De wereld in 2032 — wat er allemaal wél kan veranderen

Drawing-2032-(Collage-by-Geluksdrs-from-picture-CreatrixTiara(Flickr,CC-licence)

Drawing the Future of 2032, collage door Geluksdrs op basis van foto CreatrixTiara
(Flickr, Creative Commons licentie)

Dit artikel is een bijdrage aan de landelijke discussie #onderwijs2032Hier vind je de inleiding en een overzicht van de hele serie. Dit is een parallel-artikel over alles wat er tussen nu en 2032 niet zal veranderen.

Als we kinderen die nu worden geboren, willen voorbereiden op een toekomst in de wereld vanaf 2032 moeten we ongeveer achttien jaar vooruitkijken. Dat is een gok, maar laten we het eens proberen.

Om te oefenen, beginnen we met terugkijken. Van 1996 naar 2014 duurde ook achttien jaar. Wat is er in die tijd veranderd?

Wie had er in 1996 gedacht…

… dat in 2001 een aanslag met twee vliegtuigen de Twin Towers zouden doen instorten?

… dat dit vervolgens zou leiden tot een scala aan andere bizarre ontwikkelingen door het binnenvallen van Afghanistan en Irak?

… dat de EU en de OESO, met het Wereldnatuurfonds en anderen, in 2006 een internationale conferentie zouden houden over alternatieven voor het bruto binnenlands product (bbp)?

… dat in 2008 een wereldwijde crisis zou optreden, veroorzaakt door onze financiële elite?

… dat daarna bijna iedereen het streven naar een alternatief voor bbp weer zou vergeten?

… dat in 2010 een Arabische Lente zou uitbreken, spoedig gevolgd door een Arabische Winter?

… dat de Erasmus Universiteit in 2013 een programma voor leidinggevenden over het rendement van geluk zou aanbieden?

… dat in 2014 een zelfverklaard kalifaat in Irak en Syrië de slavernij zou invoeren?

… dat wij allemaal met een tablet of smartphone nu bijna net zo veel informatie bij de hand hebben als een supercomputer van het Pentagon in 1996?

Positieve en negatieve toekomstscenario’s zijn mogelijk
Het is dus moelijk om zelfs maar twee decennia vooruit te denken. Toch moeten we het proberen. Het minste wat we kunnen doen, is beseffen dat de toekomstige ontwikkelingen – tussen nu en 2032 – zowel positief als negatief kunnen zijn. En op beide moeten we onze kinderen voorbereiden!
Het zal duidelijk worden dat het idee van ‘je volgt onderwijs en je krijgt een baan’, en ‘als je maar werkt, verdien je dat het goed met je gaat’, maar een klein deel van de werkelijkheid dekt.

Denkbare dreigingen en gevaren in de komende tijd
Zo zou het volgende zomaar kunnen gebeuren (geen voorspelling, maar helaas een tamelijk realistische mogelijkheid):

• In Spanje en Griekenland komen uitgesproken linkse politieke partijen aan de macht. In Frankrijk daarentegen wordt Martine LePen van het Front National president. De Britten stellen zich als vanouds niet al te behulpzaam op en op enig moment valt Europa uit elkaar.

• Door de internationale politieke spanningen rond Rusland en het Midden-Oosten (die in geen enkel economisch model voorkomen, en waar onze economie zich dus niet op heeft voorbereid) neemt de handel af en gaat het slechter met de economie.

• Nieuwe vormen van strijd (digitaal, drones, laser) en de verdediging daartegen, leiden tot nu nog onvoorziene problemen en vervolgens weer reacties daarop. Ook wanneer ze niet rechtstreeks in oorlog zijn, zullen vreedzame landen bij tijden door uitlopers van gewelddadigheid worden getroffen.

• Aangezien we door globalisering steeds minder zelfvoorzienend zijn, zullen er op onverwachte momenten tekorten ontstaan bij belangrijke schakels in transport- en productieketens.

• Omdat het moeilijk blijkt hard op te treden tegenover (potentieel) terroristische moslims en tegelijk vriendelijk tegenover vreedzame – en daarbij precies te weten wie tot welke groep behoort –, nemen ook de binnenlandse spanningen toe.

• Nationalistische en extreme groepen winnen in allerlei landen aan kracht, al krijgen ze niet de overhand.

• Bedrijven kunnen hun productiviteit en winstgevendheid alleen nog verhogen, door verder te automatiseren (of robotiseren). Deze productiviteitswinst levert nu en dan nog groei op, maar steeds vaker ten koste van werkgelegenheid. Het perspectief dat het economisch elk jaar weer een stukje beter gaat, verdwijnt. Louter economisch gezien, wordt het daardoor moeilijker de bevolking tevreden te houden.

• Financiële, economische en politieke elites gaan echter door met deeloplossingen vanuit een 20e eeuws kader en weigeren systemen te veranderen, waardoor de ruimte voor oplossingen te klein is.

En dan heb ik het voor de afwisseling nog niet eens over klimaat en duurzaamheid gehad.

Looking-through-towards-the-Future

 Looking through the present to the future, collage door Geluksdrs.

Het zijn mogelijkheden, geen voorspellingen
Let wel, dit alles is géén voorspelling, maar een mogelijkheid, al denk ik dat het een tamelijk plausibele is.

De vraag is: Hoe bereid je toekomstige volwassenen op zo’n mogelijke toekomst voor?

Een vak of een beroep leren, om zelf te overleven, kan niet het enige zijn wat we hen meegeven.

Kansen en uitdagingen in een positieve richting
Maar we zijn er nog niet. Er zijn ook andere, veel positiever, ontwikkelingen denkbaar.

Daarvoor ga ik allereerst aansluiten bij het verhaal van Jeremy Rifkin in The Zero Marginal Cost Society. Tot nu toe vond economische groei vooral plaats dankzij productiviteitsverhoging. We kunnen daar met robotisering nog een klein stapje in verdergaan, maar dan komt er een einde aan, zegt Rifkin. Om de simpele reden dat het gewoon niet efficiënter meer kán.

• Het slechte nieuws zou dan zijn, dat er aan de economische groei die we gewend waren een eind komt, maar het goede nieuws is dat dit een natuurlijk proces is. Het is namelijk inherent aan de economische groei zelf. Die heeft met een optimale automatisering juist zijn doel bereikt!

• Zo’n steeds verder geautomatiseerde wereld heeft nog andere voordelen: bij tal van producten worden de marginale kosten (dus ‘de kosten om er een exemplaar bij te maken’) bijna tot nul gereduceerd. Denk aan een e-book. Dat heeft vaak niet zoveel om het lijf. Maar hetzelfde geldt voor een e-cursus van universitair niveau op video. Al dat soort zaken kunnen we dus ‘gratis’ maximaal verspreiden.

• Rifkin voorspelt dat daarmee vanzelf allerlei vormen van samenwerking aan kracht zullen winnen en in de plaats komen van concurrentie. Laten we het er hier op houden dat dit een mogelijkheid is.

• Wanneer we beseffen dat aan de economische groei op een natuurlijke manier een eind komt (d.w.z op een manier die inherent is aan het economische proces zelf), zullen we misschien makkelijker accepteren dat we werk en werkgelegenheid in een andere richting moeten zoeken dan we nu doen. En ook gewoon blij zijn met de extra tijd die we tot onze beschikking krijgen. (Tenslotte maakt de automatisering dan in principe het vervullen van ieders behoeften mogelijk.)

Andere elementen van een positief scenario kunnen zijn:

• Onze kennis over geluk, gezondheid, preventie en dergelijke neemt enorm toe. Veel van wat vroeger een kwestie van persoonlijke smaak en opvatting was, kan nu op grond van ‘hard’ onderzoek worden aangetoond. Dat geeft deze ideeën het gezag dat ze daarvoor niet hadden, en maakt het stimuleren van gezonder en gelukkiger leefwijzen tot een doel dat maatschappelijk breed wordt aanvaard.

• Gezonde en gelukkige mensen hebben meer energie en flexibiliteit en staan opener voor nieuwe ideeën (die vergen dat zijzelf iets veranderen) en nieuwe manieren van samenwerking.

Zo zou het positieve scenario tot op zekere hoogte het negatieve kunnen verzachten of zelfs voorkomen.

Je hebt toch een globaal idee nodig
Beide scenario’s zijn incompleet en zijn sowieso slechts een schets van mogelijke ontwikkelingen. Ik vind het best lastig om als niet-futuroloog zo’n plaatje te schetsen.

Toch is het heel nuttig om, als we over #onderwijs2032 spreken, óók een globaal idee te hebben van wat er in die tijd allemaal zou kunnen veranderen. Ofwel van het soort wereld, waarop we onze kinderen willen voorbereiden.

Dan zijn we er niet met 21e eeuwse vaardigheden als digitale geletterdheid, creativiteit en kritisch denken, communiceren en samenwerken, hoe waardevol die ook zijn.
Wie leert ze bijvoorbeeld denken over de samenhang van technologie en maatschappelijke ontwikkeling?
Wie leert ze dat economie niet alleen een kwestie is van modelletjes berekenen, maar zelfs te maken heeft met hele nieuwe markten creëren én reguleren?
Wie leert ze hoe geld en geluk – op kleine en op grote schaal – elkaar wederzijds kunnen beïnvloeden?

Toekomstige volwassenen hebben ook inhoudelijke kaders nodig, waarmee ze over de wereld van hun tijd kunnen nadenken! In welke vak en hoe gaan ze die leren?

Parallel aan dit artikel schreef ik een blog over alles wat er tussen nu en 2032 NIET zal veranderen. Die kun je hier lezen.

Dit bericht is geplaatst in Onderwijs, Opvoeding, onderwijs en kinderen met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Één reactie op De wereld in 2032 — wat er allemaal wél kan veranderen

  1. Lucy Spoelstra schreef:

    Hallo Akshaya,
    Dankjewel voor je immer interessante leesvoer, dat lijkt alleen maar over het onderwijs in ’32 te gaan, maar blijkt een immens breed spectrum te beslaan, van geschiedenis tot toekomst, van economie tot ecologie en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.
    Alleen al over wat je schrijft over de dingen, die niet veranderen kun je een gespreksgroep van minstens 5 bijeenkomsten houden….. Ik krijg morgen gasten, dus ik heb voor deze korte reactie eigenlijk al geen tijd, maar ik wil alleen wel graag mijn instemming laten horen met je suggestie om ruimte te maken voor nieuwe kerndoelen van de school. Inderdaad; veel meer gelukskunde, waarin wat mij betreft ook veel ruimte voor communiecatiestijlen zou moeten zijn. Om te leren hoe je elkaar willens (maar niet altijd wetens) beïnvloedt. Als de Roos van Leary b.v. eens verplichte lesstof werd? Zodat iedereen zou beseffen, dat agressie altijd agressie oproept? En dat pesten, kwetsen, beledigen, schelden etc. allemaal vormen van agressie zijn? En dat een beetje zelfcensuur van de media dan ook zeer op z’n plaats zou zijn, óók als het niet uit angst voor de gevolgen zou zijn. Maar vooral omdat ze dan konden beseffen dat ze zelf door vriendelijkheid zoveel gelukkiger zouden worden en gingen leren dat je je manipulaties beter kunt richten op verleiden tot samenwerking, want daar zouden we in de wereld een stuk verder mee kunnen komen.
    Tja, zorgen genoeg over die toekomst, maar ik zie toch ook steeds meer mensen om me heen die eindelijk wel rijp zijn voor grenzen aan de groei. Meer belangstelling voor coöperatieve ondernemingen etc. Maar of het er genoeg worden voor een grote doorbraak, niet alleen in Nederland, maar ook daarbuiten?
    Enfin, er zijn weer heel wat dingen om eens over na te denken en met anderen te bespreken, waarvoor veel dank!!!
    Heb je gezien dat 28/29 mei de geluksroute045 door Heerlen loopt? Misschien komen we jullie daar tegen?
    Ik moet snel verder – hartelijke groet en fijn weekend,
    Lucy

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *