Angst voor terugkeer bij kanker, hoe ga je daarmee om?

Dr. Marieke van de Wal over ziekte en geluk: “Een ziekte moet draaglijk worden. Daar strijd ik voor.”

Promovenda Marieke van der Wal wil graag overbodige angst voor terugkeer van de ziekte bij kankerpatiënten wegnemen

 

Deze zomer promoveerde Marieke van de Wal aan de Radboud Universiteit in Nijmegen op het onderwerp ‘angst voor terugkeer van kanker’. Daarvoor bedacht ze de behandelmethode ‘Verder leven met angst’, voor mensen met kanker. “Angst kan worden teruggebracht tot normale proporties.” 
In dit en volgende gesprekken/artikelen vraagt Nicole Mulders zich af hoe het zit met de immense rol van gevoelens bij ernstige ziekte. Hoe kun je daar het beste mee omgaan? Kun je dan nog gelukkig blijven?

“Angst is lastig om over te praten”

Van de Wal studeerde medische psychologie en kreeg tijdens haar studie interesse in de medisch-psychologische aspecten van oncologie (= wetenschap van kanker). Ook tijdens haar werk als psycholoog bleef dit onderwerp spelen. Vandaar dat de overstap naar angst als onderwerp voor haar promotietraject een logische was.
Zij onderzocht wat angst bij patiënten met kanker betekent. Daarbij ontdekte ze dat er verschillende soorten angst bestaan. Maar angst in relatie tot ziekte is geen makkelijk te bespreken onderwerp. “Vermoeidheid en pijn worden makkelijk besproken. Dat merkte ik ook tijdens mijn stage. Angst is een lastig onderwerp om over te praten”.

Reële angst voor terugkeer

De onderzoekster richtte zich op angst voor terugkeer van de ziekte bij mensen die curatief behandeld zijn voor kanker (dus genezen verklaard). Die angst is geen kwestie van fantasie, benadrukt Van de Wal. “Een verschil met bijvoorbeeld een spinnenfobie is dat het hier gaat om een reële angst. Iemand die een bepaalde vorm van kanker heeft gehad, is dan bang dat die terugkomt. Wat ook wel eens gebeurt.”

Een beetje angst is normaal, zegt ze. En zelfs nuttig. Want daardoor zijn patiënten met kanker alert op mogelijke veranderingen in hun lichaam, en gaan ze daarmee op tijd naar een dokter. Dat kan zelfs levensreddend uitpakken.

Cognitieve gedragstherapie

Maar, angst moet wel binnen proporties blijven. Op het moment dat die elke dag aanwezig is, kunnen mensen door de angst vastlopen. Van de Wal bedacht een behandelmethode waarbij ze uitgaat van de cognitieve gedragstherapie. Of gedachten wel of niet voor iemand werken vormt daarbij de leidraad. Ze had één doel voor ogen: “ziekte moet draaglijker worden”.

Patiënten moeten leren hun angst te accepteren, leren verdragen dat angst een rol speelt. “Want angst mag er gewoon zijn. Mensen moeten leren omgaan met die angst en het verdragen van onzekerheid.”

Van de Wal bedacht de SWORD-studie, een behandeling voor het beter leren omgaan met angst voor terugkeer van kanker. De behandeling bestaat uit face-to-face en online-therapie. “Je staat ervan te kijken hoeveel ouderen inmiddels met internet verbonden zijn. Verrassend.”

Het eerste gesprek met de patiënt is altijd face-to-face met een psycholoog. Daarna volgen nog enkele aanvullende gesprekken via internet of face-to-face.

Invloed van verpleegkundigen

Haar conclusie? “Uiteindelijk gaat het erom een balans te vinden. Iedereen neemt een rugzak met ervaringen mee. Ook een meer optimistische houding is zinvol: is het glas halfvol of halfleeg? “Mensen met dezelfde symptomen ervaren hun ziekte vaak anders. Zoveel is duidelijk. De situatie kunnen we niet veranderen, maar we kunnen wel leren om anders naar de situatie te kijken.”

Ook de behandelend arts speelt bij het bespreken van angst een belangrijke rol. Maar de rol van verpleegkundigen die gespecialiseerd zijn in oncologie moet, zeker in vergelijking met vroeger, niet onderschat worden. “Zij nemen steeds vaker deeltaken van artsen over en zijn een belangrijk aanspreekpunt voor patiënten”.

De partners van patiënten

Marieke van de Wal ontwikkelde tevens een ‘ladder’ waar angst en zorg aan elkaar gerelateerd worden. Hoe hoger mensen daarop staan, hoe meer zorg ze nodig hebben. Hebben mensen weinig angst, dan hebben ze weinig zorg nodig.

Juist de link tussen onderzoek en patiëntzorg vindt Van de Wal interessant. “De brug slaan tussen onderzoek en praktijk is belangrijk. Feeling houden met de patiënten is voor een onderzoeker onmisbaar. “Je kunt dan ook zien of wat je in het onderzoek bepaalt, aanslaat in de praktijk. En uiteindelijk doe je het voor de patiënten.” Ze voegt er aan toe: “Belangrijk in het onderzoek is ook om de partners van de patiënten erbij te betrekken; kanker heb je niet alleen.”

Ziekenhuis en universiteit

Het promotieteam bestond naast Van de Wal ook uit een psychiater en psycholoog (promotor en copromotor) en artsen en verpleegkundigen. Ook patiënten werden bij het onderzoek betrokken.
Van de Wal heeft tijdens haar promotie duidelijk het verschil gemerkt tussen een aanstelling bij een ziekenhuis of universiteit. “In een ziekenhuis sta je meer in contact met de patiënt. Dat voelt voor mij prettiger, en waardevoller.”

Geluk en ziekte

De uitdaging is, ondanks je ziekte, tevreden te zijn met het leven, besluit Van de Wal. En ook de vraag speelt hier op: wat is de relatie tussen geluk en ziekte? Die vraag heb ik aan haar voorgelegd. Maar dáár is nog geen onderzoek naar gedaan. Zij heeft zich toegelegd op kanker.

Soms maken argumenten ongelukkig

Mijn persoonlijke ervaring is dat ziekte geluk niet in de weg hoeft te staan. Natuurlijk is dat afhankelijk van het stadium en de aard van de ziekte. Zeker. Ernstige situaties moet je niet bagatelliseren. Maar ik merk ook vaak dat mensen allerlei argumenten bedenken waarom geluk voor hen niet is weggelegd. Gedachtes over ziekte, armoede en andere persoonlijke problemen. Die hoeven echter geen belemmering voor geluk te zijn… Als je stevig en daadkrachtig in het leven staat, en je een goede bodem hebt gekregen dankzij je opvoeding en genen, dan kunnen geluk en ziekte samengaan…

Marieke van de Wal behaalde haar master Medische psychologie aan de Universiteit van Tilburg en promoveerde aan de Radboud Universiteit (Radboudumc) in Nijmegen.
Ze liep vóór haar promotie stage bij het Maxima Medisch Centrum (MMC) en richtte zich daar, dankzij haar psychologische achtergrond, op de psyche van patiënten.
Ze werd geïnterviewd als onderzoeker van de week voor het KWF. Op dit moment werkt zij als psycholoog in opleiding tot GZ-psycholoog bij het MMC.

Dit bericht is geplaatst in Gezondheid met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *