Beyond GDP — Europa op zoek naar het Grote Verhaal

Onderzoek naar barrières voor politieke vernieuwing
Er is een nieuwe kijk op vooruitgang, en het meten daarvan, nodig. De Europese Unie vindt dit al jaren en is daarom, samen met de OESO, een van de trekkers in het traject Beyond GDP (= Voorbij bbp/ bruto binnenlands product). Maar het politieke debat gaat nog steeds hoofdzakelijk over economische groei. Welke politieke en andere barrières houden deze vernieuwing tegen?

De Europese Commissie heeft deze vraag nu officieel laten uitzoeken door het project BRAINPOoL, dat door TNO als kennismakelaar wordt gecoördineerd. Op 24 maart vond, samen met politici uit tal van Europese landen, in Parijs de slotconferentie plaats. De belangrijkste conclusie was: We hebben een nieuw verhaal over maatschappelijke vooruitgang nodig, dat effectief met het simplistische verhaal over economische groei en welvaart kan wedijveren. Het is er nog niet, maar de elementen ervoor zijn in theorie allang aanwezig. Hieronder vind je het hele verhaal.

Met dank aan BRAINPOoL voor het gebruik van deze en andere sheets, ontleend aan presentaties op de slotconferentie in Parijs en op de recente e-Frame conferentie in Amsterdam.
De vragen die het BRAINPOoL-project probeerde te beantwoorden

Zeven case studies van lokaal tot internationaal niveau
De opdracht aan het project BRAINPOoL was:(zie sheet hierboven) Wat is er nodig om te zorgen dat andere indicatoren dan die van economische groei meer ingang krijgen? Zowel bij ambtenaren, en politici als het grote publiek.

BRAINPOoL heeft hiertoe om te beginnen 7 case studies geanalyseerd van organisaties, die al gebruik maken van alternatieve indicatoren, van lokaal tot internationaal niveau:

• de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO/OECD),

• de Bondsrepubliek Duitsland met de Nationale Wohlfahrtsindex (NWI),

• de British Business Bank,

• het gebruik van Sustainable Development Indicators door de regering van Wales
in het Verenigd Koninkrijk,

• de Franse stad Toulouse,

• de duurzaamheidsprofielen van de stad Rotterdam.

In al deze zeven gevallen werden vragen gesteld als: wat is de aanleiding tot dit project geweest?, hoe is het tot nu toe gegaan?, welke successen zijn er geboekt?, welke moeilijkheden werden daarbij ondervonden? Etc.
Je kunt het verslag van al deze voorbeelden vinden in het eindrapport.

Barriers-to-move-beyond-GDP according to project BRAINPOoL

Politieke en ambtelijke hordeloop
Door de bank genomen vond met een drietal soort barrières (zie sheet hierboven) , namelijk in het politieke vlak, technische problemen met de indicators zelf, en hindernissen bij het beleidsmatig gebruik van de indicators. (We gaan daarbij even aan de successen voorbij.) Allerlei andere problemen zijn daarvan afgeleid en overkoombaar, mits het project voldoende prioriteit en middelen krijgt.

Nemen we afstand van deze specifieke projecten en kijken we naar het grotere verband, dan zijn er volgens BRAINPOoL vooral twee key barriers. Om te beginnen, een goed verhaal dat aanslaat bij het brede publiek, en daarnaast een nieuwe, vooral minder gesegmenteerde (en eenzijdig economische) kijk op beleidsontwikkeling en -analyse (zie sheet hieronder).

Two key barriers to tackle according to BRAINPOoL

Ik kan het niet laten ook een stukje van de volgende sheet te copiëren:

Knowledge enhances politicians' support for alternative indicators

Zo bleken er recentelijk op een conferentie van e-Frame (een naastliggend EU-project) een aantal Franse politici aanwezig die ‘het ontwikkelen van alternatieve indicatoren’ een heel goed idee vonden — niet beseffend dat die allang ontwikkeld én beschikbaar zijn…

Nederlandse en Belgische politici schijnen overigens, voorzover ik dat kan nagaan, op de slotconferenties van zowel e-Frame als BRAINPOoL afwezig te zijn geweest. Zo kom je er niet eens achter dat je iets niet weet.

De aanbevelingen van Project BRAINPOoL op een rijtje

Aanbevelingen om voorbij de barrières te komen
Maar hindernissen zijn er om te overkomen. En dus vloeien de aanbevelingen (zie sheet hierboven) voort uit de barrières. Let op, zo’n opsomming moet je even op je laten inwerken. Er wordt tussen de haakjes bijvoorbeeld duidelijk onderscheid gemaakt tussen de rol van verschillende groepen. Er is duidelijk een andere taak weggelegd voor politici en organisaties die de politiek willen beïnvloeden, dan voor ambtenaren of statistici:

• De eersten moeten het grote verhaal bedenken en de burgers erbij betrekken — merkwaardig is dat de media in het verhaal ontbreken. Als die het verhaal over geluk eenmaal gaan begrijpen, kunnen ze er toch best een belangrijke rol in spelen.

• Statistici moeten doorgaan met hun eigen, ‘technische’ werk, maar óók zichzelf meer als ‘indicator ondernemer’ zien. Zeg maar, meer aan de weg timmeren met wat ze inmiddels kunnen meten en wat de samenleving daarmee kan doen!

• Ten slotte is er een interessant punt waar de taak van ambtenaren en die van politici bij elkaar komt (punt 4 in de sheet) en dat is om te zorgen voor een meer integrale manier van beleidsontwikkeling.

Zinnige eerste stappen volgens project BRAINPOoL

Tegen de achtergrond van deze rolverdeling zijn er allerlei ‘eerste stappen’ mogelijk (zie sheet hierboven). Zo moeten politici het grote verhaal concreet kunnen maken voor verschillende groepen. Ook ondernemers moet je ermee kunnen aanspreken (iets wat op duurzaamheidsgebied bijvoorbeeld al aardig begint te lukken).

Belangrijk is voorts om te laten zien dat alternatief beleid ook effectief is, dat het werkt, mede of zelfs juist in termen van de nieuwe indicatoren.

Ten slotte adviseert BRAINPOoL om te beseffen dat er een duidelijk verband is met de economische theorieën die binnen de politiek worden gebruikt. Er zijn voldoende theoretische aanzetten voor een betere, want meer integrale benadering aanwezig (zie volgende sheet), maar die moeten dan wel veel sterker in één verband worden gebracht.

Er zijn betere theoretische benaderingen binnen de economische wetenschap beschikbaar

Paradox: betere economische theorieën, maar misschien ook minder…
En hiermee komen we op een vraag die geluksdoctorandus al een tijdlang intrigeert. De invloed van geluk (als indicator en maatstaf) in de politiek wordt niet alleen door de politiek zelf bepaald. De politiek in een moderne, westerse samenleving als de onze is doortrokken van achterhaalde economische opvattingen. Op het eerste gezicht moeten we dus ook de economische wetenschap veranderen en daarvan betere theorieën verlangen, zoals BRAINPOoL min of meer adviseert.

Maar de essentie van economie is nu juist dat deze zich vooral op productie, consumptie en financiën richt. De economie kan zichzelf alleen maar in de goede richting veranderen door op te gaan in een bredere sociale en politieke (beleids)wetenschap. En dáárvoor is weer nodig dat wijzelf (burger, politici en journalisten) die andere sociale wetenschappen, waaronder het geluksonderzoek, hoger gaan waarderen en die economische wetenschap juist een stukje lager.

Toevallig kreeg ik van de week een toepasselijke quote toegezonden van The Happiness Project van Gretchen Rubin: “No effort is required to define or even attain happiness, but enormous concentration is needed to abandon everything else.”
– Quentin Crisp, The Naked Civil Servant.

Raar maar waar: geluksdoctorandus is weer eens het enige medium in België en Nederland dat je over deze ontwikkelingen informeert. Met bovendien, zoals gebruikelijk, alle benodigde links om zelf verder te kijken. Zelfs TNO, dat in het BRAINPOoL project zo’n belangrijke rol heeft gespeeld, laat het publicitair schromelijk afweten.

Ik zou het liever anders zien — maar nu weet je in elk geval weer waarom je abonnee van geluksdoctorandus bent.
Of anders wil je het misschien wel worden. Het kost niks en je hoeft alleen maar rechtsboven op deze pagina je mailadres in te vullen.

Dit bericht is geplaatst in Beleid, Economie, Politiek met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.