik echter een heel ander artikel. Hoofdredacteur Boudewijn Geels blijkt zowel aan het begin als aan het eind er nog een stuk bij te hebben geschreven en heeft daarin de lollige toonzetting juist benadrukt. Alles suggereert dat hij het boek “helemaal niet” heeft gelezen.

“Het is als we op het omslag afgaan, het belangrijkste boek dat ooit voor Kamerleden is geschreven”, staat er nu. “Geluk voor Kamerleden heet het.” Even denk ik: Wow, ze hebben het begrepen. Maar het is natuurlijk ironisch bedoeld. De tekst gaat verder: “Er staat ‘Wat zou er gebeuren als politici vanaf nu ons geluk willen bevorderen?’. Interessante vraag. Worden we dan gelukkig? En, als ze thans niet bezig zijn met het bevorderen van ons geluk, wat zijn die kamerleden dan wel aan het doen?”

Terwijl Aaron van Wirdum nog over mij schreef als geluksfilosoof (een mens moet toch wát zijn), word ik in de aangepaste versie consistent voorgesteld als ‘geluksfilosoof ’ tussen aanhalingstekens. (Gelukkig, ik ben nog net niet helemaal als charlatan ontmaskerd!)

In het interview had ik verteld dat één van de kamerleden een positieve reactie had gegeven. Het is een vrouw en ze is lid van een regeringspartij. Anders dan in het oorspronkelijke stukje slaat het artikel nu aan het raden wie dat kan zijn. Misgegokt, maar daar gaat het hier niet om. Ik citeer:

“Goed, dan gokken we zelf wel. VVD-vrouwen lijken ons weinig ontvankelijk voor vierkante boekjes van een ‘geluksfilosoof ’…” 

“… maar we kunnen ons om een of andere reden goed voorstellen dat het werkje op het toilet van bijna-PvdA-cheffin Lutz Jacobi ligt…” 

“Of op dat van Myrthe Hilkens.” Die staat vast ook “geluksbevorderend in het leven”, want zij drinkt volgens haar webpagina “liever kopjes thee dan azijn.”

Genoeg.

Ik ben een grote jongen van 55 jaar en kan tegen een stootje. Het is bovendien niet gebruikelijk om als auteur over een recensie in debat te gaan.

Wat zeg ik, recensie? 

Voor een recensie moet je een boek toch eerst hebben gelezen? En daarna geef je toch een oordeel over de inhoud van het boek? 

Zo niet, in dit geval: een gerespecteerd tijdschrift maakt auteur én onderwerp (en in het voorbijgaan nog twee onschuldige parlementariërs) belachelijk zonder het boek te lezen, laat staan te bespreken.

Daarmee gebeurt iets dat van meer belang is dan deze ene schrijver…
Een onbekende schrijver waagt zich in het publieke debat. Hij schrijft een boek (niet zijn eerste; hij is een ervaren wetenschapsjournalist, dus het zit op zijn minst ambachtelijk goed in elkaar), hij geeft het zelf vorm (toevallig kan hij dat ook), laat het op eigen kosten drukken (met alle risico vandien), en zendt het aan kamerleden en media toe.

Het boek gaat over een onderwerp (geluk) dat in de EU, de OESO en de Verenigde Naties op de agenda staat. Geluk komt voor in artikel 2 van de Europese grondwet, het verdrag van Maastricht (“the raising of the standard of living and quality of life”). Er zijn internationale conferenties over geweest. Afgelopen jaar was er nog een conferentie in Nederland: Sturen op Geluk, georganiseerd door het SCP, de Erasmus Universiteit, het Trimbos-instituut en Positief Onderwijs. Die laatste conferentie was een belangrijke stimulans om dit boek te schrijven. Voorts hebben de OESO en Eurostat kostbare programma’s opgezet om te komen tot bredere indicatoren voor welzijn en geluk. Dit alles hangt samen met de ontwikkeling van een nieuw gebied van wetenschap.

Geluk voor Kamerleden probeert deze ontwikkelingen te laten zien en doet een gedachtenexperiment om na te gaan in hoeverre politici zich echt door geluk kunnen laten leiden.

Je zou zeggen dat dit thema de moeite waard is om, publiekelijk, over na te denken. Zeker nu we gezien hebben hoe het gangbare economisch-politieke denken ons nog maar net aan de rand van de afgrond heeft gebracht.

Maar, nee. De media zwijgen.
En het enige blad dat tot nu toe over Geluk voor Kamerleden schrijft, HP/De Tijd, drijft er de spot mee.

Willen wij in ons land ZO met goedwillende initiatieven omgaan ??

Regelmatig lees je in kranten en tijdschriften en op het web over de noodzaak van maatschappelijke vernieuwing…

Zou het dan niet helpen om nieuwe ideeën ook welkom te heten, op de tong te proeven en aan het Nederlandse publiek door te geven ??

– – –

Ten slotte nog dit.

HP/DeTijd heeft inmiddels revanche op zichzelf genomen en nodigde Geluksdoctorandus eind 2013 uit voor het themanummer over geluk een bijdrage te leveren.

Die kun je hier vinden.

Dit bericht is geplaatst in Geluk in de media, Politiek met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *