Geluk in de politiek (1)

Blik op de Ridderzaal als symbolisch centrum van politiek Den Haag schuin van achterenIn HP/DeTijd van deze maand (december 2013, tot half januari verkrijgbaar) schreef ik een essay over geluk als centraal principe bij de formatie van een nieuw kabinet: “De brief van de formateur” (p. 16).
Je kunt dit lezen als een soort science fiction op de korte termijn (de verkiezingen van 2016), maar dan mis je de essentie. Er zitten belangrijke gedachten in die ik graag in deze en de volgende blog apart naar voren wil halen. 

1. Kennis over geluk is politiek neutraal
‘Geluk’ is geen nieuw ideaal. Politieke partijen hebben altijd al onder verschillende namen het geluk van hun kiezers nagestreefd. Of dit nu welvaart heette of solidariteit, vrede of veiligheid. Bij de introductie van geluk als politiek thema gaat het om iets heel anders dan de introductie van een nieuw ideaal.

Door de eeuwen heen hebben mensen het mooiste dat zij in hun leven konden vinden omschreven als geluk. Op het eerste gezicht (zie sommige andere artikelen in het themanummer van HP/DeTijd) lijkt geluk voor iedereen anders. Het lijkt dan een kwestie van smaak. Daar kun je niet veel mee doen in de politiek.

Maar recente ontwikkelingen in wetenschap en filosofie laten zien dat geluk geen kwestie is van smaak. Jouw geluk en mijn geluk zijn niet zo verschillend van elkaar. Er zijn belangrijke wetmatigheden in wat mensen gelukkig maakt. Dát inzicht, de wetenschappelijke erkenning en het onderzoek daarnaar, die zijn nieuw. Het is niet links of rechts, niet christelijk of seculier. Het is kennis, die evengoed geldt voor alle politieke partijen. Want waarom zouden politici wél wetenschappelijke kennis gebruiken over de veiligheid in het verkeer of over de werking van de economie en niet over de werking van geluk? 

2. Kennis over geluk helpt om ‘normen en waarden’ te verhelderen
Maar tal van waarden gaan mede over geluk. Wat dacht je bijv. van ‘solidariteit’ of ‘naastenliefde’?
Die veronderstellen immers dat je mensen helpt om gelukkiger of althans minder ongelukkig te worden. Dan is het wel zo handig als je weet wat geluk is en wat de belangrijkste factoren zijn die dit kunnen bevorderen of die ongeluk kunnen verminderen.

Ook voor wie ‘vrijheid’ als waarde heeft, kan kennis over geluk nuttig zijn.
Ten slotte gaat het vaak vooral om de fundamentele vrijheid om zelf je geluk na te streven. Onderzoek laat zien dat politieke en economische vrijheid belangrijk bijdragen aan ons geluk. Maar een steeds verdere toename van keuzevrijheid blijkt niet automatisch tot meer geluk te leiden. Een overvloed aan keuzes kan leiden tot keuzestress, en kan zelfs ons geluk verminderen.

3. Belangenbehartiging vergroot niet automatisch het geluk
De meeste politieke partijen streven niet naar ‘geluk voor iedereen’, maar willen vooral dat een deel van de Nederlanders gelukkiger wordt. Zo vertegenwoordigt de VVD door de bank genomen de belangen van de betergestelden, het CDA traditiegetrouw die van de middengroepen, de PvdA en de SP de arbeiders… Vrijwel elke partij zal zich allereerst voor de belangen van de eigen groep inzetten.
Maar de vraag is: wordt die groep daarmee ook gelukkiger?

Gek genoeg, hoeft dat helemaal niet! Zowel bij materiële vooruitgang als bij (keuze)vrijheid neemt het zogeheten marginale nut namelijk af. In gewone mensentaal, ‘méér ervan’ levert naar verhouding steeds minder ‘extra geluk’ op. Het wordt dus een steeds minder efficiënte investering.

Maar wie alleen in termen van belangenbehartiging denkt, wil altijd méér – of het nu om materieel gewin of om rechten of om vrijheid of om invloed gaat – en negeert daarmee de menselijke realiteit, waarin ‘verzadiging’ optreedt.

Kennis over geluk helpt ons om te herkennen en accepteren dat iets ook ‘genoeg’ kan zijn. Het brengt geluk om vaker dankbaar te zijn voor alles wat we wel hebben. Dat geldt ook in de politiek.

Wanneer we niet langer altijd méér willen – wanneer kiezers en partijen de stap maken van ‘what’s in it for me?’ (hoeveel ga ik erop vooruit?) naar ‘what’s in it for us?’ (anders gezegd, in welke wereld willen wij samen leven?) – hebben we niet langer tekort, maar houden we over.

En daarmee worden onoplosbare problemen oplosbaar.

Geluksdoctorandus denkt dat hij de Kerstman is

 

Of zou dit alleen waar zijn met Kerstmis?

 

 

Moet de politiek, dus de overheid, zich wel om ons geluk bekommeren? Is het wel een taak van de overheid om ons gelukkig te maken? Wie het HP/DeTijd-artikel heeft gelezen, ziet dat ik die vraag op een sluwe manier heb omzeild. Eigenlijk ben ik daar wel een beetje trots op. Op welke manier, kun je lezen in de volgende blog.

Dit bericht is geplaatst in Politiek met de tags , , . Bookmark de permalink.