Baanbrekend rapport van het Britse parlement ziet ‘welbevinden’ als centraal thema in politiek en beleid

Dit verhaal is al een jaar oud – en er was destijds geen krant die erover schreef… –, maar nu in Nederland net een parlementaire commissie Brede Welvaart is geïnstalleerd, is het opeens heel actueel!

• Politieke partijen moeten in hun verkiezingsprogramma’s opnemen hoe zij het welbevinden van hun kiezers willen bevorderen en hoe zij dit gaan monitoren.
• Zij moeten ook zeggen hoe zij tegen ongelijkheid op dit gebied aankijken.
• Bij nieuw beleid moet altijd worden nagegaan welke effecten dit heeft op het welbevinden van de daarbij betrokken groepen.
• Alle ministeries moeten beschikken over analisten op het gebied van welbevinden.

Cover van het rapport Wellbeing in Four Policy AreasDeze baanbrekende aanbevelingen zijn afkomstig van een brede commissie uit het Britse parlement, de All-Party Parliamentary Group on Wellbeing Economics. Ze zullen volgens het rapport, in vergelijking met nu, leiden tot effectiever beleid, met een sterkere samenhang tussen de verschillende departementen, en betere resultaten.

Van links tot rechts deed mee
Dit rapport Wellbeing in four policy areas is de kroon op drie jaar werk en intensieve gesprekken met deskundigen. Op 14 oktober is het officieel gepresenteerd. Op vier verschillende gebieden gingen de parlementariërs na hoe ‘welbevinden’ als doel van beleid, en bij de beoordeling van beleid, een rol kan spelen.

Die terreinen zijn:
– arbeidsmarktbeleid;
– stadsplanning en verkeer;
– mindfulness in zorg en onderwijs;
– kunst en cultuur.
Ze worden hieronder besproken.

Welbevinden (Engels: wellbeing) is iemands algehele tevredenheid met het leven. Dit is de gebruikelijke manier waarop geluk door de wetenschap wordt gemeten. Je kunt ook zeggen, het is geluk, zoals men dat zelf ervaart. Het gaat daarbij niet om een kortstondig gevoel, maar om een toestand van enige duur, die tegen een stootje kan.

Draai er toch niet omheen
Centraal in het rapport uit Engeland staan twee gedachten. Politici zijn doorgaans nogal gefocusd op ‘de economie’. Maar waarom eigenlijk? Een belangrijke reden hiervoor is dat de toestand van de economie belangrijk is voor de werkgelegenheid. En werkgelegenheid is op zijn beurt  belangrijk voor menselijk geluk en ongeluk.
Dat laatste is dus waar het echt om gaat, en ‘economie’ is een van de middelen daarbij. Het is dus logisch, zegt het rapport, om geluk (c.q. welbevinden) dan ook rechtstreeks als politiek doel te benoemen. In gewone mensentaal: draai er niet zo omheen, ga rechtstreeks op je doel af. Dan krijg je ook een beter en effectiever beleid.

Welbevinden zegt meer dan kosten-baten
De tweede gedachte hangt hiermee samen. Doorgaans worden de opbrengsten van beleid ‘berekend’ met een kosten-baten-analyse. Ook het Nederlandse CPB doet dit regelmatig. Maar de huidige vorm van kosten-baten-analyse is gebaseerd op economische opvattingen die inmiddels zijn achterhaald.
Daarbij moeten betrokkenen namelijk schatten hoeveel een bepaald voordeel (of nadeel) van beleid hen in de toekomst in geld waard zal zijn. Maar dat is een verre benadering van hoe het beleid mensen werkelijk raakt. Op basis van onderzoek naar welbevinden is het mogelijk om veel nauwkeuriger te bepalen wat beleid voor mensen in de praktijk betekent.

De strekking van beide gedachten is dezelfde: beleid bespreken in termen van welbevinden geeft een veel beter beeld van hoe dit het leven van mensen beïnvloedt, dan door dit te doen in de gangbare economische termen.

Engels parlement bij zonsondergang (foto door David Iliff; licentie CC-BY-SA 3.0)Andere accenten, maar partijen kiezen zelf
Het rapport bevat uitdrukkelijk geen partijpolitieke keuzes. Het is evenmin een uitonderhandeld compromis tussen de partijen (zoals een regeringsakkoord). De kracht is dat het vooral laat zien hoezeer de invalshoek verschuift, wanneer politici in termen van welbevinden gaan denken; en gebruik gaan maken van het nog steeds groeiende onderzoek daarnaar.
Maar politiek benaderen als een vraagstuk van geluk lost niet alle problemen op. Er moeten nog steeds allerlei keuzes worden gemaakt. En verschillende politieke partijen kunnen dat op een verschillende manier doen. Er blijft dus alle ruimte voor democratie.

Foto van Engels parlement bij zonsondergang door David Iliff; licentie CC-BY-SA 3.0

Minimumloon wel of niet verhogen
Een voorbeeld is de hoogte van het minimumloon. Op basis van onderzoek naar welbevinden is het goed mogelijk om vast te stellen hoe hoog dit loon ten minste zou moeten zijn (wanneer we minimumloners ook hun geluk gunnen).
Maar stel nu dat het minimumloon daardoor zo hoog zou worden dat er duizenden banen verloren gaan? Baanverlies brengt tenslotte óók een flinke achteruitgang in welbevinden teweeg.
Dilemma’s als deze kun je met hulp van ‘welbevinden’ wél scherper in beeld krijgen. Maar politici (en kiezers) zullen daarbij nog steeds zelf knopen moeten doorhakken.

Hieronder volgt wat het rapport zegt over de vier thema’s:

Thema Arbeidsmarktbeleid
Een van de vier thema’s die de All-Party Parliamentary Group on Wellbeing Economics nader onder de loep nam, is het arbeidsmarktbeleid. De belangrijkste conclusies hierover zijn:

• Het gaat niet om ‘banen hoe dan ook’, maar om goede banen.

• Vastigheid en zekerheid zijn belangrijker voor welbevinden dan alleen het inkomen.

• Bestrijding van armoede en ongelijkheid telt zwaarder dan het verhogen van het nationaal inkomen als geheel.

• Teveel uren werken is slecht voor geluk en gezondheid. Benader het probleem van te weinig werk enerzijds en teveel werk anderzijds in samenhang. Laat de overheid hierbij voorop lopen.

• Het welbevinden van medewerkers is goed voor elke organisatie, bij de overheid zowel als het bedrijfsleven. Dit is inmiddels overvloedig uit onderzoek gebleken.

Thema Stadsplanning en verkeer
Bij het thema planning en verkeer herinnert de commissie aan het ideaal van de ‘tuinsteden’ uit de vorige eeuw. Toen al draaide het er om dat de gebouwde omgeving het leven van mensen beter kon maken. Tegenwoordig lijkt dit ideaal bij de ruimtelijke planning ondergesneeuwd. Denken in termen van ‘welbevinden’ kan het echter op een eigentijdse manier terugbrengen. Belangrijke aspecten die daarbij meer aandacht zullen krijgen dan nu, zijn:

• De (minimum) kwaliteit van huizen heeft rechtstreeks effect op het welbevinden.

• Sociale relaties en sociaal kapitaal wegen zwaar mee in ons geluk. Waar mogelijk, zou de bouw van wijken en van de openbare ruimte die moeten bevorderen.

• Plannen maken in overleg met de buurt en de bevolking draagt bij aan een gevoel van thuis zijn en ‘eigenaarschap’ als het bouwen klaar is.

• Meer uitnodigende gelegenheden om te wandelen en te fietsen beïnvloeden het welbevinden rechtstreeks én indirect (via de gezondheid!).

• Hetzelfde geldt voor groen in de omgeving.

• Minder tijd om te forensen kan eveneens schelen. Dit zijn voor veel mensen de minst aangename uren van de dag. Ze gaan ten koste van meer sociale bezigheden.

Korte beschrijving van doel en samenstelling van de All-Party Parliamentary Group on Wellbeing Economics in het Engelse parlement

   …deze webpagina geeft een beeld van hoe de All-Party Group tewerk is gegaan…

Thema Mindfulness in zorg en onderwijs
Bij mindfulness gaat het om aandacht en alertheid in alle situaties. Je kunt het oefenen door te mediteren. Het heeft tal van positieve effecten op geluk en gezondheid. Daardoor draagt het bij aan vermindering van de kosten van de gezondheidszorg. Het rapport doet hier een vergaande aanbeveling en daarnaast enkele meer algemene adviezen.

• Docenten, artsen en verpleegkundigen (en andere zorgverleners) moeten worden getraind in mindfulness.
Als professionals zijn zij de spil bij het benutten van de voordelen van mindfulness in onderwijs en gezondheidszorg. Ook hun eigen werk kan er door mindfulness op vooruitgaan.

• ‘Gewone’ gezondheidszorg en geestelijke gezondheidszorg (ggz) moeten beide even zwaar worden gewogen, maar ook beter worden geïntegreerd.
Bijvoorbeeld bij chronische ziektes (op den duur krijgt iedereen die wel) is het omgaan met de ziekte een belangrijke dimensie, die zowel invloed heeft op het geestelijk welbevinden als op iemands fysieke gezondheid zelf.

• Het grootste obstakel voor mindfulness op school is momenteel de gedachte dat het welbevinden van de leerlingen niet tot de core business van het onderwijs behoort. Dit idee klopt niet, want zelfs als middel tot cognitieve prestaties heeft mindfulness een positieve invloed.
Ook is het voor leerlingen niet bepaald stimulerend, voegt adviseur prof. Richard Layard eraan toe, dat ze door politici alleen als ‘geslaagd in het leven’ worden beschouwd, op basis van de prestaties die ze leveren.

Trendwatchers opgelet. Als deze aanbevelingen worden opgevolgd, zal er over enige tijd een tekort aan leraren in mindfulness zijn!

Thema Kunst en cultuur
Het vierde en laatste thema dat dit baanbrekend rapport over Wellbeing Economics oppakt, is dat van kunst en cultuur. Hier moeten beleidsmakers en subsidiegevers vaak kiezen tussen een platte economische benadering of een hoogdravende (maar ongrijpbare) benadering op basis van intrinsieke waarden (l’art pour l’art). Een benadering die vraagt naar de bijdrage van kunst en cultuur aan welbevinden, biedt daarbij een interessante tussenweg.

• Een benadering in termen van welbevinden vraagt naar de invloed die kunst en cultuur hebben op het leven van mensen. Kunst en cultuur die hierop een positieve invloed hebben, verdienen prioriteit bij subsidieverlening.

• Uit onderzoek blijkt – heel interessant – dat vooral het deelnemen aan kunst, meer dan het toeschouwer zijn, een positieve invloed heeft.

• Er is zelfs een klein positief verband tussen kunst en cultuur en gezondheid.

• Subsidies voor kunst en cultuur leveren het meest op wanneer die terecht komen bij mensen die zich qua welbevinden in een minder gunstige situatie bevinden.

Integrale aanpak in plaats van verkokering
Al deze vier thema’s worden met de nodige verwijzing en onderbouwing in het rapport besproken. Daarbij gaan de schrijvers nogal eens diep in op de situatie in het Verenigd Koninkrijk, met regelingen en beleidsorganen die wij niet kennen. Toch komt daarbij een rode draad naar voren die ons ook niet onbekend is: hoe moelijk het is om integraal beleid te voeren, zodra verschillende ministeries ermee te maken hebben.
Door het te benaderen op basis van welbevinden, worden de effecten van al dat beleid als het ware in een en dezelfde ‘rekeneenheid’ zichtbaar gemaakt. Dit maakt het in principe makkelijker om tot een gezamenlijke benadering te komen. In de praktijk zullen daarbij vaak nog de nodige obstakels moeten worden overwonnen.

Samen met het recente rapport van het Legatum Instituut, dat ik in deze blog besprak, is dit Report by the All-Party Parliamentary Group on Wellbeing Economics een monumentale stap vooruit in het vertalen van het geluksonderzoek naar de politieke realiteit.

In ons land heerst hierover nog steeds een oorverdovende stilte — bij media zowel als politici…

Dit bericht is geplaatst in Beleid, Bruto Nationaal Geluk, Economie, Politiek met de tags , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Één reactie op Baanbrekend rapport van het Britse parlement ziet ‘welbevinden’ als centraal thema in politiek en beleid

  1. Ambtenaar 3.0 schreef:

    Weet u dat er in Nederland zelfs al een opleiding is waar ambtenaren, politici en bestuurders zich over geluk en beleid kunnen bijscholen? Deze wordt aangeboden door de Erasmus Universiteit, speciaal voor mensen uit de beleids- en bestuurspraktijk: http://www.eur.nl/esaa/executive_programs/sturenopgeluk/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *