De onzichtbare aanwezigheid van GELUK in de POLITIEK (3)

Geen dag van geluk, maar (bijna) een hele week van geluk. Deze keer een serie korte blogs waarin geluksdoctorandus een week lang op zoek ging naar geluk in het nieuws. Je hoort het niet, je ruikt het niet en je ziet het niet. En dát, terwijl zoveel onderwerpen tot in de kern met geluk hebben te maken. Zoals: de gezondheidszorg.

Donderdag 21 maart. Het CPB brengt een rapport uit over de toekomst van de gezondheidszorg. De aanleiding zijn natuurlijk de stijgende kosten. Voor de oplossing wordt vooral gekeken naar de manier van verzekeren. Het gaat om thema’s als een breed verzekerd pakket of een smal, meer of minder eigen risico, meer of minder keuzevrijheid, zelf betalen of betalen versus door de overheid betalen en bepalen. Gegeven dit economische vertrekpunt, is de aanpak veel genuanceerder en meer weloverwogen dan ik hier in een paar standaardzinnen kan aangeven. Zo wordt er bijv. grondig ingegaan op het thema preventie, waar om economische redenen veel voor te zeggen is, vooral in de eerste levensjaren en (het eerste deel van) de schoolperiode. Een overtuigend voorbeeld, met de kosten erbij, blijkt het tegengaan van obesitas bij jonge kinderen. Kortom, investeren in gezondheid in de jonge levensperiode, vertaalt zich in grotere kansen op kennis, inkomen en levensgeluk (evenals inkomsten voor de staat) in het latere leven.

In dit verhaal blijkt het geluk nu eens expliciet voor te komen. Zo lezen we in hoofdstuk 5: “Investeringen in menselijk kapitaal [d.w.z. in kennis en in gezondheid] leiden tot levensgeluk…” (p.96). Even verderop wordt gesproken over “een denkbeeldige mens die op efficiënte en rationele wijze probeert zijn levensgeluk te optimaliseren” en “gecombineerd met een perfecte wereld, waarin men met zekerheid beschikt over alle relevante informatie en niet belemmerd wordt in de realisatie van zijn wensen” schetsen de auteurs vervolgens het optimale investeringsgedrag van deze naar geluk strevende persoon. Natuurlijk beseffen ze best dat deze persoon en die denkbeeldige wereld niet bestaan. Desondanks leiden ze er toch een redelijk plausibel model uit af.

Toch blijft zelfs dit deel van het rapport gevangen in een hoofdzakelijk economisch denkkader, wat onze kijk op het onderwerp versmalt. Dat blijkt uit de begrippen en uit de (ontbrekende) literatuur. Dat levensgeluk bij lange na niet samenvalt met kennis en gezondheid, zullen we er niet vernemen. Er wordt regelmatig naar het verlies aan levensjaren door bijv. roken, drank of overgewicht verwezen. Maar dat de gezondheidswinst van geluk ongeveer net zo groot is als het gezondheidsverlies van roken (zie bijv. Gelukscourant nr. 2), zul je in dit rapport niet lezen. Over gescheiden (onderzoeks)werelden gesproken.

Ging dit rapport over geluk? Ja, nu zelfs letterlijk. Het was natuurlijk niet het hoofdonderwerp, maar de auteurs vonden het vanzelfsprekend om geluk in relatie tot kennis en gezondheid een centrale plaats te geven. Dat is sterk. Het idee dat ze van geluk hebben, blijft echter tot die twee zaken beperkt. Dat is weer wat minder sterk.

Vrijdag 22 maart… Nee, we stoppen ermee. Leiderschapsstijl en geluk, energievoorziening en geluk, gezondheidszorg en geluk… Ik had deze week moeiteloos nog meer onderwerpen kunnen vinden. Maar we zijn toe aan een slotbeschouwing.

Volgende week: Hoe komt het toch dat ‘geluk’ tegelijk zo aanwezig is en zo onzichtbaar?

Dit bericht is geplaatst in Beleid, Economie, Geluksonderzoek, Gezondheid, Politiek, Ziektekosten. Bookmark de permalink.