Kinderen van de financiële crisis

Dit is de cover van het Unicef-rapport Kinderen van de recessie in drie talen

Het geluk en welzijn van kinderen daalt. Het aantal kinderen dat opgroeit in armoede neemt toe, óók in Nederland en België. Dit zegt Unicef in het rapport Children of the Recession. The impact of the economic crisis on child well-being in rich countries.
In de ontwikkelde wereld als geheel leven nu 76,5 miljoen kinderen onder de armoedegrens. 2,6 Miljoen daarvan zijn er sinds de financiële crisis bijgekomen.
Ook de Nederlandse Kinderombudsman en het Verwey-Jonker Instituut wezen in juni 2013 al op deze verslechterende situatie. De Kinderombudsman bracht toen ook een brochure uit met ideeën om er wat aan te doen: Effectief Kindgericht Armoedebeleid.

Hoe moeten we ons verslechterend welzijn van kinderen voorstellen?
Wat betekent het als kinderen minder gelukkig zijn? Kun je dat meten? En voelen ze zich dan ook ongelukkig?
Het onderzoek van Unicef (samen met onderzoeksbureau Innocenti in Florence, dat een hele serie voorstudies deed) is bijzonder compleet. Het gaat om kinderen in meer dan veertig landen (met name de EU en de OESO). Er is naar hun maatschappelijke situatie wat betreft armoede, scholing en werk gekeken (objectief welzijn) én ze zijn gevraagd naar hun eigen ervaringen en geluk (subjectief welzijn, of welbevinden).
Doordat het slechter gaat met hun ouders, is ook de situatie van veel kinderen achteruit gegaan. Wanneer een vader of moeder geen werk meer heeft, hoeft een kind daar echter nog niet zoveel van te merken (bijv. als er goede sociale voorzieningen zijn). Anders ligt dat wanneer er geen geld meer is om tijdig naar de dokter te gaan (al merk je de effecten daarvan pas later) of zelfs om eten te kopen.

Foto van een soepkeuken in Spanje

“Er is soms geen geld om te eten”: van 4 naar 11 procent in Nederland
Zo is bijv. kinderen rechtstreeks gevraagd of er in het afgelopen jaar (2013) momenten waren waarop er geen geld genoeg was om eten te kopen. In Nederland antwoordde 11% procent van de kinderen hierop met ja. In 2007 was dat nog maar 4%. In België nam dit aantal in dezelfde periode toe van 6 tot 7%. In Luxemburg van 3 tot 5%.
Je kunt natuurlijk zeggen: als de hele economie inzakt, is het onvermijdelijk dat kinderen daar ook wat van merken. Maar in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Zweden en Israel nam dit percentage (soms) ‘hongerige kinderen’ af. En zelfs in Bulgarije; al was dat daar van 35 naar 29%.

Foto van plastic bakjes met gestolde soep uit de soepkeuken

Ervaren kinderen stress?
Het lijkt een vraag voor volwassenen, maar kinderen van 15 jaar en ouder (aan wie het is gevraagd) weten heel goed wat er met stressgevoelens wordt bedoeld. Ook die gingen omhoog. In Nederland gemiddeld van 19 naar 29%, in België van 34 naar 39%.

En ook hierbij waren er landen waar dit percentage gelijk bleef of daalde, zoals opnieuw Duitsland (gelijk op 37%), en verder Frankrijk (daling van 35 naar 31%) en Roemenië (van 43 naar 37%) en verder vooral Australië (van 36 naar 33%), Nieuw-Zeeland (van 40 naar 30%), Japan (van 33 naar 31%) en Zuid-Korea (van 35 naar 26% — want buiten de crisis gebleven?).
Maar nergens gaven zoveel jongeren aan dat ze last hadden van stressgevoelens als in Griekenland. Hun aantal was in 2007 al hoog, namelijk 49%. Sindsdien liep het op tot 74%.

Zijn kinderen gelukkig?
Dan is er de klassieke geluksvraag (ben je tevreden met je leven?). Het antwoord hierop beweegt door de bank genomen mee met dat op de overige vragen. Dit bevestigt nog eens dat armoede, scholing, werk, stress etc. ook voor kinderen een sterk verband hebben met het geluk dat zij zelf ervaren (hun welbevinden).
Zowel in Nederland als in België is sprake van een lichte achteruitgang: in Nederland daalde de levenssatisfactie van 7,5 (op de 10) naar 7,4. In België daalde deze van 7,2 naar 7,1. Deze twee landen staan daarmee echter nog steeds hoog op de lijst van landen waar je als jongere het beste kunt opgroeien.

Dat neemt niet weg dat er andere landen zijn, waar in dezelfde tijd het geluk van jongeren toenam, zoals: opnieuw Duitsland (van 6,4 naar 7), Oostenrijk (van 7,2 naar 7,5), Zweden (van 7,2 naar 7,4), Frankrijk (van 6,6 naar 6,7).

Hoe heftiger de crisis, hoe slechter de situatie
Opnieuw zijn de jongeren in landen waar de crisis het hardst toesloeg er het slechtst aan toe. In Italië daalde hun geluk van 6,6 naar 6. In Spanje van 7 naar 6,2. En in Ierland van 7,6 naar 6,8.
Al deze dalingen worden weer overtroffen door Griekenland waar het gemiddelde geluk van jongeren daalde van 6,6 in 2007 naar 4,7 in 2013. Bulgaarse en Turkse jongeren geven hun geluk gemiddeld ook minder dan 5 punten. Maar die zijn niet zo snel achteruit gegaan als hun leeftijdgenoten in Griekenland. Op een geluksschaal van 1 tot 10 punten, waarbij de meeste antwoorden al snel tussen de 6 en de 8 zullen vallen, is een daling van 6,6 naar 4,7 echt immens.

Werk, werk, werk – ook voor jongeren?
Ook de harde cijfers liegen er niet om. Dan gaat het om achteruitgang in inkomen en verlies aan werk. Vooral Nederland deed het wat werk betreft jarenlang fantastisch. Aan het begin van deze eeuw was de jeugdwerkloosheid de laagste van Europa. Wat zeggen de cijfers nu?
We kijken daarbij eerst naar de NEET-uitkomsten. NEET staat voor Not in Education, Employment or Training: dit zijn dus de jongeren die echt niets te doen hebben. (We vergelijken nu niet langer 2007, maar 2008, met 2013 want deze cijfers komen uit een andere bron.)

Not-in-education-employment-or-training-NEET

Helemaal niets te doen
In 2008 had Nederland op dit gebied (NEET) nog het laagste percentage, namelijk 3,4%. We waren dus Europees Kampioen in het tegengaan van jeugdwerkloosheid. In België was het cijfer toen 10,1% en in bijv. Duitsland 8,4%. In 2013 was Nederland ingehaald door Luxemburg, waar het NEET-percentage daalde van 6,2 tot 5%. In Nederland is het gestegen tot 5,1% (nog steeds tweede op de lijst). In België steeg het van 10,1 tot 12,7%.

Maar in Duitsland daalde het aantal jongeren dat helemaal niets om handen had van 8,4 tot 6,3%.

Jeugdwerkloosheid
Nu de ‘gewone’ jeugdwerkloosheidscijfers. In 2008 was in Nederland 5,3% van de jongeren werkloos, in 2013 was dit verdubbeld tot 11%. (Omdat een deel van deze jongeren ‘wegens gebrek aan werk’ een opleiding of scholing volgt, zijn de NEET-percentages lager dan de werkloosheidspercentages.) In België vond een stijging plaats van 18 naar 23,7%.

Maar wat gebeurde er ondertussen in Duitsland? Hier daalde de jeugdwerkloosheid in dezelfde tijd van 10,6 naar 7,9 procent!

Langdurige werkloosheid
Werkloosheid kan tijdelijk zijn of van langere duur (1 jaar of langer). Hoe langer het duurt, hoe groter de consequenties voor het inkomen. Het kan lijken of je er nooit meer uit los komt. Een jaar is lang genoeg om (tenminste tijdelijk) de moed op te geven. Dus nog serieuzer dan de gewone werkloosheidcijfers zijn die van de langdurige werkloosheid.
Gelukkig zijn ze wel lager. In Nederland was het percentage langdurig werkeloze jongeren in 2008 maar 0,5%. In 2013 was dit meer dan verdrievoudigd tot 1,8%. Nog steeds een heel klein getal, maar daarachter zitten wel vele duizenden jongeren. In België steeg de langdurige jeugdwerkloosheid van 4,9 naar 7,3%.

Maar in Duitsland, u raadt het al, trad ook hier een daling op en wel van 3,0 naar 1,8%. Dus zo onvermijdelijk is die neergang nu ook weer niet.

Griekenland, arm Griekenland
Griekenland durf ik hier bijna niet meer te noemen. Maar uit medemenselijkheid moeten we de situatie daar toch onder ogen zien. Het aantal jongeren dat niets te doen heeft (NEET-percentage) steeg er in vijf jaar van 11,7 naar 20,6%. Oók in Bulgarije, Spanje, Italië, Roemenië, Kroatië en Cyprus bevinden deze cijfers zich rond de 20% (een op de vijf jongeren dus).
De jeugdwerkloosheid steeg in Griekenland van 22,1 naar 58,3%, waarbij de langdurige jeugdwerkloosheid toenam van 8 naar 30,5%! Vergelijk je die met elkaar, dan zie je dat de werkloosheid die erbij kwam in twee van de drie gevallen ook meteen langdurig was.
Op een wisselende afstand van Griekenland vinden we ook hier de eerdergenoemde landen, vooral Spanje (55,5% jeugdwerkloosheid, 20% langdurig!), en verder Italië, Kroatië en Slowakije – en Portugal.

1-in-5-children-live-in-poverty

Kinderen en rechtvaardigheid
In ons economisch stelsel worden mensen geacht het inkomen te krijgen dat ze verdienen. Je hoort tot op zekere hoogte zelf voor je toekomst te zorgen en financieel tegen een stootje te kunnen. Graag verwijten we ook de Grieken dat ze in het verleden ‘zelf’ met de cijfers hebben geknoeid. Dus daarom moeten ze nu op de blaren zitten…

Met kinderen ligt dat anders.
Het Unicef-rapport laat met overtuigende cijfers zien dat kinderen en jongeren enorme klappen opvangen van een crisis die ze niet zelf hebben veroorzaakt.

Zelfs, ook al is dat hier minder, in landen als België en Nederland.

De cijfers uit het rapport laten ook zien dat die achteruitgang niet onvermijdelijk is. Er zijn immers vergelijkbare landen, bijv. Duitsland, waar deze niet optrad.
Verder zijn voor een aantal landen de cijfers ronduit onrustbarend. Nee, dat zijn ‘wij’ in de Lage Landen gelukkig niet. Maar hebben we daar helemaal niks mee te maken?

Kun je je van zulke aantallen een beeld vormen?
76,5 Miljoen kinderen leven in ontwikkelde landen onder de armoedegrens. Dat is méér dan het aantal inwoners van Frankrijk of van Engeland, en bijna net zoveel als die van het verenigde Duitsland.
Stel je eens voor dat er in Brussel, Amsterdam en Den Haag alleen maar kleine tot bijna volwassen mensen zouden wonen. Broertjes en zusjes bij elkaar. Best gezellig, niet waar? Zoveel extra kinderen (2,6 miljoen) leven er sinds de crisis in armoede.

‘Kinderwelzijn’ — klinkt dat niet wat poezelig?
Beleid voeren om het welzijn van kinderen te verhogen, is niet vanzelfsprekend. Het klinkt  in de oren van politici niet gewichtig genoeg. Voor een deel loopt zulk beleid natuurlijk via het beleid voor hun ouders. Het heeft te maken met werk, inkomen, onderwijs, enzovoort. Ook het Unicef-rapport doet geen concrete aanbevelingen.

Maar het maakt wel duidelijk waarmee we kunnen beginnen:

• Kies het welzijn van kinderen tot doel. Zet het op de agenda. In je eigen gemeente, in België en Nederland en in Europa!

• Committeer je eraan. Verplicht jezelf, de gemeente, de regering, de EU etc. om er een plan voor te maken en dat uit te voeren.

• Ga de vooruitgang meten (het Unicef-rapport laat zien hoe je dat kunt doen!), deel de uitkomsten daarvan in brede kring, en bespreek om de zoveel tijd of je nog op het goede spoor zit.

Zo simpel kan het zijn.


Kindgericht Armoedebeleid

Kinderen-in-Armoede-in-NederlandEen mooi voorbeeld van kindgericht armoede beleid in de gemeente is er ook al.
Dat is de ‘Handreiking aan Nederlandse gemeenten voor effectief kindgericht armoedebeleid’, die nog maar kort geleden is opgesteld door de Kinderombudsman — Belgische gemeenten kunnen daar natuurlijk ook hun voordeel mee doen.

 

Maak-je-sterk-tegen-armoede-op-schoolEn er is een folder met een stappenplan voor een beter armoedebeleid op school. Die is van het Netwerk tegen Armoede. Dat komt uit België — maar Nederlandse, Surinaamse of Antilliaanse scholen kunnen het natuurlijk ook gebruiken.

 

De foto’s bij dit verhaal zijn afkomstig van Unicef (c).

Dit bericht is geplaatst in Beleid met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *