Boek “Geluk voor Kamerleden”

Een korte blik op de inhoud en
waarom je dit boek eigenlijk zou moeten lezen.

Wil je het meteen bestellen?
Kijk dan onderaan de pagina!

Cover van het boek Geluk voor Kamerleden

 

Wat zou er gebeuren als politici vanaf nu ons geluk willen bevorderen? 

Het boek ‘Geluk voor Kamerleden’ is geen pleidooi voor een utopie, maar een realistisch gedachtenexperiment. Het zet daarmee een discussie voort, die vorig jaar in Nederland werd aangewakkerd door de conferentie Sturen op Geluk.

• Stel dat politici vanaf nu bewust het geluk van hun kiezers willen bevorderen.
• Stel dat ze aan het eind van hun zittingsperiode aan ons willen laten zien dat wij er in die tijd gelukkiger op zijn geworden.
• Hoe zouden ze dit dan kunnnen aanpakken?

Dan zouden ze het overheidsbeleid moeten afstemmen op het bereiken van meer geluk.
Maar kan dat wel? En zo ja, in hoeverre?

• Het laat zien wat we al weten en waarop we kunnen voortbouwen.
• Een aantal belangrijke stappen (low hanging fruits) komt op die manier duidelijk in beeld.
• Net zo goed worden de grenzen en onmogelijkheden duidelijker.

Hieronder lees je een beschrijving van de stappen in dit gedachtenexperiment (c.q. de hoofdstukken in het boek). Wanneer je je aanmeld als abonnee van Geluksdoctorandus (via de knop rechtsboven op de homepage), ontvang je ‘Geluk voor Kamerleden’ gratis als e-book (PDF).

Het boek begint ermee de belangrijkste basisgegevens over geluk op een rij te zetten. Als parlementariërs ons geluk willen bevorderen, is het immers handig dat ze vanuit dezelfde achtergrond vertrekken.

1. Wat is geluk eigenlijk?
Hoofdstuk 1 beschrijft kort wat geluk eigenlijk is. Niet alles wat goed voelt, lekker smaakt, of iemands belang dient, is daarmee ook ‘geluk’. De kracht van geluk is juist dat het iets is wat duurzaam is. Dat het tegen een stootje kan. En helpt om tegenslag te verdragen.

Maar je kunt de kracht van geluk nog op een andere manier beschouwen. Wetenschappelijk gezien is geluk namelijk een reële causale factor, een verschijnsel dat aantoonbaar invloed uitoefent op andere zaken. Geluk is niet zomaar iets zweverigs. Geluk ‘doet iets’.
Zo heeft het, statistisch gezien, een positieve invloed op gezondheid, levensduur (een jaartje of twee), inkomen, succes in het werk en het vinden van een partner.

2. Wat zijn de oorzaken van geluk?
Eenmaal zover gekomen, wordt het natuurlijk interessant om te weten wat de voornaamste oorzaken van geluk zijn. Dan pas immers kun je vragen stellen als: Wat kunnen wij er zelf aan doen om gelukkiger te worden? Wat kunnen politici eraan doen om ons gelukkiger te maken?
In grote lijnen zijn de oorzaken van geluk – dankzij 20 à 30 jaar geluksonderzoek – inmiddels bekend. (Hoofdstuk 2 van het boek beschrijft ook de nuances rond deze cijfers.)

Een lijstje met de belangrijkste oorzaken van geluk op een rij
Politici kunnen ons geluk vooral groter of kleiner maken door, via het regeringsbeleid, onze levensomstandigheden te beïnvloeden. De invloed daarvan is reëel, maar niet zo groot als zijzelf (en wij ook) vaak denken.
Indirect kunnen politici daarnaast invloed hebben op onze levensvaardigheden en levenskeuzes. Bijvoorbeeld via onderwijs, (geestelijke) gezondheidszorg en door de cultuur die zij zelf neer zetten.
En zelfs als je géén geluksbeleid voert, is het goed om te weten welke zaken je in stand moet houden om ons huidige geluk te beschermen.

3. Hoe weten we dat?
Natuurlijk wil je als politicus (en evenzeer als burger of journalist) ook weten hoe serieus je deze gegevens kunt nemen. En hoe komt het dat we dit nu pas weten? Daarom bespreekt hoofdstuk 3 kort de geschiedenis van de gelukswetenschap.
Wat maar weinig mensen beseffen, is dat de gelukswetenschap eigenlijk een concurrent is van de economische wetenschap, zoals die tot voor kort in elkaar stak. De conventionele economie gaat er van uit dat een bepaalde hoeveelheid geld automatisch tot een evenredige hoeveelheid geluk leidt. Als dat zo is, hoef je geluk niet te meten. Dan moet je gewoon zorgen dat iedereen zo veel mogelijk geld krijgt.
Maar als dat niet zo is – dus als ‘meer geld’ niet automatisch tot ‘meer geluk’ leidt en als geld evenmin de enige factor is die ons gelukkiger maakt –, dan kan de economie, als de wetenschap waar de politici op bouwen, het niet meer alleen af. Dan heb je ook de gelukswetenschap nodig om op de hoogte te blijven, waardoor mensen gelukkig worden. En zou je die dan niet óók gebruiken om de uitkomsten van overheidsbeleid te beoordelen?

4. Hoe meten we landelijke vooruitgang?
Vanaf daar sluit het boek aan bij een bredere, internationale discussie, die al aan het eind van de 20e eeuw begon, maar die we – door de financiële crisis in 2008 – helemaal zijn vergeten, namelijk: hoe meten we de vooruitgang van een land?
Aanleiding tot die discussie was het groeiende inzicht dat bbp als maatstaf van nationale vooruitgang niet toereikend is (bbp = bruto binnenlands product, in het Engels GDP).
Hoofdstuk 4 bespreekt de geschiedenis van het bbp en zet alle bezwaren rond het bbp als indicator van nationale ontwikkeling nog eens op een rij.

Cover van het boek Mismeasuring our Lives, Why GDP doesn't add up Het doet dit aan de hand van de bekende studie uit 2010, die de Nobelprijswinnaars Amartya Sen en Joseph Siglitz (samen met Fitoussi) verrichten in opdracht van de Franse president Sarkozy. Een van hun conclusies was dat bbp zelfs als indicator van markteconomische groei beperkingen heeft.

5. De internationale zoektocht naar betere indicatoren
Het rapport van Sen en Stiglitz past in brede internationale discussie (vanuit EU, OESO, De Verenigde Naties, de Club van Rome en het Wereldnatuurfonds) om tot een bredere set van indicatoren te komen.
Hoofdstuk 5 beschrijft enkele mijlpalen in die discussie, waaronder de Better Life Index van de OESO. We kunnen daar immers van leren voor hoe we het in eigen land doen.

6. En wat gebeurde er ondertussen in Nederland?
Vervolgens keren we terug naar huis en zien dat er hier, zij het voornamelijk in de schaduw, ook een paar stappen zijn gezet. Een voorbeeld daarvan is de zogeheten Duurzaamheidsmonitor. Deze laat zien dat we in Nederland ongelooflijk veel statistische gegevens op allerlei gebieden tot onze beschikking hebben. De monitor geeft de stand van zaken daarop weer in ‘stoplichten’ (groen = gaat goed, oranje = vergt aandacht, rood = dreigt fout te gaan). In principe hebben we hiermee een ‘nationaal dashboard’.

Maar tussen het samenstellen van een gedegen rapport en het tot stand komen van een publiek dashboard dat iedereen weet te vinden, en wat zowel door politici, pers als kiezers gebruikt wordt, zit nog een flinke afstand.
Hoofdstuk 6 bespreekt voorts een belangrijk kamerdebat en de stellingname van het Centraal Planbureau ten opzichte van geluk als maatstaf.
Het boek als geheel zou je eveneens kunnen lezen als een briefing aan de kamerleden om een dergelijk debat in de toekomst een stuk beter te voeren.

7. Bruto Nationaal Geluk is niet de oplossing
We moeten echter oppassen voor sprookjes op het gebied van geluk. Je kunt niet alle maatschappelijke vraagstukken in termen van geluk bespreken. Van ‘defensie’ kun je zeggen dat het te maken heeft met het beschermen van ons geluk in de toekomst. Maar wat je dan moet doen, hangt toch echt af van een analyse van internationale kansen en bedreigingen, en de vraag hoe we ons daarvoor het beste kunnen toerusten.
Bovendien zijn er naast de vraag ‘hoe gelukkig worden we hiervan?’ ook nog morele en bijvoorbeeld staatkundige afwegingen.
Zelfs als je al die andere afwegingen meeneemt, valt er niettemin veel voor te zeggen om ‘de invloed van beleid op geluk’ veel vaker in de overwegingen mee te nemen! Niets verhindert ons, c.q. onze politici, om daar vandaag mee te beginnen.

8. Hoe meten we dan wél of ons land vooruitgaat?
Als we dat gaan doen, willen we natuurlijk ook weten of dit succes heeft. Daarom doet hoofdstuk 8 een poging om te komen tot tien indicatoren, waarmee we (in samenhang) kunnen meten of ons land vooruitgaat.
Daarbij zijn belangrijke voorwaarden:

• Die tien indicatoren moeten we samen in een landelijke discussie kiezen.

Het moet geen verhaal van ambtenaren en deskundigen zijn, hoezeer we die ook nodig hebben voor een goede uitwerking.

• Ze moeten centraal staan op een landelijke website en in de rapportages van onze statistische en planbureaus.

Ze mogen niet verdwijnen in de stapels rapporten met gegevens en analyses. Ze moeten letterlijk en figuurlijk bovenop blijven liggen.

Het hoofdstuk doet ook een suggestie voor die tien gebieden/indicatoren. Niet als laatste woord, maar als aanmoediging tot discussie. Dit zijn:

1. Bbp ofwel materiële welvaart.
Die hoeven we niet af te schaffen, alleen maar in een bredere context te plaatsen.
2. Geluk.
Zoals je ziet, niet als enige (in de vorm van Bruto Nationaal Geluk), maar wel als een centrale factor. Een landelijk dashboard zou daarom ook, zover mogelijk, moeten laten zien in welke mate de andere indicatoren geluk beïnvloeden.
3. Werkgelegenheid.
4. Persoonlijke veiligheid.
5. Onze landelijke veiligheid.
6. Gezondheid.
7. Onderwijs.
8. Een sociale indicator (bijv. sociale contacten of vertrouwen)
9. Een ecologische of milieu-indicator.
10. Inkomensverdeling.

Dit is een rijtje waar je zowel linkse als rechtse elementen in kunt herkennen.

Maar toch, als je zo’n lijstje ziet, denk je misschien: dan kan toch niet met één cijfer? Of: hoe kun je die gebieden nu met elkaar vergelijken? Etcetera.
Dat zijn stuk voor stuk bezwaren, waar het boek op ingaat. Je kunt ze ten dele oplossen. Statistici weten vaak op een heel plausibele manier tot hun getallen te komen.

• Natuurlijk, dat is nooit perfect. Je moet dus altijd ook de gegevens ‘achter de indicatoren’ kunnen zien — bijvoorbeeld door door te klikken naar een meer gedetailleerd beeld.

• Maar het is wel overzichtelijk en het helpt om de focus op grote lijnen vast te houden.

 

Als je er meer van wilt weten, zit er maar één ding op en dat is… het boek zelf lezen:
‘Geluk voor Kamerleden’ telt 120 blz. Voor € 12,50 ontvang je het gratis thuis bezorgd.

• Bestellen?
Zend een mail aan: akshaya [ape-staartje] geluksdoctorandus [punt] nl

Vermeld duidelijk je naam en adres, inclusief postcode, en het aantal exemplaren. Bij het boek krijg je een nota toegezonden.

• Als je abonnee wordt van Geluksdoctorandus (via de knop rechtsboven op de homepage), ontvang je ‘Geluk voor Kamerleden’ gratis als e-book.