De Taal van Duurzaamheid en de Taal van Geluk

Kunnen we een duurzame wereld nastreven zonder een beeld van hoe gelukkig we daarbij zijn? Ziedaar het thema van deze blog.
De aanleiding is het symposium ‘Duurzaam groeien en Vernieuwen’ dat ik afgelopen dinsdag
5 februari bezocht. Het ging over de Monitor Duurzaam Nederland en was georganiseerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), drie planbureaus en het ministerie van Infrastructuur en Milieu.

Op weg naar een dashboard voor de staat Nederland
Deze zogeheten Monitor Duurzaam Nederland is een lijvig boekwerk dat eens in de twee jaar (de laatste keer was 2011) op een rij zet hoe Nederland ervoor staat. Het kijkt naar:

• onze ‘kwaliteit van leven’ (lees: ons geluk in ruime zin van het woord);
• de verschillende ‘grondstoffen’, die we daarvoor gebruiken (ofwel: natuurlijk, menselijk, sociaal en economisch kapitaal); en dat alles
• uit binnen- en buitenland, nu en in de toekomst.

Dit verhaal wordt samengevat in een aantal ‘stoplichten’ (rood, groen, oranje), waarvan de kleuren aangeven waar we extra op moeten letten. Als er iets is dat het begin kan zijn van een soort nationaal dashboard, een vast referentiekader voor iedereen die ons land wil besturen of daarover meedenken, dan is dit het.

Het was een beetje een warrige conferentie, maar als ik er een rode draad uithaal, is dat: hoe en vanuit welke invalshoek – anders gezegd: in welke ‘taal’ – houden we het thema duurzaamheid op de agenda?
Spreker Yvo de Boer (ooit voorzitter klimaatconferentie Verenigde Naties, nu: KPMG) verwacht veel van het internationale bedrijfsleven. Duurzame bedrijven hebben een betere performance, zegt hij. Dus het levert winst op. Zij kijken meer dan overheden over sectoren heen en hebben inzicht in de totale supply chain. Ze kunnen op hun beurt eisen stellen aan leveranciers uit kleinere bedrijven, die hier uit zichzelf niet toe komen. (Voorbeeld: de Amerikaanse supermarktketen Walmart stelt nu duurzaamheidseisen aan meer dan 200.000 toeleverende bedrijven.)

Het vertrouwen in internationale samenwerking tussen overheden blijkt na meerdere klimaatconferenties flink geslonken. Ook zelf ligt Nederland “niet op koers” bij belangrijke klimaat- en energiedoelen. We “fietsen achteraan in het peloton mee”, zegt Maarten Hajer (directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving).
‘Internationale coördinatie’, ‘midden- en kleinbedrijf’, ‘consument’, ze lijken geen van allen een sterke motor van verandering volgens de sprekers. Ook PBL-directeur Hajer zet in op een plan B, waarin het streven naar welbegrepen eigenbelang organisaties in beweging brengt. Dat kan zijn:

• ondernemingen,
• samenwerking vanuit steden of regio’s,
• of een kleine groep landelijke ‘overheden’ die voorop wil lopen.

Zelfs de krijgsmacht duikt nog in de discussie op. “De beste analyses over grondstoffen komen inmiddels uit de hoek van defensie” hoor ik iemand zeggen. Onlogisch is dat niet, want hoe minder we onszelf van grondstoffen uit onzekere gebieden afhankelijk maken, hoe kleiner de kans op gedonder.

Tegen het einde van de bijeenkomst zoom ik uit. Ik zie een zaal met deskundigen over milieu, klimaat en natuur. Ze bespreken een rapport dat kennelijk gaat over milieu, klimaat en natuur. De zaal wordt kleiner en kleiner… Maar de Monitor en de ‘stoplichten’ worden groter…

De Monitor Duurzaam Nederland is juist zo waardevol, omdat deze allerlei verschillende factoren van de staat van ons land – van economie, tot geluk, tot sociaal kapitaal, tot grondstoffen etc. – bij elkaar brengt.
Zo’n monitor kan bijvoorbeeld laten zien dat ons geluk er helemaal niet onder lijdt (terwijl ons inkomen dat misschien wel doet), wanneer we stappen zetten die tot een duurzamer economie leiden. Die kan vast ook laten zien dat het geluk van onze kinderen hierdoor zelfs groter zal zijn.
Maar dan moeten we hem wel opwaarderen. Én hem uit de hoek van natuur en milieu trekken. Immers, juist door geluk erbij te halen (ofwel onze kwaliteit van leven en die van volgende generaties), kunnen we zien dat ‘duurzaamheid’ méér is dan een milieufeestje en op welke manier het ons allen, vroeg of laat, raakt.

Hier ligt een schone taak voor het CBS en de planbureaus, het liefste trouwens in opdracht van de politiek én in de schijnwerpers van de media. Zo’n nationaal dashboard is immers bedoeld voor ons allen en verdient die aandacht ten volle.

In ‘Geluk voor Kamerleden’ schets ik hoe zo’n vernieuwde monitor, die we dan echt als nationaal dashboard gaan gebruiken, eruit kan zien. Het gaat daarbij niet alleen om de specifieke indicatoren of stoplichten die erin staan, maar minstens zozeer daarom dat die bewust door de politiek (en voor het oog van ons allen) zijn gekozen.

Dit bericht is geplaatst in Beleid, Economie, Kwaliteit van Leven, Politiek met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *